Zotheid

Het thema van de boekenweek was lof der zotheid. Lof der zatheid zag ik al op de Rails staan. Het boekenweekgeschenk was “de brug” van Geert Mak.
Erasmus heeft de lof der zotheid eeuwen terug geschreven. Erasmus en brug maken de Erasmusbrug. De snaren en vormen van de brug zijn een harp en een zwaan. Zingt het? Kil en koud waait het aan het water.
Steden.

zotheidNog een brug terug is de Zwijndrechtse brug. De verbinding tussen Dordrecht en Zwijndrecht.
Gelukkig dat er bruggen waren. Anders kwam je nooit van het eiland Dordrecht af. Of je moest gaan varen. Zoals zoveel ook weer deden. Omringd door vier rivieren. Handel, opslag, arbeid. Bedrijvigheid. Ook schreven mannen met pruiken verweerschriften tegen lichtzinnige geloven. Erasmus was gewogen en te licht bevonden.
Mannen tekenden het allemaal op. Daar moet ik mijn hoofd niet over breken.

Lof der zotheid of zatheid.
Kunst is zotheid.
Ook goed. Voor sommigen inderdaad zatheid.
Soms ben ik het zat.
Al die vragen. Niet denken, maar doen wordt het dan.
Daar komen soms schilderijen van.
Of je daar zotheid, zatheid, bruggen of uitverkiezingen ziet, weet ik niet. Ik weet wat mijn inspiratiebronnen zijn.
Wat de kijker eruit haalt, kan weer iets heel anders zijn.
Zet een stip. De ene persoon ziet een eindpunt. Een ander een ronde maan.
En ja, ik ben geboren op dat eiland. De trein raasde naar de perspectieven. Een brug verder. Telkens een brug verder. Was het zotheid?
Alles in stappen en fasen. Maar het liefst wel vooruit.
En nee..ik weet mijn eindbestemming niet.
De reis was het doel misschien wel.

En soms zie ik het ineens voor me. Knielen op een bed violen in het centrum van de markt. Turks fruit wordt rijkelijk gestrooid. De oude panden kraken in een oud verweer. Een Vlucht regenwulpen vliegt het water over. Richting de weidte. Richting de ruimte.
En dan sta ik op en loop naar het centrum, naar de bibliotheek en lees al die boeken weer.
En natuurlijk luidt dan de dom.

Marjan Verloop

Sardines

Waarschijnlijk heeft iedereen wel tekenles gehad op de lagere school. Ik wel. Dan richtte zo’n juffrouw zich over je heen en boog met haar enorme lichaam over jou als klein kind en keek je aan. “Heb jij dat gemaakt? Is dat een hond?” En enigszins bedremmeld knikte je ja. Je kon toch moeilijk zeggen dat het een kip was en dat je daar zo je best op had gedaan. Dat waren je vakantieherinneringen en die moest je tekenen.
Nou woonde ik in een stad en had ik weinig kippen gezien. Ik geef toe.
Maar goed. Op een dag realiseer je je dat het niet meer uitmaakt wat andere mensen erin zien en dat je gewoon moet tekenen wat je voelt en denkt en dat je je niet zoveel moet nadenken over wat anderen denken.
En achteromkijkend kijk je naar je familie en hun kinderen en hoe die nu eigenlijk reageren op ontwikkeling en onderwijs en of creativiteit er een rol in speelt.
Wel. Kinderen zeggen de meest rake dingen en hun openheid en directheid is een mooi gegeven. Zo had mijn nichtje het helemaal door.
Thuisgekomen van haar eerste schooldag probeerde mijn zus het verhaal uit haar te halen.
“Hoe was je eerste schooldag?”
Beteuterd keek ze haar moeder aan. “Ik was helemaal alleen en ik heb niks geleerd.”
Hopelijk was dit geen samenvatting voor de scholen.
Gewoon een momentopname voor de eerste dag.
Volgens mij denkt ze er nu niet meer zo over.
Maar toch kan ik die wrange gedachte soms van me afzetten. Misschien had ze wel gelijk. En wat dan?
Maar aan de andere kant. Einstein moet ook ergens rekenen hebben geleerd. Is hij slimmer door ander of speciaal onderwijs? Het is misschien wel aan de mensen zelf hoe ze op onderwijs reageren en niet alles kan op maat gemaakt worden voor iedereens interesses en verwachtingen en tempo.
En hoe tekenen en creativiteit daar een rol in moet hebben? En of opdrachten vrij moeten zijn of dat de juffrouw alles moet kunnen duiden en alles natuurgetrouw moet zijn?
Mensen zijn ook altijd in beweging. En dit zal ook wel veranderen. Er zullen vast telkens weer nieuwe invoeringen zijn en jonge kunstenaars in de maak. Het is wel toe te juichen dat alles niet alleen gericht meer is op kennisvergadering en formules toepassen.
Maar ook niet iedereen kan weer kunstenaar zijn van beroep.
Toch heeft ieder mens meer in zich. Het is maar wat je belangrijk vindt en waar je voor kiest.
Ik denk wel dat het belangrijk is dat mensen dromen, fantaseren en af en toe iets doen wat niet direct betrekking heeft op leren, de maatschappij, of nuttig is en dat dat al jong naar voren komt.
Ik hoop dat kinderen sneller gaan zeggen, ik heb iets leuks geleerd en ik was niet zo alleen. Minder dat systeem. Dertig kinderen in een lespakket. En ja. Dat is inmiddels wel veranderd heb ik me laten vertellen.

Marjan Verloop

Het sprookje van de ruimte

In het rustiek gelegen dorp was een grote groene weide. Geleerde mensen bouwden er grote zalen en paleizen en oefenden hun biologische vak uit. City of life science. Aan de oevers van de rivier was het goed toeven in de rustpauzes en alles ging met de nodige ideologie.
Soms kwam er een zaal of een paleisje vrij en de grote geleerde mensen met hun witte baarden bogen zich welwillend en hummend over deze kwestie. Waarom deze plek tijdelijk niet weggeven aan de dromers van de aarde. Zij die niet de wijsheid en de kennis bezaten, maar alleen maar zagen, droomden en heilig geloofden in deze waarheden.
Geen boeken. Geen wijsheden. Geen spreuken. Maar een chaos van beelden en kleuren en structuren. Mysteries der mysteries.
Blij kwamen de dromers de ruimtes binnen. Blij springend als konijntjes bewogen ze hun oren. Bungelden hun staartjes.
De dromers begonnen te graven en bouwen. Hun paleisje glom en glinsterde in een warm winters licht. Brachten zij liefde en vrijheid en wijsheid in deze stad?
Enig organisatievermogen was nodig om toch ruimte zeker te stellen. Op hun manier – kwispelend en opgewekt – brachten zij een eigen orde aan.
Al snel kwamen de wat anders geëvolueerde dieren.
Brullend of slinks. Het ging niet aan ze voorbij dat er wat gebeurde. Alsof een klauwende hand het muziekstuk uiteenscheurt. De dans vertrapt wordt door een olifant die dat niet eens expres deed.
Veel vellen papier dwarrelden door hun bouwsel. Niet eenduidig. Nee, complex. Zodat er altijd ruimte zou zijn om van richting te veranderen, het vorige tegen te spreken en om de boskonijntjes eens even heen en weer te laten springen op de berg. Niet om veiligheid te garanderen, maar om eens even wat recht te zetten.
Om veilig te stellen Wie nu eigenlijk de baas is. Was het hetzelfde gedrag als de brulapen in oorlogen? De huizen vallen. Het paradijs spat uiteen. Maar als de vliegtuigen maar kunnen blijven vliegen en brullen. En oehoe, brul, brul je jezelf op de borst kan slaan en je harige kop kan schudden en je grauw en je ongecontroleerde brul kan geven.
Wat elke fantasie en elke droom over helden doet uiteenspatten.

Ineens was het genoeg. Weggaan leek de enige keuze. Maar waarom eigenlijk? De droom zou altijd in hun blijven, ongeacht waar zij waren en waar zij werkten. Waarom zouden zij altijd mee moeten werken aan tegenwerking om onduidelijke redenen.
Moe werden zij er van.
Dat wel.
Maar stoppen.
Nooit.
Het waren niet de witte baarden mannen geleerden. Het waren gewoon de ongewone regels van een stad.
En waar er teveel complexe regels zijn en mensen teveel elkaar tegenspreken, verliest de droom het soms van de systeem..
Gelukkig lacht de dag en komen de kleuren toch vanzelf weer tevoorschijn.

Tekst Marjan Verloop ,  na brainstorm en aanvullingen Kaat

Je kunt ook het sprookje wegdenken en lezen:
Een ruimte om te dromen is belangrijk!
(Zou city of life science of Wageningen ook goed doen.)

Schapekoppen of vuurzuil

Dordrecht is een enigszins vreemde stad met haar geschiedenis en haar hang naar progressiviteit op bepaalde momenten. Ik ben er geboren en heb er gewoond.
In zo’n huis van de jaren twintig. Ingeklemd tussen een park, de schouwburg, een nieuw uit de grond gestampte wijk. Een wijk met een andere etnische achtergrond. De enige oude molen die Dordrecht rijk was. Veel straten, waar auto’s raasden en de brandweer en het oude ziekenhuis vlakbij met hun geweldige alarm.
Vaak stond ik op het balkon. Sommige dagen zag je vuurwerk. Ik hoorde de stoomboten van Dordt in stoom. Een tweejaarlijks evenement. Boven me op zijn balkon, rookte mijn broer zijn sigaret. Het water van de douche kletterde langs een ander raampje.
Dichterbij zag ik de bal op het garagedak en de oude boom ernaast, die uitnodigde om erin te klimmen. Ik hoopte dat hij de deur uitging en me meenam. Ik hoorde het grind knerpen boven me en hij deed de deur dicht. Hij zou niet meer weggaan.
Ik bleef staan op het balkon en keek naar de sterren in de lucht. De Staart als woonwijk slingerde erachter. De Staart zal naar het eind van de stad slingeren en via de bruggen en rivieren kon je van het eiland af.
Er stond zo’n beeld. Schapekoppen. Knalgeel van metaal of ijzer. Moderne uitvoering. Eeuwen geleden hadden mannen geprobeerd een schaap de stad binnen te smokkelen, verkleed als man. Helaas. Het schaap mekkerde bij de stadspoort. Wie was er nu onnozel?
Enkele lijnen gaven het tafereel weer. En elke keer als ik Dordrecht binnenreed, werd me verteld dat ik een schapekop was. Maar ik was niet blond, meer of minder intelligent en had geen krullen.
Een kunstwerk kan iets zeggen over de stad, haar geschiedenis. Iets uitdrukken wat met de bewoners te maken heeft. Soms is ze haar tijd vooruit en wordt het nog niet begrepen. Soms is het pure kunst om de kunst. Ook dat kan.
Nog steeds vraag ik me af wat het geval was met de vuurzuil op het vijf-meiplein.
En waar het is gebleven. En wat het zei over de bewoners.
Het heeft in ieder geval zijn stempel gezet met haar discussie.
Misschien was dat al de meerwaarde van het verhaal.
Ik had het toch niet willen missen.

Marjan Verloop

Filmpjes zijn in

Filmpjes doen het goed op kunstacademies, festivals en prijsvragen. Complete verhalen en de indrukwekkendste technieken komen dan langs.
Indrukwekkend.
Ik herinner me ze alleen niet meer.
Alleen dat ene filmpje kan ik niet uit mijn geheugen wissen.
Het was koud. Bibberend ging ik door de sneeuw naar de Rijksacademie in Amsterdam. Kunstenaars zouden hun werk van het afgelopen jaar tonen. Een oude bekende schoot op me af. Ik schoot op haar af. Een klein kanon temidden van al die mensen. Kijkend of we onze droom nog hadden. Wat was dat ook al weer? Kunst maken of gewoon je ding doen. Vreemde uitdrukking.
Ze sleepte me mee. Ik sleepte haar mee. Ruggelings, wurmend. Wat massa’s mensen. Beelden kwamen langs. Zwart-wit. Gestructureerd, gecensureerd.
Documentaires. Inhoudelijk. Diepgaand. In de musea waren ze ook aanwezig. Ze verdrongen bijna de schilderijen.
Al die werken zitten nu ergens in een onderbewuste van mijn warrige geest. 
Alleen dat ene beeld.   
De jongen en het meisje. Ze zaten op het bankje. De wereld was perfect. De zon scheen. Hij was vol aandacht voor haar. Zijn blik leek niet van haar af te komen.
En zij?
Zij keek naar beneden. Ritmisch wipte ze met haar voeten. Ze kon niet genoeg krijgen van haar glanzende muiltjes. Belegd met kralen. Zo uit het paradijs weggelopen, rechtstreeks naar haar toe. Blijkbaar vertelde de schoenen haar hoe mooi haar wereld op dat moment was.
Misschien zegt het iets over mij. De kijker. Mijn beleving.
Maar de maker had slechts geobserveerd. Hij kwam toevallig langs het tafereel. Feilloos geregistreerd.
Wat had het leven, de liefde toch met schoenen te maken.
Niet zoveel.
Ik had geen flauw idee.
Mensen projecteren op dingen. Voorwerpen krijgen een geur en een herinnering.
Dat mag duidelijk zijn.
Soms komt er een mafkees langs die feilloos weet vast te leggen wat je denkt.
Toch geniaal.
 
Marjan Verloop

SLUIT
CLOSE