Bioscoopschermen worden letterlijk vensters op de wereld

Heerenstraat Theater vertoont allerlei typen films, en steeds vaker ook opera, pop- en rock concerten. ‘We moeten het centrum levendiger maken zodat er meer studenten komen’, zegt medewerker Tom de Bont.

Deze week draait in Heerenstraat Theater Maudie, over het huwelijk tussen de Canadese volksschilder Maud Lewis en de stugge visboer Everett. ‘Een prachtig intieme film over het Canadese platteland van de jaren vijftig’, zegt medewerker Tom de Bont van Heerenstraat Theater. ‘Het speelt in een wereld waar we geen weet van hebben, en er wordt ook schitterend in geacteerd. Films als deze, die ik echt goed vind, halen we graag naar Wageningen.’

Tom de Bont

Jaarlijks komen er in Nederland zo’n 400 films uit waar De Bont met drie collega’s uit moeten kiezen. Daarbij kiezen ze voor kunstzinnige films zoals Maudie, die een klein publiek van filmliefhebbers trekken, maar ook voor commerciële films als Gooise vrouwen of Lion, die volle zalen trekken. Ook draaien er meestal wel thrillers, kinderfilms en science fiction films. Heerenstraat biedt graag een breed palet aan filmgenres aan, zodat het zoveel mogelijk mensen naar zijn filmtheater trekt. ‘Een goede film vind ik een film die je mee neemt naar een andere wereld, en die je raakt’, zegt De Bont. ‘Maar dat geldt voor mij. Als een film waarschijnlijk veel Wageningers gaat aanspreken, programmeren we hem. Ik ga dan niet zeggen: dat doen we niet, want het is geen goede film.’

Binnenstad

Steeds meer bioscopen in Nederland worden onderdeel van een keten. Ook Cinemec in Ede is nu van Pathé. Daarnaast zijn veel bioscopen verhuisd naar buitengebieden. Heerenstraat Theater is nog een van de weinige commerciële bioscopen die onafhankelijk is, en in de binnenstad is gevestigd. ‘En dat is hartstikke goed’, zegt De Bont. ‘Een bioscoop vergroot de levendigheid in de binnenstad. Wij bieden mensen ook echt avondjes uit. We zorgen voor lekkere stoelen, kwaliteitsbier, speciale theeën met gebakjes, en met restaurant Sa Lolla hebben we geregeld dat mensen, voor ze naar de film gaan, bij ons een pizza kunnen eten.’

De Bont zou graag het centrum nog levendiger en bruisender maken, zodat het ook meer studenten trekt. Studenten zijn niet meer zo makkelijk te bereiken, sinds ze op de campus wonen en werken. ‘We zouden hiertoe meer met elkaar kunnen samenwerken’, schetst hij. ‘Nu opereren veel organisaties nog vaak als eilandjes. Ik denk dan: ga met elkaar om de tafel.’

Gecombineerde kaartjes

Zelf biedt Heerenstraat Theater nu bijvoorbeeld samen met Junushoff gecombineerde kaartjes aan voor opera’s en ballet – koop je een kaartje voor ballet in het theater, dan kun je met korting naar ballet op het scherm, of andersom. Met de bibliotheek ontwikkelt Heerenstraat Theater filmprogramma’s voor lagere scholen. Op basis van gedichten maken leerlingen animatiefilmpjes op een tablet. Later zien ze hun filmpjes op groot scherm terug, en ze krijgen een professionele animatiefilm te zien. Met Wageningen ‘45 heeft het een lesprogramma met film over de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld.

Digitale films

In 2009 was Heerenstraat Theater een van de eerste bioscopen die digitale films ging vertonen. Door deze digitalisering kunnen bijzondere culturele gebeurtenissen live in de bioscoop worden bekeken, waardoor het filmtheater steeds meer ook in andere kunstvormen dan alleen film een rol krijgt. ‘Bioscoopschermen worden letterlijk vensters op de wereld’, schetst De Bont. ‘We vertonen nu live opera’s, live balletten en popconcerten. Laatst vertoonden we nog het afscheidsconcert van Black Sabbath in een goed gevulde zaal met rock fans. En toen we deze zomer het concert van voormalig Pink Floyd zanger David Gilmour in Pompei uitzonden, hadden we drie zalen tegelijkertijd vol.’

Ook musea bieden steeds vaker filmdocumentaires aan. Bijvoorbeeld 15 oktober was er in Heerenstraat Theater een zondag over Van Gogh, met onder andere een documentaire van het Van Gogh museum. Op 26 oktober vertoont het Heerenstraat Theater een tentoonstellingsfilm van het British Museum over de Japanse schilder Hokusai.

Vierde zaal

Heerenstraat Theater is in 2004 overgenomen door drie ondernemers waaronder Martin Ruiter en Nico Jacobs van het naastgelegen Café Loburg. De bioscoop werkt niet met vrijwilligers en krijgt, net als filmhuis Movie W, geen subsidie van de gemeente. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld FocusFilmtheater in Arnhem dat nu met 11 miljoen van de gemeente Arnhem in het centrum een bioscoop annex kunstcentrum bouwt. Volgens De Bont kan subsidie oneerlijk uitpakken als filmhuizen overlappen in hun filmaanbod, wat ze nu wel vaak doen. Maar al met al heeft zijn bioscoop niet te klagen. Ook trends als films downloaden van Internet en thuisabonnementen als Netflix tasten de bezoekersaantallen niet aan. Op de planning staat nu zelfs een vierde zaal: omdat het zo goed gaat en omdat door de digitalisering het keuzeaanbod zo groot is geworden.

Kwaliteitsstandaarden

‘Maar hier moeten we hier wel hard voor werken’, zegt Tom de Bont. ‘Vroeger zetten bioscopen hun deuren open en mensen kwamen wel. Nu zijn we met collega’s continu bezig met de vraag of iedereen de kwaliteitsstandaarden nog wel voor ogen heeft. Het is voor Wageningen ogenschijnlijk heel normaal dat het met 38.000 inwoners zo’n hoog niveau qua culturele voorzieningen heeft. Maar het is niet vanzelfsprekend dat we hier én een mooie schouwburg hebben en een mooi filmtheater. Dat moeten we koesteren.’

Elkaars verhalen delen maakt van Wageningen een betrokken stad

Achter kunst en kunstenaars zitten vaak verhalen met meerdere lagen. Die met elkaar delen maakt Wageningen tot een stad waar mensen elkaar eerder zullen helpen, zegt allround kunstenaar Robbert Kamphuis.

Zestien oktober speelt in Junushoff een van de bekendste jazz bassisten ter wereld: Richard Bona. Dat deze topmuzikant gedurende zijn tournee door West-Europa ook Wageningen aan doet, is geregeld door Stichting Jazz Wageningen. Al zeven jaar weet Jazz Wageningen wereldberoemde jazz musici naar Wageningen te halen. Aan de wieg van de stichting staan kunstenaar Robbert Kamphuis en bassist Jasper Somsen.

Robbert Kamphuis

‘Ik vind het belangrijk dat er in Wageningen dingen van betekenis gebeuren’, verklaart Kamphuis. ‘We hebben hier natuurlijk geen zaal met 10.000 uitzinnige fans. Maar toch slagen we erin ze hier te krijgen door het voor de muzikanten heel leuk te maken. We zorgen voor een publiek van liefhebbers, we eten samen met ze, we voorkomen gedoe en we kleden het podium een beetje gek aan met schemerlampen. Om de kaarten niet te duur te maken, doen we binnen de Stichting alles vrijwillig. En het werkt: inmiddels bellen Amerikaanse agenten ons of we nog een concert willen regelen.’

Kamphuis zelf speelt piano en toetsen in een paar jazz bandjes. Maar op het moment is hij hier niet heel actief mee. Behalve muzikant, is hij namelijk ook nog schilder, fotograaf, theatermaker, organisator, dwarsdenker, creatief workshopleider en nog meer – allround kunstenaar dus. Zijn inkomen verdient hij met de verkoop van schilderijen en het ingehuurd worden voor creatieve bijdrages aan bijvoorbeeld symposia of openingen.

Graag zou Kamphuis een onafhankelijke, regionale krant of medium hebben voor kunst en cultuur. Deze zou de Wageningers op de hoogte moeten houden van wat hier allemaal gebeurt. ‘Er gebeurt hier zo ontzettend veel aan kunst en cultuur’, licht hij toe. ‘Zoveel mensen hier doen bijzondere dingen waar ze in de rest van de wereld grote waardering voor krijgen. Maar dit wordt binnen Wageningen slecht gedeeld. Een onafhankelijk medium kan zorgen dat we meer van elkaar weten. Daar wordt iedereen vrolijker van. En als we elkaars verhalen kennen, zullen we elkaar ook eerder helpen. Dat heb je nodig voor een betrokken samenleving.’

Als voorbeeld van zo’n onbekende Wageningse kunstenaar geeft hij heavy metal zanger David Marcelis. Door de week is hij remote sensing specialist, in het weekend staat hij in een leren pak als Lord Volture op vele internationale podia. Zo zijn er ook meerdere Wageningse zangers die mooie filosofische teksten schrijven, of die al meerdere albums hebben gemaakt. Kamphuis: ‘Er zijn zoveel mensen hier die zich niet laten leiden door geld, maar heel gedreven met hun passie bezig zijn en daar steeds beter in willen worden. Dat is misschien wel de grootste rijkdom van deze stad.’

Volgens Kamphuis zitten er achter kunstenaars, kunstwerken en cultureel erfgoed vaak interessante verhalen. Een mooi voorbeeld is Hotel de Wereld. De capitulatie is daar niet op 5 mei 1945 getekend, maar op 6 mei in de naastgelegen Aula of volgens sommigen in een schuur langs de Nude. En de pen waarmee dit is gedaan ligt zowel hier in de Casteelse Poort, als in een museum in Canada…

Om verhalen uit te wisselen organiseert Kamphuis deze herfst voor de veertiende keer de Tafel van W (www.tafelvanw.nl). Daarmee is hij begonnen nadat de gemeente een duur bureau had ingeschakeld om creatieve economie te stimuleren in Wageningen. Dat mislukte behoorlijk. Kamphuis startte toen (onbezoldigd) met dit eigen initiatief. ‘Ik onderscheid vier groepen die weinig weet van elkaar hebben’, vertelt hij. ‘Wetenschappers, ondernemers, creatieven en bestuurders. Die laat ik op bijzondere locaties met elkaar eten. Want na een etentje, bel je elkaar toch eerder op om samen iets te gaan doen.’

Een van de bijzonderste Tafels was in het Marin, in één van de proefbassins. Een zangeres, de stadsdichter, een goochelaar, een drijvend bandje en ultrakorte spreekbeurten vermaakten de vijftig gasten gedurende het eten. Het thema was die keer dat Wageningen een blauwe in plaats van een groene stad zou moeten zijn. De gasten begonnen met rijke groene salades, maar uiteindelijk stond er alleen nog droog scheepsbeschuit op tafel. De schipbreuk die ze leden werd begeleid door De Waterlanders, een Wageningse operazangeres en de wind- en golfmachines van het Marin.

Kamphuis: ‘Nu hoor je het in allerlei TED-Talks, maar eigenlijk roep ik het al jaren: spelen en samenwerken zijn onmisbaar als het om innovatie gaat. Spelen moet ook onderdeel zijn van de nieuwe economie. Waarbij het niet meer op de VOC-manier draait om geld verdienen ten koste van anderen, maar om de vraag hoe je van activiteiten sámen beter kunt worden. Ik zoek zelf ook een antwoord op die vraag. Wat kan ik doen om Wageningen, en zo uiteindelijk ook Nederland en de wereld, leuker en sterker te maken?’

Vorig jaar heeft Kamphuis een beeldje gemaakt: ‘De Wageningse podiumnoodt’. Met het beeldje wil hij het pleidooi van WageningenLIve, Unitas en Popcultuur Wageningen ondersteunen voor een extra podium voor live-muziek in Wageningen. ‘Je moet denken aan zoiets als Doornroosje in Nijmegen of Verkadefabriek in Den Bosch’, schetst hij. ‘Als er genoeg Wageningers zijn die hier moeite, tijd en geld in willen steken, dan kan dit.’

Een schilderij maken helpt je bij je emoties te komen

Kunst kan Wageningse burgers inspireren om zelf creatief aan de slag te gaan. Volgens kunstenaar Thea Vos kan de gemeente die creativiteit stimuleren door ateliers ter beschikking te stellen.

Beeldend kunstenaar Thea Vos vindt het belangrijk dat haar schilderijen laten zien wat haar beweegt, en dat ze gesprekken op gang brengen. Maar nog liever dan exposeren, inspireert ze andere mensen om ook creatief aan de slag te gaan met het maken van een schilderij, beeld of collage. ‘Ik hoop dat mijn werk mensen enthousiast maakt om zelf te gaan onderzoeken waar hun talenten liggen. Ik hoop dan dat ze zich niet laten tegenhouden door gedachtes als: ‘dat kan ik toch niet’.

In haar atelier op de Markt heeft ze al honderden cursisten gehad. Sommigen komen alleen zo nu en dan, om advies over hun werk te vragen, anderen komen al jaren bijna elke week. Het zijn qua opleiding, leeftijd en levenssituatie gemengde groepen, van artsen en verkopers tot advocaten en elektriciens, van huisvrouwen en studenten tot mensen met een rugzakje.

Betaalbaar

Om de cursussen voor iedereen betaalbaar te houden zijn de prijzen relatief laag. Bijvoorbeeld deelname aan Open ateliers, waarbij je vrij mag binnenlopen voor hulp en een werkplek, kost 8 euro per uur (5 euro voor studenten). Ook een cursus met een thema is betaalbaar: meestal zo’n twaalf euro per uur. Als mensen dit echt niet kunnen betalen, past Vos de prijs aan. Ook op andere manieren zijn de cursussen zo toegankelijk mogelijk gemaakt. Er is bijvoorbeeld geen opdracht waardoor iedereen hetzelfde moet maken. Dat voorkomt dat cursisten hun eigen werk gaan vergelijken met anderen die het misschien ‘beter’ doen.

Vos: ‘Op de cursussen probeer ik mensen te laten ervaren hoe lekker het is om te spelen. Even alles om je heen te vergeten en bezig zijn met onderzoek en materialen.’ Thea Vos heeft al vele malen ervaren dat onderzoek doen, voorafgaand aan het werk dat je wilt gaan maken, je veel kan leren over jezelf. Het gaat dan om associatief onderzoek doen naar beelden of theorieën die je aanspreken, en naar wat je zelf hebt meegemaakt. Zo had Vos zelf zich een paar jaar geleden verdiept in het Romeinse dichtwerk Metamorfosen van Ovidius. Mede hierdoor was ze gaan inzien hoe emoties als jaloezie en zich gekwetst of onderdrukt voelen, door alle tijden en culturen heen hetzelfde blijven.

Houten en gipsen balkjes

In haar atelier staat een beeld met houten en gipsen balkjes. Het stellen duidelijk mensen voor, maar wel mensen zonder gezicht. Ook in haar schilderijen hebben de mensen vaak geen gezicht. ‘Mensen mogen vaak geen gezicht hebben’, licht ze toe. Maar zulke resultaten van onderzoek ziet ze vaak pas achteraf in haar werk. ‘Daarin zie ik dan ook autobiografische stukken. En dat fascineert mij enorm.’

Vos, die ook in de zorg heeft gewerkt, maakt het regelmatig mee dat ook cursisten in hun werk de ervaringen zien die hen bezig houden. Soms willen mensen erover praten, of barsten ze zelfs in huilen uit. Die neemt ze hen even mee naar een andere ruimte, zodat ze ook inderdaad over hun emoties kunnen praten. ‘Het is goed als mensen over hun emoties praten’, zegt ze er nuchter over.

Minder geld per schilderij

Deze en andere rollen van de beeldende kunst staan echter wel onder druk, is haar ervaring. Het wordt steeds moeilijker voor beeldend kunstenaars aan hun werk te verdienen. Vroeger kregen kunstenaars nog ‘hanggeld’ als ze exposeerden, nu moeten ze behoorlijk betalen – in sommige galeries zelfs 1150 euro per vierkante meter. Daarnaast moet je de galeriehouder ook nog eens tussen de 20 en 50 % commissie betalen voor elk verkocht werk, en kunstliefhebbers lijken minder dan twintig jaar geleden voor een schilderij te willen betalen.

Volgens Vos kan de gemeente Wageningen helpen door snel en goedkoop panden beschikbaar te stellen voor ateliers. Zelf heeft ze haar pand op de Markt al langer geleden samen met haar man gekocht. Als ze het nu voor commerciële prijzen zou moeten huren, zou ze nog maar weinig aan het lesgeven kunnen verdienen. In meer ateliers in Wageningen, zouden ook meer burgers creatief kunnen werken.

Verbinden met kunst

Vos vindt voor Wageningen ook het ‘verbinden’ belangrijk: het verbinden van Wageningse burgers met kunst, en van kunstenaars met elkaar. Daarom heeft ze ook Kunst Wageningen helpen opzetten, het jaarlijkse weekend waarbij kunstenaars uit de regio exposeren en verkopen in Junushoff. Hiermee wilde ze de drempel voor burgers verlagen om kunstwerken te bekijken en te kopen – in galeries zijn de prijzen hoger, en ben je als bezoeker minder anoniem. Hetzelfde beoogt ze nu met de terugkerende manifestatie Kunstwinkel Wat Wils, waarbij kunstenaars exposeren en workshops geven in vrijstaande winkelpanden.

Met haar man en twee vrienden is Thea Vos nu ook bezig een verbindend project op te zetten in een groot, leeg pand bij Duivendaal. Als de gemeente toestemming geeft het te betrekken, willen ze er gaan wonen, en er concerten, exposities, gezamenlijke maaltijden organiseren met mensen van andere nationaliteiten. Vos: ‘We zouden zo in het centrum, samen met organisaties als Junushoff, bijvoorbeeld per twee maanden Mexicaanse of Eritrese kunst en cultuur kunnen introduceren.’

Voor ieder wat wils in theater Junushoff

Dorien van de Laak & Loek Buys | Theater Junushoff in Wageningen

Natuurlijk is Wageningen geen Amsterdam of Den Haag. Toch heeft het als kleine stad wél een eigen schouwburg waar Wageningers kunnen kiezen uit meer dan 140 voorstellingen per seizoen. ‘Junushoff draagt bij aan het stedelijk klimaat van Wageningen‘, zegt directeur Loek Buys. ‘Dat stedelijke karakter mag best nog wat meer worden aangezet want het is een uniek selling point in de Food Valley’ vult adjunct directeur Dorien van de Laak aan.

Junushoff wil graag dat de voorstellingen voor ieder wat wils bieden, en doen daar ook veel moeite voor. Meer dan in het verleden programmeert het theater populaire musicals en shows. Ook programmeert het vaker populaire zangers, zoals vorig jaar Frans Bauer en Nick en Simon – voorstellingen die veel mensen erg leuk vinden, en die daarom ook snel zijn uitverkocht. Kaartjes ervoor zijn niet goedkoop, maar mensen met een kleine portemonnee kunnen voor alle voorstellingen in Junushoff een tegemoetkoming krijgen bij de Doe Mee fondsen van Ede en Wageningen. Voor jongeren beneden de 26 heeft Junushoff een last minute korting: voor een tientje kunnen ze naar iedere niet uitverkochte voorstelling. ‘We vinden het belangrijk dat iedereen de kans heeft van theater te genieten, kunst en cultuur moet voor iedereen toegankelijk zijn’, zegt adjunct directeur Dorien van de Laak.

Dorien van de Laak & Loek Buys | Theater Junushoff in Wageningen

Avontuurtjes

Tegelijkertijd willen Buys en Van de Laak de regio vernieuwende kunst bieden. Meer dan de meeste andere theaters programmeert Junushoff daarom voorstellingen van jonge, soms nog onbekende acteurs. Zo helpt het theater meteen ook deze acteurs een podium te bieden. Om mensen te verleiden zulk vaak verrassend of ontroerend theater te bezoeken zet Junushoff ‘avontuurtjes’ in. De theaterliefhebber koopt een kaartje voor 2 voorstellingen tegelijk, met een korting voor de experimentele. ‘Theater, waaronder juist vaak experimenteel theater, kan hele nieuwe inzichten bieden in actuele maatschappelijke problemen’, zegt Van de Laak. ‘En het kan het ook makkelijker maken om over moeilijke onderwerpen te praten.’ Een goed voorbeeld van een toneelstuk dat een lastige en actuele kwestie bespreekbaarder maakt, vond ze het in april uitgevoerde stuk De Vader. Naarmate de avond vorderde werd deze vader, gespeeld door Hans Croiset, steeds dementer. Bij het nagesprek in de bar (steeds vaker wordt bij toneelstukken een nagesprek georganiseerd met de spelers), bleek dat het stuk had geleid tot meer begrip, voor de dementerende én de familieleden.

Nieuw publiek

Junushoff trekt nu 30.000 mensen per jaar. Loek Buys heeft de ambitie 45.000 bezoekers per seizoen trekken voor het professionele theaterprogramma. Hij verwacht dat de programmering van populairdere voorstellingen hierbij zal helpen. Nieuw publiek wil hij trekken met onder anderen tribute bands zoals the Analogues en Her Majesty. Dat het gericht nieuwe doelgroepen aanspreken werkt, hebben Buys en Van de Laak gezien bij dans. Dit seizoen zijn 10 dansvoorstellingen geprogrammeerd, waaronder Scala van het Rotterdamse Scapino Ballet. Buys: ‘Tien jaar geleden ben ik begonnen meer dans te programmeren, omdat ik dans zo’n onderbelichtte vorm van podiumkunst vond. Aanvankelijk trokken de voorstellingen van Scapino hoogstens honderd mensen, afgelopen keer waren er zeker 400 bezoekers. Toch een kwestie van volhouden.’

Rol in de keten

Behalve Junushoff zijn er nog allerlei andere podia in Wageningen zoals huiskamerpodia, Wilde Wereld, Loburg Live, een eventueel toekomstig poppodium en Impuls. Het ene podium is meer geschikt voor bijvoorbeeld een groot, professioneel gezelschap, het andere voor een kleine semi-professionele groep, of voor nog studerende kunstenaars. ‘Samenwerken in deze keten is belangrijk’, zegt Buys ‘We moeten elkaar niet als concurrenten zien maar samen een mooi aanbod in Wageningen neerzetten.’ In de zomer is in het theater cafe een nieuwe bar gekomen, evenals een klein podium dat met een handomdraai is te voorzien van licht en geluid: een zogenoemd plug en play podium. Dat podium biedt kansen voor allerlei amateur muzikanten. ‘We willen hier dus uitdrukkelijk niet concurreren met andere podia’, zegt Buys ‘maar een aanvulling bieden.’

Samenwerken in de Food Valley

Het zou goed zijn als in de hele kennisregio Food Valley de positie van kunst en cultuur sterker wordt, vinden Buys en Van de Laak. Sinds een jaar of vier werkt Junushoff daarom nauw samen met Cultura in Ede. Dat werpt zijn vruchten af voor beide theaters: er komen meer bezoekers uit Ede naar Wageningen en vice versa. De programmeringen van beide theaters vullen elkaar aan en bieden samen een breder aanbod voor de regio dan dat de theaters apart hadden kunnen doen. In mei 2018 gaat Junushoff meedoen met het Internationale Kamermuziekfestival dat de Edesche Concertzaal jaarlijks organiseert. Buys: ‘Wij versterken zo de kennisas Wageningen-Ede op cultureel gebied. Zo’n samenwerking tussen Ede en Wageningen zou op meer gebieden kunnen, zoals in cultuureducatie.

Impulse stimuleert dialoog tussen campusbewoners en de ‘buitenwereld’

Ontmoetingscentrum Impulse van Wageningen University & Research (WUR) organiseert verrassende kunstexposities, lunchconcerten, debatten en dialogen. Zo draagt het bij aan de levendigheid op de campus en aan ontmoetingen binnen de campus community.

Al decennia lang doet WUR onderzoek naar bodems en plantenwortels. Maar wie zijn immense hoeveelheid theorieën en getallen bekijkt, heeft nog geen beeld van de miljoenen fijne vertakkingen van de worteltjes van één plant, en van het rijke scala aan bacteriën en schimmels erop. Met het subtiel geweven draadwerk van de Amsterdamse textielkunstenaar Diana Scherer, dat eind 2016 in Impulse hing, kun je je daar in één oogopslag wat bij voorstellen.

Nicolien Pieterse – foto Rita van Biesbergen

Ontspannen omgeving

Bij de opening van Scherer’s expositie organiseerde Impulse, samen met hoogleraar Liesje Mommer WUR, een symposium over plantenwortels met zowel plant- en bodemonderzoekers als kunstenaars en natuurfilosofen. ‘Wij brengen de campusbewoners bij elkaar in een ontspannen omgeving’, verklaart Impulse-manager Nicolien Pieterse. ‘In een andere omgeving staan mensen vaak meer open voor nieuwe ideeën, en denken ze makkelijker out of the box dan op hun eigen werkplek. Daarbij zijn kunst en cultuur verbindende elementen. Een kunstwerk nodigt uit om met degene die toevallig naast je staat uit te wisselen hoe je het werk ervaart.’

Ruwe schilderijen

Deze maand hangen in Impulse ‘paintings’ van de Wageningse kunstenaar Mark Verdoes – ruwe, stemmig gekleurde schilderijen die sterk zijn geïnspireerd op tao en de natuur, en die continue verandering willen uitdrukken. Vanaf 26 september is er bovendien de fototentoonstelling Open your eyes – 30 aangrijpende portretten van slachtoffers van mensenhandel en slavernij in Nederland. Ook organiseert het ontmoetingscentrum bijna elke dinsdag een gratis lunchconcert voor de campusbewoners. Zo speelt dinsdag 26 september Birds of a Feather, een vierkoppige band die met onder andere zang, gitaar en viool een mix laat horen van country, folk en Americana. Later dit jaar zal kunstacademie ArtEZ uit Arnhem vier lunchconcerten met ook klassieke muziek verzorgen. Daarnaast zijn er bijna dagelijks vrij toegankelijke bijeenkomsten over uiteenlopende onderwerpen, zoals over hoe sociaal wetenschappers en natuurwetenschappers samen de verandering van de aarde zouden kunnen bestuderen (26 september), hoogbegaafdheid bij volwassenen (28 september), de wetenschap achter creativiteit (3 oktober) en Moleculen lokaliseren met MS beeldtechnieken (5 oktober).

Verticale landbouw

Een van de onderwerpen die binnenkort op de agenda staat gaat over verticale landbouw, de landbouw van de toekomst waarin groenten in gestapelde kweekbakken onder led-lampen groeien. Pieterse organiseert deze bijeenkomst samen met Wageningse plantonderzoekers en de Eindhovense food designer Chloe Rutzerveld. Rutzerveld maakt onder andere stroopwafels van afgekeurde, zoete groenteresten. ‘We hopen op dialoog en ontmoetingen tussen campusbewoners’, zegt ze. ‘Maar we kunnen natuurlijk niet direct aangeven wat zulke ontmoetingen nu daadwerkelijk opleveren. Bijvoorbeeld zo’n middag over plantenwortels: het kan best zijn dat een van de onderzoekers door een gesprek toen, een half jaar later pas op een vernieuwend idee voor een onderzoeksvoorstel komt. Dat dit idee voortkwam uit die middag, is dan niet altijd meer na te gaan.’

Wageningse burgers

Hoewel Wageningse burgers altijd welkom zijn, is het ontmoetingscentrum vooral gericht op de campusbewoners: zo’n vijftienduizend studenten en medewerkers van Wageningen UR, en een paar duizend medewerkers van andere onderzoeksinstituten en bedrijven, waaronder Friesland Campina en (vanaf volgend jaar) Unilever. Net na de opening van het gebouw, in 2012, heeft Impulse een expositie georganiseerd met Aeres Hogeschool, ook een campusorganisatie. Geëxposeerd werd het werk ‘Islands of thoughts’ van beeldhoudster Eveline van der Duyl: grote koppen van denkers waarbij het materiaal past bij de persoon. Kant was bijvoorbeeld gemaakt van kant, Leibniz van hout en gips, en Belle van Zuylen van hout, textiel en klei. Pieterse: ‘In de toekomst willen we vaker met andere instituten en bedrijven op de campus tentoonstellingen en inhoudelijke bijeenkomsten organiseren. En daarnaast hopen we natuurlijk dat ook hún medewerkers steeds vaker Impulse weten te vinden. Zo krijg je meer uitwisseling tussen Wageningen UR en bedrijven, wat uiteindelijk weer bijdraagt aan vernieuwend onderzoek. We hebben hier op de campus nu wel mooie wandelpaden met bankjes. Maar mensen uit verschillende organisaties gaan, bijvoorbeeld als ze op zo’n bankje zitten, niet gemakkelijk vanzelf met elkaar praten. Dat moet je echt organiseren.’

Loods met materialen

Graag zou Pieterse studenten en medewerkers meer gelegenheid geven hun creativiteit te ontwikkelen. Ze denkt daarbij aan een ruimte waar studenten, onderzoekers en Wageningse burgers kunnen experimenteren en ideeën kunnen uitwerken. Een gezamenlijke broedplaats voor wetenschap en kunst, op de campus of in de stad. Daarnaast zou ze graag het huidige kunst –en cultuuraanbod willen aanpassen aan de vele internationale studenten en medewerkers die Wageningen telt. ‘Inventariseer en faciliteer de wens van de buitenlanders aan kunst en cultuur. De culturele diversiteit die hier zo sterk is vertegenwoordigd zou Wageningen veel meer kunnen inzetten. Dat zal een verrijking zijn voor de stad.’

Het vrije woord staat centraal in de bblthk

De bblthk Wageningen waakt ervoor dat alle Wageningse bevolkingsgroepen toegang houden tot het vrije debat.

De bblthk speelt een bredere rol in de Wageningse cultuur dan alleen het uitlenen van boeken. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld werd er de expositie Tijd voor Tapijten van stichting De Vrolijkheid geopend. De tapijten zijn ontworpen door kunstenaars met een vluchtelingenachtergrond, en gemaakt door families uit AZC’s. Ook organiseerde de bblthk vrijdag een workshop ‘Spelletjes, liedjes en versjes’, voor baby’s en hun (groot)ouders.

Foto: Cees Beumer

Middenklassen

Directeur Sjaak Driessen: ‘Het zijn vooral de middenklassen en lagere inkomensgroepen die hier komen. De hogere klasse zien we minder. Dat is het mooie aan de bibliotheek: de samenleving dreigt steeds verder uiteen te vallen in groepen met verschillende achtergronden. Wij brengen al die groepen bij elkaar door ze te inspireren met allerlei vormen van cultuur en kennis. De bibliotheek is een van de weinige publiek toegankelijke gebouwen in Wageningen. Er zijn veel Wageningers die hier regelmatig zitten, bijvoorbeeld om kranten te lezen of om rustig te studeren.’

Streekromans en Sartre

Natuurlijk is de bblthk ook nog steeds dé plek om, voor weinig geld, de mooiste boeken, films en cd’s te lenen. Je kunt er kiezen uit 50.000 boeken, van allerlei stromingen en voor ieder wat wils. Voor wie van Sartre houdt, voor wie weg wil dromen bij een streekroman, voor wie meer over dinosauriërs wil weten en voor wie zijn bakkunsten wil verfijnen: de boeken staan er gewoon. ‘Met lezen en genieten van cultuur’, zegt Sjaak Driessen, ‘vergroot je je voorstellingsvermogen. Boeken en muziek brengen je op gedachten en ideeën waar je nog niet eerder op was gekomen. Ze laten je emoties ervaren waar je je nog niet van bewust was. Als mensen niet meer lezen, of als de vrijheid van schrijvers aan banden wordt gelegd, zul je zien dat politieke dogma’s aan kracht winnen. Uiteindelijk is dat een gevaar voor de samenleving.’

De waarheid spreken

Het vrije woord in de meest ruime betekenis staat in de bblthk centraal. Sjaak: ‘Je mag hier liegen en de waarheid spreken. Wij gaan niet censureren. Bijvoorbeeld als wij persoonlijk een populair boek over voeding onzin vinden, maar we weten dat een bepaalde groep Wageningers dat graag leest, schaffen we het aan. Wel brengt zo’n boek ons dan op het idee om een er een activiteit over te organiseren met de schrijver en bijvoorbeeld een onderzoeker van Wageningen UR.’

Zelf boeken inscannen

In 2014 moest de bblthk bezuinigingen. Maar dat is goed opgevangen door onder andere bezoekers zelf hun boeken te laten inscannen, en door bij activiteiten meer menskracht te vragen van organisaties die de activiteit mee-organiseren. Het resultaat is dat de bibliotheek nu meer doet. Stond de teller bij de deur eind 2005 nog op 112.000 bezoeken, in 2016 waren het er ruim 240.000, met dat jaar zo’n 22.000 unieke bezoekers. Dankzij de nieuwe inrichting, met een houten tribune voor 150 mensen en een ruim podium, is het voor organisaties ook heel aantrekkelijk geworden om met de bblthk een voorstelling of debat te organiseren.

(Digi)Taalhuis

De bblthk doet veel moeite om álle bevolkingsgroepen te laten genieten van kennis en kunst, ook de laaggeletterden. ‘Begin dit jaar zijn we gestart met het (Digi) Taalhuis’, vertelt Jac. ‘Vrijwilligers ondersteunen op vrijdagavonden mensen die vragen hebben op het gebied van taal, rekenen of computers. Ook gaan we naar lagere scholen om de taalgevoeligheid van kinderen te vergroten met gedichten, verhalen en muziek.’ Steeds meer werkt de bblthk in projecten met meerdere organisaties samen. Het (Digi)Taalhuis bijvoorbeeld, wordt door acht organisaties gedragen waaronder onderwijsinstelling ROCA12, Solidez , VluchtelingenWerk, Vrijwilligerscentrum, ’t Gilde en de Gemeente Wageningen.

Verbinding stad-universiteit

De bblthk legt ook verbindingen tussen de stad en de universiteit. ‘Vier jaar geleden zijn we al begonnen met de zondaguniversiteit waarbij onderzoekers lezingen houden voor de Wageningse bevolking’, vertelt hij. ‘De tribune zit vaak overvol.’ In oktober starten we met kindercolleges En ook de zogenoemde WUR-talks worden voortaan deels in de bibliotheek gehouden.

Meer kunstenaars van buiten

Sjaak Driessen heeft wel een wens. ‘Wageningen zou vaker activiteiten en tentoonstellingen met kunstenaars van buiten moeten organiseren. Voor het Belmonte festival in juni had hij bewust twee Surinaamse kunstenaars uit Amsterdam naar Wageningen gehaald om er hun vernieuwende theatrale poëzievoorstelling ‘Haar’ uit te voeren. Nu denkt hij erover een literair festival te organiseren met jonge Nederlandse en Duitse schrijvers. ‘Wil je van Wageningen echt een internationale stad maken, dan moet je zorgen voor een open cultuur, met in je programmering ook continu invloeden van kunstenaars en kunstenmakers van buiten Wageningen.’

Locatietheater verbindt met de plaats waar je woont

Theatermaker Remco de Kluizenaar verbindt al spelend mensen met een plek.

Op een avond in mei 2017, zo rond acht uur, zat op een afvalcontainer in de Nude een grote Plastic Man, gemaakt van plastic zakken, shampooflessen en ander plastic afval. ‘He, kom maar naar voren hoor’, riep deze Plastic Man tegen het grinnikende publiek. ‘Jullie kennen mij toch? Ik draag jouw boodschappen.’

Smelten en weer heel worden

De Plastic Man – een reus die wilde smelten en weer heel worden – werd gespeeld door Remco de Kluizenaar, Wageningse theaterman, muzikant, handige knutselaar en mede-initiatiefnemer van kunstenaarscollectief De Waterlanders. De straatact was onderdeel van een wijkwandeling met vier voorstellingen waaronder ook een act waarbij de bewoners als reuzen door een maquette van verplaatsbare kartonnen Nudeflats konden lopen. Het project, ook uitgevoerd in de Benedenbuurt, heet Buurtsafari.

Locatietheater

‘Met ons locatietheater verbinden we mensen met de plaats waar ze wonen’, vertelt Remco de Kluizenaar in zijn huis in de Benedenbuurt. ‘Als je na De Plastic Man weer langs die containers loopt, dingen waar je normaal gesproken geen aandacht aan schenkt, zie je die plaats toch anders.’ De wandeling ging ook door hofjes en langs water en moestuinen. ‘Veel mensen zeiden daarna niet te weten dat de wijk zo groen was. Ik hoop dan dat mensen daar eens vaker gaan zitten.’

Lelijke plaatsen

De Waterlanders, een collectief van vier kunstenaars, bieden op interessante plaatsen in een wijk of in de natuur een totaalervaring van theater, beeldende kunst en geluid. Dat kunnen hele mooie plaatsen zijn, maar ook vergeten, lelijke plaatsen zoals onooglijke steegjes met grijze achterdeuren. De groep speelt regelmatig op festivals waaronder Oeral, Karavaan en Chalons dans la rue en Les Envies Rhonements in d’Avignon. Deze zomer speelt ze op verschillende plaatsen hun voorstelling Oorkest. Het publiek, deels geblinddoekt, verzorgt zijn eigen concert met hulp van door de Waterlanders gemaakte instrumenten.

Effecten van kunst

‘Bewoners verbinden zich ook met elkaar’, zegt Remco de Kluizenaar. ‘Na afloop van een act praten ze vaak nog even over het thema. En theater kan ook veel onvoorziene effecten hebben zoals inspiratie op doen, en problemen weer van een andere, nieuwe kant zien. Misschien zat er in het publiek in de Nude wel een jongere die door onze voorstelling op het idee is gekomen ingenieur te worden.’

Verborgen compositie

Voor Impuls van Wageningen UR ontwierp De Kluizenaar een Verborgen compositie in de ruimte. Wanneer bezoekers in Impuls op witte stippen gaan staan die elk een eigen klank geven, dankzij software dat camerabeelden omzet in geluid, maken ze samen een compositie. ‘Ik probeer mensen aan het spelen te krijgen. Omdat ik zelf zoveel baat heb bij het spelen. Als ik even op de snaren van mijn gitaar tokkel, heeft het onbewuste alweer een probleem waar ik in vast zat opgelost. In dat spelen wil ik andere mensen ook meekrijgen. Er zou een herwaardering moeten komen voor het onbewuste.’

Niks nodig van de Gamma

‘Er komen echt zoveel oplossingen uit spelen. Bij veel van mijn uitvindingen heb ik gezien dat ik helemaal niks van de Gamma nodig heb. Laatst heb ik nog voor boven onze trap een stevig, uitschuifbaar wasrek gemaakt van bamboe en hout uit een container. Onze schutting bestaat ook geheel uit afvalhout. Het is goed dat op de Werf steeds meer wordt toegestaan dat Wageningers weggegooid hout of andere materialen meenemen.’

Bijenhotels en faunavoorzieningen

De Waterlanders maken theater met bijdrages van een gemeente, een bedrijf of, in geval van de voorstelling op Oeral, een NGO als de Vogelbescherming. Maar van dergelijk opdrachtwerk kunnen maar weinig zelfstandig werkende kunstenaars rond komen. De Kluizenaar klust daarom ook in de bouw. Nu werkt hij tijdelijk aan het opknappen van ruimtes in ’t Venster voor Vrije School De Zwanenridder die daar enkele klassen gaat huisvesten. Daarnaast verkoopt hij zelf gebouwde bijenhotels en faunavoorzieningen voor vleermuizen, insecten en padden – zootels.

Honderd euro voor een kaartje

De Waterlanders maken ook vrij, eigen theater. Maar daaraan verdienen de vier kunstenaars weinig. Mensen willen vaak niet meer dan een paar euro entree betalen, terwijl een voorstelling van twintig minuten ruim honderd euro per bezoeker zou kosten, als je alle tijd zou rekenen. ‘Zonder subsidies kan er dus geen vrije kunst worden gemaakt’, concludeert De Kluizenaar. ‘De gemeente heeft nu per jaar 2500 euro subsidie voor vrije kunst, maar dat ben je al kwijt met de organisatie van 1 schilderijententoonstelling.’ Meer opdrachtwerk, waarbij binnen een gegeven thema veel vrijheid is, zou ook tot meer kunst leiden. ‘Misschien zou wat van het geld dat nu naar wijkontwikkeling gaat (100.000 euro per jaar red.) naar kunstprojecten zoals Buurtsafari kunnen gaan.’

Opslag van materiaal

De Waterlanders mogen wel vrij van de gemeente de oude school (WELKE?) op de Nolensstraat gebruiken, nodig om te klussen en voor opslag van al het materiaal voor voorstellingen. Zonder die faciliteit had de theatergroep niet bestaan. Remco de Kluizenaar: ‘Die ruimte hebben we echt nodig anders zouden we steeds nieuwe materialen moeten kopen of verzamelen, en een commerciële huurprijs van 2000 euro per maand hadden we nooit kunnen betalen. Om kunst te stimuleren, zou de gemeente dus ook vaker en sneller leegstaande gebouwen beschikbaar kunnen gaan stellen aan kunstenaars.’