Een paar vleugelslagen

Ik heb het gemist want ik moest factureren, maar een tijdje terug stond er wat aardigs in de krant. Een kennis kwam er mee aan, de NRC van 28 februari 2009. Over de architect Rudy Uytenhaak, die zijn visie op de stad gaf. Daar kunnen we het niet genoeg over hebben, zeker in Wageningen, een stadje dat zich al decennia ongemakkelijk beweegt tussen servet en tafellaken. Luister en huiver want dit is wat die beroemde architect heeft gezegd: Een grotestadsbewoner kijkt als een vogeltje over de rand van zijn nest en weet dat hij met een paar vleugelslagen overal kan komen. Huiver, dorpse geest! Huivert gij die Wageningen klein wilt houden! Wilt u dan eeuwig sukkelen? Waar is die nachtwinkel, dat nachtrestaurant, die muziekzaak, die echte Indonesiër, die echte Marokkaan en Mexicaan, die salon, dat kunstenaarscentrum in het hart van de stad, die trein voor dag en nacht naar de wijde omgeving, of liever andersom: waar zijn de verbindingen waarlangs kopers, cliënten en talenten elkaar verdringen om in Wageningen te mogen zijn? Welkom, nieuwe bewoners! Welkom in de Arc, welkom alvast aan de Nobelweg, aan het Salverdaplein en in de stadsuitbreiding in het Oosten, en neem je portemonnee mee! Als er onder jullie minstens 30% zijn die bij de grote zaken in onze Stad kopen en al is het maar 10% die hier naar de film gaan, uit eten gaan, een paar galeries bezoeken en kunst kopen, avonden bijwonen in de bibliotheek, de jazzkelder van het WICC of een muziekevenement in een van de betere café’s, en die prachtzaakjes in de zijstraten van de Hoogstraat binnenlopen, dan ben ik een gelukkig mens, vooral als je ook nog eens af en toe mij een tekst of gedicht op bestelling laat leveren of tegen betaling je oor laat kietelen door mijn zoetgevooisd gefluit. Want Wageningen mist nog steeds dat minimum aantal, die “kritische massa” die er voor zorgt dat er altijd wel een optochtje van voeten, ogen en pegels naar die mooie initiatieven gaat die net in de marge liggen. Die marge is het zout in de pap, vergeet dat niet. Zij is de kleur, de kwaliteit van onze Stad. Marge is trouwens “in het oog van de beschouwer”, om eens een uitdrukking uit het Angelsaksische taalgebied te annexeren. Je neemt immers waar vanuit je eigen wereld. Maar als je verzuimt om je heen te kijken kun je in de domme waan raken dat jouw wereld dé wereld is, erger nog: dat jouw dorp de wereld is, een wereld waar ze vooral niet aan mogen komen en waar al het andere, het “marginale”, vreemd is. Hoe dan ook: Elk mens voelt op z’n klompen wat een positieve leefomgeving is en wat niet – de een toont zijn ongenoegen door een bushokje te slopen, de ander door te maken dat ie wegkomt. Een positieve leefomgeving heeft alles te maken met kansen, kwaliteit en diversiteit. Kansen op een zinvol bestaan, een opleiding, een inkomen, een woning. Kwaliteit van de openbare ruimte, van de mensen om je heen, van de winkels, de podia, de schaarse monumenten die nog iets zeggen over de wortels en de identiteit van Wageningen. Diversiteit in de mensen, de gebouwen, het aanbod in restaurants en theaters, de kunsten op straat, activiteiten voor mijn part van het hele Hogere naar het hele Lagere, noem maar op. Ik hoef het niet allemaal te weten, ik hoef er niet allemaal heen. Als ik maar kan kiezen. Als ik maar even over de rand hoef te kijken en hup, een paar slagen en daar is mijn echte Stad!

Laurens van der Zee.

Laurens van der Zee is dichter en muzikant en van huis uit niet-westers socioloog en voorlichter over de VN organisatie UNESCO. Dit is zijn eerste column voor de website Cultuur in Wageningen.

En er was kunst

Binnenkort komt er een nieuwe columnist.
Ik heb het met plezier gedaan, maar een nieuwe schrijver, een nieuw geluid. Een nieuw jaar, een nieuwe columnist.

De afgelopen jaren heb ik me bezig gehouden met schilderen en tekenen. Ben ik een aantal keren van atelier verhuisd. Mopper ik daar niet meer over, omdat een klaagcultuur niet helpt. Vul ik optimistisch enquetes in over ateliers in Gelderland met de altijd, wellicht naieve hoop dat je stem laten horen in ieder geval een begin is om plekken gerealiseerd te krijgen. Ambtenarij en regels is verder niet aan mij besteed, dus dan hoop ik weer dat anderen de rol van politiek speler op zich willen nemen en dat ik alleen een beetje draagkracht te weeg kan brengen.
Ik weet inmiddels dat Wageningen heel erg open staat voor kunst. Zolang de knippen gesloten blijven. Of wellicht moet ik zelf zakelijker worden. En me beter presenteren. En ik weet niet waar nu de paal voor het vijfmeiplein gebleven is. Maar ook daar ben ik kort door de bocht. Waar een wil was, was een weg en daar ging het regelen van subsidie en afspraken ineens heel snel. En kwam iedereen in eerste instantie in actie. Waarom komt men niet in actie voor andere vormen van kunst en ziet men daar de meerwaarde niet van in? Maar voorlopig ben ik al tevreden dat ik niet weer hoef te verhuizen van atelier. Komt tijd, komt raad, komt plaats, komt een idee.

In deze tijd heb ik soms hersenstoomwolken gehad over geloven, kunst, vrijheid van meningsuiting en wat nu precies discriminatie is, als alles gebaseerd is op het recht van vrijheid van geloof. En kwam ik mijn eigen pijn en angst weer tegen. Want waar ligt de grens? Bij zeggen wat je denkt? Je mag toch zeggen wat je denkt? Realiseerde ik me dat ik me toch drukker maakte als ik dacht en me zorgen maakte over het feit dat een museum foto’s niet wil plaatsen. Nederland angstiger werd. Ik ineens politiek en kunst en een geloof vermengd zag in filmen als Fitna, cartoonisten, jonge afgevallen moslims. Het heeft me toch geraakt.
Maar ik heb mezelf teruggefloten. Je bent kunstenaar. Het enige wat je kan is een persoonlijk verhaal vertellen. Het enige waar ik me druk over moet maken is zorgen dat je schilderijen eerlijk zijn. Ik ga mijn kunst niet inzetten voor een mening, een boodschap, een roep voor vrijheid of het met politiek vermengen. Het enige wat ik wil laten zien, is een persoonlijke zoektocht. En daar hoort de strijd van een geloof bij. Niet het moslim geloof. Een calvinistisch geloof. Daar horen mijn zorgen bij. Maar ik wil het klein houden en bij mijn eigen geschiedenis en mijn eigen opvoeding. Er moet in mijn eigen familielijn wat veranderen en kunst helpt daar misschien niet bij, maar kunst is nog een plek die veiligheid en eerlijkheid biedt. En in Nederland ben ik sowieso een kleine nietige schakel die weggestopt zit in een atelier. Volkomen onzichtbaar.

Nou geloof ik ook dat ik inmiddels een eigen beeldtaal heb ontwikkeld en dat mensen daar best langer als een seconde naar kunnen kijken, met of zonder sigaar, met of zonder meesmuilende glimlach, met of zonder open blik, met of zonder interpretatie. Wellicht alleen opgaan in kleuren. Iedereen ziet iets anders en geeft een andere betekenis aan een lijn.
En zo komt de lente er weer aan. Het voorjaar. Kan kunst wellicht een buitenbelevenis worden of is het al een belevenis voor mezelf als ik buiten ga schilderen.

Ga ik proberen meer tijd vrij te maken voor bezoeken aan galerie en musea. Ga ik proberen naast alle worstelingen op het doek af en toe alleen te observeren met mijn fototoestel. Ga ik poorten fotograferen. Hoe voorspelbaar. Hemelpoorten. De weg. De strijd. De rust van de zee en het water. Maar ik ben niet van het water. Mijn broer is van het water en daar op de zee ziet hij niemand. En misschien waren we altijd allebei alleen maar op de vlucht, maar wist ik het niet. Omdat hij zoveel ouder was. Begrijp ik het nu allemaal pas. Ja, misschien ga ik wel mijn persoonlijke geschiedenis weer in. Of ga ik alleen maar observeren en kies ik nu zelf voor het zwijgen, in plaats dat het een opgelegde regel is. Een stad, je eigen verhaal.Maar als ik het allemaal begrijp, wat valt er dan nog te ontdekken?

In ieder geval wens ik de toekomstige schrijver van deze column veel succes!

Kunstenaars en liefhebbers van kunst, leuk om elkaar digitaal te ontmoeten.

En we zullen doorgaan, en uit de stilte komt een nieuw geluid, en de natuur en de stad, en de zee, de golven, de woeste stormen, overal is ruimte, als je maar van binnen ruimte hebt.

Marjan Verloop

schilderen op straat

Op tv zag ik beelden van een streetpaintfestival in Valkenburg. Grote schilderijen lagen op straat getekend. Het was gemaakt met pastelkrijt. Naakt en kwetsbaar voor de wind die zou opsteken en de regen die zou neerslaan.
Alle elementen zouden het vervagen.
Ze waren groot. De schilderijen. Ze waren zo weergegeven alsof ze op doek zo naast de nachtwacht zouden kunnen hangen. Plooien van stof, engelen, mysterieus. Maar ze waren niet geschilderd op doek
Ze waren gerangschikt zoals de steden en de bouw gerangschikt is. In een rijtje.
Het zou mooi zijn als ze beelden lieten zien van na een week. Als de storm erover heen geraasd is. Of het zonlicht de kleuren heeft veranderd.

Er zijn veel straten. Ook poorten. Naast ons oude huis was een poort. Waar ik opgroeide. Deze poort is 3 meter breed en vijf meter lang naar mijn schatting. Het had geen echt perspectief die in een punt eindigde. Daarvoor moest je naar het station en de treinrails. Ik zou daar natuurlijk de hemelpoort kunnen tekenen als ik snel zou kunnen werken en de mensen niet wakker zou maken.
In plaats van het grint en de bal die overal tegen aan stuiterde, zouden we nu een engel van verlossing kunnen tekenen. Een engel met een trompet.
Maar goden moeten donderen. Dat zit nu eenmaal in mijn systeem.
De zeegod is Neptunus. Goed voor ontgroeningsfeesten op schepen. Waar zij weer zongen: “In de hemel is geen bier. Daarom drinken we het hier.”

Vanaf deze hemelpoort zou ik door kunnen tekenen en schilderen. De hele stad door. Kleuren, kleuren in de grijze massa. Wel water genoeg. Vier rivieren. Naar het hofkwartier en de plek waar de dordtse synode is gehouden. In welke eeuw leef ik nu?
Ik zie de boeken staan. Hoor de stemmen van een klaaglijk geluid. De wolkenluchten zijn van koper en het gebed is als een traan die niet in Gods fles wordt vergaderd. Helemaal geen scheepjes in de havens voor de Dom van Dordrecht.
Laat de bus maar wegrijden, de ziekenauto geeft geluid, dwars door het verloren paradijs.

We waren toch al gevallenen. In de oorlog. In het paradijs. We bouwden weer op. Dat dan weer wel. De vorige generatie tenminste.

Iedereen heeft die iconen in zijn hoofd. Engelen worden meestal met vleugels weergegeven.
En in mijn leven kan ik niet om het Lam Gods heen. Op de middelbare school was dit het reisje. In Gent zouden we naar de sint Baafskathedraal gaan om het Lam Gods te bekijken. Terwijl drommen scholieren de kaarsjes en de bidstoelen bekeken en puberende stemmen veel te hard de kerk doorgalmden, probeerde de leraar ons iets mee te geven van de betekenis. Een schaap. Een lam. Onschuldig ter slachting geleid. Je kon om het schilderij heenlopen. Vooral dat maakte indruk.
De stilte werd ontluisterd door een koppel duiven die zich ophielden bij de uitgang. Duiven, wit en rein zwierden en scheten. En altijd weer met mijn hoofd als mikpunt als ik probeerde om me iets voor te stellen bij God door de eeuwen heen. “Derrie in mijn haar,” fluisterde ik, terwijl de leraar telde of we compleet waren.
Mijn vader deed dat ook altijd. Tellen of we compleet waren. Maar dan alleen bij zijn eigen kinderen.

Maar dit alles was niet alleen bedoeld voor gelovigen. Het schilderij maakte onderdeel uit van de kunstgeschiedenis en daarom gingen we er met de kunstacademie weer heen.
De leraar kwam naast me staan. “Het lam Gods.” Fluisterde hij.
“Ja, het Lam Gods,” herhaalde ik. Sinds wanneer fluisteren mannen?
Ik was vooral benieuwd hoe hij de betekenis zou omschrijven van het lam gods.
Het lam gods zag er vredig uit. En kreeg toeristen stil.

Ik wil binnenkort naar het Catharijneconvent in Utrecht realiseer ik me nu.

Troost zoeken.

Of op zoek gaan naar hoe mensen verschillende vormen van goden beleven. Hoe mensen god tekenen. Zelf mijn godsbeeld tekenen.
Maar hoe kan een mens God scheppen? Ik kan alleen een droom weergeven.

Hmm..

Welkom op deze aarde. Wake up.

Marjan Verloop

Wat is wijsheid?

wijsheidTwee weken geleden kwam iemand met het idee om een expositie over lege panden in Wageningen samen te stellen. Nu ben ik al vaak verhuisd van atelier en ben ik zo ook al een aantal panden tegengekomen, dus kon ik er wel wat mee. Ik zou natuurlijk een opsomming kunnen maken van jaartallen, feiten en slopen, maar ik wilde het niet als probleem, niet als documentatie en niet als frustratie benaderen.
Ik zie lege panden en leegte als een mooie reis. Vergankelijkheid. Laat de natuur er maar bouwen en mensen hun ellende in leuzen op de muur knallen. Vreemd stadsbeeld.
Artistiek en poetisch veel mooier. Niet economisch. Maar wel een vreemd gezicht.
Terwijl ik nog een rondje fietste, probeerde ik te achterhalen wat lege panden en leegte met mijn inspiratiebronnen te maken hadden.
In panden zie je in ieder geval verhalen van een stad. In panden zie je voormalige werkplekken of huisvesting.
Leegte en stilte. Een aangename leegte en stilte waar iedereen naar elkaar luistert. Dat zou ik wel willen.
Maar zwijgen heeft ook niet altijd nut. En er zijn toch een paar “politieke onderbuikgevoelens” die ik even kwijt moet.
Als kunst spreekt. En als Sooreh Hera en de anonieme cartoonist ‘Nekschot’spreekt en Theo van Gogh en anderen die wellicht provoceren, waarom is de reactie zo veranderd na de moord op Theo van Gogh? Even los van de vraag of het goede kunstenaars zijn.
Waarom wil men daden stellen naar kunstenaars toe en stelt men niet meer tentoon en pakt men cartoonisten op? Moeten we niet een signaal afgeven naar geweld en andere bronnen van onrust aanpakken? Ik snap de verwarring wel en het feit dat men voorzichtiger is. Maar ik zie niet zoveel heil in restrictie in de wetten en het feit dat Donner en Hirsch Ballin serieus overwegen om godslastering nog eens onder de loep te nemen wettelijk gezien. Dat betekent voor mij persoonlijk dat men luistert naar geweld. Dat er ineens nader wordt gekeken naar de vrijheid van meningsuiting. Wat kan ik met de opmerking dat mensen in hun diepste gevoelens aangetast worden? Dat begrijp ik wel. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Dan kan men ook in ogenschouw nemen of vrijheid van godsdienst nooit beledigend is en of de vrouw dan altijd zo beschermd wordt en of men als kind een weerwoord heeft op groepen en geloofsgemeenschappen en verwachtingen.
Mijn onderbuikgevoel zegt dat ik diep moet ademhalen. Vreemd constateer dat ik ineens meer belangstelling heb voor politiek nu het lijkt alsof de reactie verandert op kunstenaars die beladen onderwerpen aansnijden en in de knoei komen.
Laat ik eens kijken wie er het nuchterst is en oplossingsgericht komt.
Het is niet zo dat ik me geroepen voel om stelling te nemen en mijn kunst ook provocerender ga maken. Mijn kunst gaat over andere onderwerpen.
Kunst kan over zoveel onderwerpen gaan. Verwondering over het leven. De schoonheid van de natuur. STadsbeelden. Politiek. Religieus.
Of bijvoorbeeld even over lege panden en leegte.
Mooi toch die vergankelijkheid.
Laat de natuur maar bouwen. Dat kan ze veel mooier op zijn tijd. De natuur zal altijd doorgaan.
Was er maar meer leegte in steden in de zin dat er meer plekken voor natuur en stilte waren.

Marjan Verloop

Holland

Koninginnedag. Even ziet alles de kleur oranje en zie ik de vlaggen in het straatbeeld verschijnen. Mijn huisje blijft angstvallig kaal.
Met mijn donkerblauwe golfje vind ik dit een prima reden om een milieuvervuilende rit te maken zolang Wageningen nog geen station heeft.
Ik sla de A15 op en wacht tot het beeld al rijdend verandert van groene weiden, een eerste aankondiging van een molen tot een grijs glooiend landschap van geluidsschermen en treinrails. Mijn auto snort vrolijk verder en afstand overbruggen is niet zo’n groot probleem meer en ik word bijna sociaal van een rijbewijs.
Ik ben al bijna bij mijn geboortestad. Ik moet het weten. Hoe het vroeger was. Hoe het nu is.
Mijn moeder komt met zelfgemaakte boeken aanzetten en ik zwelg in oude foto’s van oude hofjes, grachtjes en straten waar opa’s en nog oudere opa’s woonden. “Daar leefden ze met tien mensen op een zolder.” Dat is een prestatie. Wij leefden met zijn tienen, maar hadden een heel huis. Ik dacht altijd dat moeders meer met geloof bezig waren, maar na het lezen van Knielen op een bed violen van Jan Siebelink sta ik nog steeds verbaasd over vaders die diep buigen en moeders die vrolijk en frivool in het leven staan.
Ik word vrolijk als ik weer in mijn auto stap en het water en de schepen zie. Je kunt niet op water lopen. Het is een enorme beperking voor je lopen en je rijden. Maar de gedachte dat daar de horizon van de zee ooit achter ligt, is een belofte.
Ik parkeer in het centrum. Een groep opgeschoten jongens roept naar een meisje die bij ze staat:”Hoer.” Mensen lopen door met stalen gezichten en ik loop terug. Mijn auto is oud, maar hij moet wel beschermd blijven. Ik kom aan de andere kant de stad binnen. Een groep andere jongens maakt elkaar uit voor stinkjoden. Zucht. Ik ben dit ontwend.
Hoe kun men nu al dronken zijn? Of is men altijd zo onbeschoft?
Ik loop snel naar het echte centrum en zorg dat ik tussen mensen ben. Een oud standbeeld van Ary Scheffer staat blijmoedig naast stampende muziek, terrasjes, kraampjes en mensen. Een boek voor een kwartje. Een biertje voor twee euro.
Dordrecht. Oude stad. Na snel wat foto’s te hebben geschoten, ga ik op zoek naar de panden.
Breken, slopen, bouwen. Ook hier. Ze gaan toch niet meer oude historische panden afbreken?
Ik weet niet wat ik moet met al die foto’s. Maar ik kan het niet laten.
Ik zie een boek waarin Dordrecht en de metamorfose staat vermeld.
Ze hebben het station gefotoshopt. Het straatlicht wordt glanzend en romantisch in dat beeld. De ramen van het station zijn veel kleurrijker als dat ik het me herinner. En ze hebben de misstanden eruit gelaten.

Ik rijd terug.
Wat moet je nu met deze rit?
Geen flauw idee.
Een jacobsladder tegen de dom aanzetten? Een brug naar de hemel bouwen?

Het was gewoon mooi.
Mooi om te zien hoe de tijd veranderde. Hoe er een oud gebouw naast al die nieuwe wijken, culturen en veranderingen stond.

Hoe een oud standbeeld overeind bleef in de hossende oranje massa.

Marjan Verloop

Slechte politiek-slechte kunst

Wilders Fitna

De boodschap is eenzijdig. Maar de vorm getuigt ook nog eens van slechte kunstzinnige kwaliteiten. In gedachten roep ik hem op het matje: “Ik weet niet of je die ambitie had, maar als je je waagt aan een uitstapje, duik er dan helemaal in. Het betere plak-en knipwerk heet gewoon stelen. Je verhaallijn is niet verrassend. En je compositie en belichting en je gekozen lettertype saai. Wil je dat nooit meer doen? Dat wekt afstomping van de fantasie op.”
Goed. En waar ging het over?
De moslims die een enkele tekst letterlijk aanhalen om hun daden te verantwoorden worden in zijn politieke strijd ingezet om de uitspraken te verantwoorden. En om een hele groep mensen aan te vallen.
Het lijkt me zo irritant om elke keer als moslim weer op te komen draven en om op domheid te moeten reageren.
Debat. Wanneer komt dat debat? Ga ik er toch over nadenken door je enigszins ongenuanceerde uitspraken en je advocaat van de duivel spelen.
Is dit nu het enige wat er in Nederland speelt? Of heeft hij het zo goed gespeeld dat hij alle aandacht krijgt?

Ik weet het. Elke religie kent zijn groepen. En elke groep kent mensen. En iedereen heeft zijn eigen versie van een eeuwenoud boek.
Heb je wel eens aan die optie gedacht Geert? Dat er verschillen binnen religie zijn. En dat er verschillen zijn in landen? Dat veel mensen uitwassen willen bestrijden? Maar het kind niet met het badwater weg willen gooien.
En dat jouw toekomstvisie aan het einde van de film toch enigszins eenzijdig is?

Ik wil me niet met politiek bezig houden. Maar ik kan er niet omheen. Ik stel een Wilders-Make over voor. Als men door plastische chirurgie en training en een nieuw kapsel zelfvertrouwen krijgt en men daar stellig in wil geloven, kunnen we hem dan niet het uiterlijk van een wijs doorleefd man geven die genuanceerd kan denken?

“Hoe waren de jaren zeventig en tachtig voor een christen in Dordrecht?” Vraag ik aan mijn ouders. Ik probeer me een voorstelling te maken van een wereld die verandert. In ieder geval de belevingswereld. Ik probeer me een voorstelling te maken van een geloof dat overeind wil blijven. Was de kritiek anders? Heftiger? Heeft een politicus wel eens een voorstel gedaan om de bijbel te verbieden? “Zijn er wel eens kerken besmeurd? Of is er tijdens het spelen van het orgel op hele noten een inval gedaan door een nieuwe beweging? Marcherend en leuzen roepend?” Mijn fantasie slaat op hol. Mijn vader schudt zijn hoofd. “Nooit. De collectezak is weleens gestolen.” Dat heeft weinig met opvattingen te maken. Dat heeft met geldgebrek te maken.
Afgevallen. Diep religieus. Mijn hoofd tolt een beetje.

Maar ja. Geert heeft stemmers. Ik maak me ook zorgen. Dat klopt. Ik maak me zorgen om de na�viteit van mensen die problemen niet erkennen en niets willen oplossen en denken dat alles vrede is. En ik maak me zorgen om mensen die het erger maken dan het is en alles over een kam scheren. Daar maak ik me zorgen om. En tegelijkertijd maak ik me zorgen om het visuele misbruik van een slecht geblondeerd kapsel die elke keer in beeld verschijnt en dan ook nog een kunstvorm misbruikt.
Maar ja, als een kunstvorm misbruiken het grootste minpunt van dit verhaal zou zijn, dan zou ik me eigenlijk helemaal niet druk maken over een talentloze uiting.
Dan zou ik hem naar een filmcursus sturen. Niet dat hij naar mij zou luisteren.
Maar naar wie luistert hij wel eigenlijk?

Andy Warhol en de museumnacht

museumnachtAndy Warhol is in het stedelijk museum Amsterdam. Kille koude muren zijn bedekt met oases van wallpapers en uitvergrote zwart-witfoto’s. Lichtbeelden, geluidshokjes.
Je kunt er ook dineren.
Je kon er zelfs vijftien minuten je werk tentoonstellen. Dat ging ik doen in de museumnacht. Het walhalla en het paradijs opende haar deuren en daar stond ik met een mini-schilderijtje. Drommen mensen liepen in en uit. Ik had niet de illusie dat hier een contact uit zou voortvloeien. Of dat ik in dat kwartier van hectiek van teveel kunstenaars uit het hele land een goed gesprek zou voeren. Maar ik moest het doen. En zo stond ik in de rij van werk afgeven en ophalen.
Eigenlijk was de sfeer eromheen het best. Het museum ademde. Er was een dj. Er waren mensen op zitzakken en er was drank. Een combinatie van bezoekers, interactie, een mini-opening, en interessant werk. Het nam mijn angst voor witte muren weg. Kan een museum niet altijd zo zijn?
Andy Warhol had nog een decor gebouwd en een lekkere lig-zitbank waar je naar zijn videowerk en installaties kon kijken. Voor even kwam het tot leven. Net alsof een museum met oudheidkundige stukken een ziel kregen. Of die platte schilderijen wellicht zo ook een stem kregen en je aanspraken.

Hm..zou ik zelf geen gitaarvormige banken kunnen maken en muziek tot leven kunnen laten komen? Maar muzikaal ben ik niet.
Daarna ging ik naar huis met de gedachte..waar is de ligbank van de muiterij gebleven? Je moet eerst dromen toch voor je gaat maken? En als je je droom gemaakt hebt, moet je zorgen dat mensen het zien…haha..in vijftien minuten hectiek.
En mijn tweede gedachte was nog een keer…kan een museum niet altijd zo zijn? Zitzakken, drank en interactie en muziek.

Ik heb me al voorgenomen om in het nieuwe atelier, het jankopshuis een levensgroot werk te maken. Al is het er maar een. Groter als ik ben. Groter als ik bevatten kan. Harder als ik bidden kan.
Net zolang tot God verschijnt.

Marjan Verloop

SLUIT
CLOSE