‘Als je niet komt, is je kans voor altijd voorbij’

Initiatiefnemers grote tentoonstelling ‘Point of no Return’ in Wageningen 

WAGENINGEN – Op 2 november opent in Wageningen de tentoonstelling Point of no Return waaraan 22 kunstenaars meedoen. In interviews besteden we aandacht aan ‘the making of… Point of no Return’.

Ze zitten vol positieve energie en hun eigen ideeën smeken om uitvoering in kunst. En toch offeren de Wageningse kunstenaressen Petra de Vree en Jacqueline van Bergeijk vrijwillig maanden op om een tentoonstelling te organiseren.

Wat bezielt ze om zoveel tijd te stoppen in Point of no Return?

Het idee voor het thema vond Petra de Vree bij de Maya-voorspellingen dat op 21 december 2012 de wereld een ingrijpende omwenteling wacht. Ze heeft vijftien jaar in het buitenland gewoond en gewerkt. ‘Ik geloof zelf niet in die voorspellingen, maar ik merkte in Guatemala hoezeer het dagelijks leven doortrokken is van Maya-rituelen. Daarom wilde ik juist in 2012 iets doen met kantelpunten, keerpunten.’

Petra’s idee viel in goede aarde bij Jacqueline van Bergeijk en al snel wisten ze dat ze samen deze tentoonstelling wilden dragen. Het thema sloeg aan bij verrassend veel leden van het Platform Beroepskunstenaars Wageningen.

Kunstcoaches

Kunstenaars uit verschillende disciplines – fotografie, ruimtelijk werk, schilderijen, literatuur –werken momenteel met het thema. Ze kregen begeleiding van kunstcoaches Jos van Gessel en Ineke Kaagman.

Jacqueline: ‘De coaches hebben allerlei luikjes opengezet en daardoor lieten zij kunstenaars over hun eigen grenzen kijken. Iedere kunstenaar kan op een unieke manier met het thema omgaan. Velen hebben dan ook een bepaald moment of kantelpunt uit hun eigen leven uitgewerkt. Dat levert heel gevarieerd werk op.’

Jacqueline werkt ruimtelijk met textiel. Zij heeft haar werk voor de tentoonstelling grotendeels klaar. Petra, die meestal met klei werkt, heeft het thema inmiddels van alle kanten bekeken en uitgeprobeerd, maar ze kwam er nog niet aan toe haar eigen werk te maken.

Je kan met dit thema een dramatisch zwarte kant uit, maar zowel Petra als Jacqueline kiezen voor een positieve lading. Ze zijn het erover eens dat kunst vragen mag oproepen, twijfels mag benoemen, maar het moet niet alleen zwart zijn. Jacqueline: ‘Het leven is voor sommigen al moeilijk genoeg. Het spreekt vanzelf dat kunst niet alleen mooi moet zijn, er moet wel spanning in het werk zitten.’

‘Ik heb in de derde wereld veel ellende gezien,’ zegt Petra. ‘Daardoor voelt het voor mij elitair om ons leven hier dan zwart af te schilderen. Ik wil vooral uitgaan van wat wél mogelijk is.’

Energie

Door de organisatie schiet hun eigen werk er bij in, maar dat hebben ze er graag voor over. Petra: ‘Het geeft je zoveel energie als je ziet dat al deze kunstenaars zich aangesproken voelen door het thema.’

Waarom mogen mensen Point of no Return niet missen?
Jacqueline: ‘Het is zo’n bijzonder thema met heel uiteenlopend werk. Kom kijken en laat je verrassen.’
Petra: ‘Als je niet komt, is je kans voor altijd voorbij.’

Met recht een point of no return.

Annie van Gansewinkel / Foto: Laurent Umans

Kunst en Muziek op Zondag – 26 augustus 2012

Cultuur, natuur en vermaak: zoals elke zomerse zondag op het Everwijnsgoed in het Renkumse Beekdal.

Vanaf 14 uur muziek: ‘Working on the railroad for a dollar a day’ blues door Jitze Kopinga, Laurens van der Zee en Simon Vink

Van 11 tot 17 uur exposities van werken door Hans Wolven (schilderijen), Joke Albers (schilderijen), Evelijn van Bon (sieraden) en Margreet van Eck (beelden)

En ook: een presentatie door het Genealogisch Genootschap Redichem van historische documenten over Renkumse en Heelsumse scholen

Het Everwijnsgoed: een monumentale boerderij in het prachtige Renkumse beekdal. Met een aangenaam terras op het gras onder de eiken.

http://www.everwijnsgoed.nl/

10 jaar Waterlanders, 7 x Oerol

Waterlanders verschijnen dit jaar voor de 7de keer op het Terschellinger Oerol festival. De Waterlanders die dit jaar hun 2e lustrum (10-jarig bestaan) zullen vieren, kruipen in de huid van de Vereniging Natuurmomenten om op tragikomische wijze commentaar te geven op het feit dat Natuur ondergebracht is bij het Ministerie van Economische zaken, en op de vercommercialisering en ver-facebook-ing van… zo ongeveer alles. Waterlanders uit Wageningen verschijnen van 18-26 juni op Oerol, als de boswachters van de VN, van 11:00 tot 17:00 uur.

Natuurmomenten® 2.0- Een Nieuw Geluid, Oerol festival 2011
17 jun t/m 26 jun 2011, 11:00-17:00, Terschelling.

Vol vuur voor de natuur! Het succesnummer van paspoortroute 2010 wordt vervolgd! Mede dankzij de inspanningen van Vereniging Natuurmomenten valt de natuur in Nederland inmiddels onder Economische Zaken. Natuur is welbeschouwd een fantastisch relaxproduct, de ideale tegenhanger van werk, snelweg, gezin. Toch lag dit enorme groene winstpotentiaal er werkeloos bij, omdat de kritische succesfactoren Service en PR ontbraken. In dat gat springt de VN met nieuwe Natuurmomenten®. Wij halen meer uit de natuur! Please retweet: 8.263 personen vinden #Natuurmomenten leuk.

De Vereniging Natuurmomenten is te vinden in het Paspoort-programma van Oerol. Toegangsprijs: 1 Oerol-paspoort.

vlnr: de wageningers Eric Langendoen, Erik Woltmeijer, Remco de Kluizenaar, Bart Heijnemans, samen: de Waterlanders (hier als hun alter ego de Vereniging natuurmomenten)

‘Zand erover’ door Schudden voor gebruik

Na een succesvol seizoen, komt de laatste voorstelling eraan: “Zand erover” , het theatrale liedjesprogramma waarmee theaterzanggroep ‘Schudden voor Gebruik’ afgelopen seizoen langs de Gelderse theaters heeft gereisd. Die laatste voorstelling is op vrijdag 17 juni in theater Junushoff te Wageningen, aanvang 20.30 uur. Kaarten a € 12,50 zijn te bestellen via www.junushoff.nl of 0317 – 465500.

“Zand erover” van componist Jetse Bremer en tekstschrijver Wilbert Friederichs, is een verhaal in a capella gezongen liedjes. Een onschuldig verjaardagsfeestje ontaardt in sociale wanorde, vol achterklap en geslijm, zede en ontucht, vreugde en verdriet. Muzikaal leidster is Elke Jansen, Natasha Schulte tekent voor de regie.

In dit theatrale liedjesprogramma laat ‘Schudden voor Gebruik’, winnaar van de ‘Liever de Liemers Cultuurprijs 2009’, weer van zich spreken met meerstemmig a capella-zang in een eigenzinnig theatraal jasje.

Kijk voor meer informatie in de bijlagen of op de website www.schuddenvoorgebruik.com

‘Jazz at the Rhine Town Club’ sluit seizoen met Jazzholes in 5

In het drieëndertigjarig bestaan van de Wageningse Jazz at the Rhine Town Club is het nog nooit voorgekomen, dat het seizoen werd afgesloten met het optreden van een formatie, die zo kort bestaat als Jazzholes in 5. De vraag rijst dan natuurlijk of de JRTC daarmee niet een groot risico neemt. Immers het credo, dat mede-oprichter Rein Heij indertijd voor de club gaf, was: “In onze club moet de kwaliteit altijd top zijn”. Daar voldoen de muzikanten van de nieuwe formatie dus aan. De bandleider is Frits Gieltjes, die als pianist/zanger in regionale cover- en R&B-bands en diverse bluesbands zijn sporen verdiende. Rond de eeuwwisseling is hij zich gaan toeleggen op zijn oude liefde: de Jazz. Dat leverde in 2006 een succesvolle uitgave van zijn CD “Reis Tijd” op. Op contrabas zien we George van Deijl. In Wageningen geen onbekende bassist, die ondermeer speelde met toppers als Harry Verbeke, Clous van Mechelen en Pia Beck. Achter de drums treffen we de ervaren swingdrummer Cor van Hoften aan. Hij maakte o.a. deel uit van de Forest Jazzband, de Rebound Jazzband en de Musis- en Riverboat Jazzband. Rob Lokhorst speelt alle saxen ondermeer in de jaren tachtig in zijn eigen Rob Lokhorstband. Hij trad ook op met Hans Dulfer en is geruime tijd lid geweest van regionale bands als de Fake Brothers Bluesband en de Rockmasters. Een heerlijke muzikant, die je niet kunt missen is Herbie Guldenaar. Als je zijn muzikale cv bekijkt, dan kun je hem als gitarist zonder overdrijving Herbie Geweldenaar noemen. Afgestudeerd als jazzgitarist aan het conservatorium van Rotterdam speelde hij met vele groten der aarde zoals Joe Pass, Jesse van Ruler, Greetje Kauffeld, Ruth Jacott en nog vele anderen. Kortom: Met deze bezetting, neemt de Jazz at the Rhine Town Club geen enkel risico! Bij Jazzholes in 5 staan lekker muziek maken en swingen voorop en wordt het dus gewoon weer een heerlijk Avondje Jazz in Wageningen!

‘Ik ben heel lief en aangepast’

Marjan Verloop (Dordrecht, 1978) tekent, schildert en fotografeert. Ze schreef columns voor cultuurinwageningen.nl en schrijft nog steeds regelmatig op haar eigen weblog. In haar schilderwerk zijn vaak combinaties van mens- en dierfiguren te zien.marjan

Rob Steenbergen interviewt.

Wat doe je en hoe zou je jezelf beschrijven als kunstenaar?
Ik ben beeldend kunstenaar, dus ik gebruik toch wel het meeste beeld; tekeningen, schilderen, fotografie. Ik doe ook iets teksten, ik schrijf maar ik exposeer daar niet mee, ik doe daar niets mee.

Ja, want je schrijft wel op je weblog?
Ja. Maar ik ben bijvoorbeeld niet iemand die letters helemaal gaat ontleden naar beeld, of typografisch bezig is, dat niet – het gaat mij dan meer om de poëzie van de tekst, of van de inhoud. Het is niet dat ik letters of tekst vertaal naar beeld.

Nee, maar jij observeert…
Heel graag, ja.

En dat werk je uit in zowel je foto’s als in je tekst.
Ja, dat observeren zit dan meer in de fotografie en het schrijven. Dus niet zo direct met het tekenen en schilderen. Dat klopt wel.

Tekenen en schilderijen zijn minder observaties?
Ja, dan zit ik meer in m’n hoofd, dan wil ik meer ideeën op papier brengen, dan moet ik er van alles bijslepen, mijn eigen geschiedenis bijvoorbeeld. En ik wil iets nieuws scheppen. Maar ik heb met tekeningen de laatste tijd weinig van mezelf er in gelegd maar meer de natuur z’n werk laten doen – met die bladvormen en bladstructuren, dat komt van buiten mijzelf, zonder dat ik veel betekenis ga geven.

Dat je meer met gevonden voorwerpen bezig bent?
Ja.

Maar waarom bladeren dan, of de natuur überhaupt?
Omdat ik denk dat de natuur heel veel vormen kent, en lijnen. De grilligheid, die je gewoon als mens helemaal niet kunt tekenen en schilderen. Het is gewoon onvoorspelbaarder, de natuur.

En dat boeit jou, dat onvoorspelbare?
Ja. En het feit dat mensen daarop reageren. Een stad bijvoorbeeld, werd gevestigd aan water of moest zich ook beschermen tegen water. Eigenlijk begint het toch wel bij de natuur…heel veel cultuur ook.
Ik bedoel, in de Sahara, zal ik maar zeggen, vindt je geen schepen of havens – bij wijze van spreken. Dat is ook een reactie, die cultuur en architectuur op de natuur.

Dat kun je ook zien als een soort ontkenning; een stad bouw je vol met gebouwen, je zorgt voor een infrastructuur – en als een soort nagedachte wordt een perkje ergens neergezet.
Ja, dat klopt. Een stad sluit ook wel natuur uit.

Als je hier zo naar buiten kijkt – voor jouw huis; daar is dan zo’n heel keurig perkje, met een berkenboom. Je kunt niet zeggen, dat is natuur.
Nou, voor mij wel… die hele groenstrook, dan denk ik echt van ‘wauw’, zoveel aandacht voor groen. Er is hier ontzettend veel groen en speelruimte. Kijk, die hele straat ligt dan vol met eigenlijk onbenutte ruimte….

Dat is wel weer zo; ze hadden ook een heel lange flat kunnen bouwen.
Ja!

Jouw biografie in een paar zinnen…
Ik ben geboren op 7 mei1978 op het eiland Dordrecht waar de spoorbrug me naar Rotterdam bracht om vwo te gaan. Deze haalde ik in 1996 met voornamelijk exacte vakken. Ik groeide op in een gesloten calvinistisch milieu met zes broers en een zus. Ik als jongste zusje. We waren lezers en onze creativiteit bestond uit spellen spelen en hoe je je kon laten gelden. Er waren geen beelden, geen film, radio en tv. Een woordcultuur. Omdat de meest logische stap studeren was, ook al was ik dan van het vrouwelijke geslacht, ben ik dat gaan doen. Maar alle vormen van onderwijs brachten me geen voldoening.

Hoe ben jij in Wageningen terecht gekomen dan?
Om te studeren. Maar ik heb maar een jaar hier gestudeerd. Ik ging, wat toen nog Rurale Ontwikkelingsstudies werd genoemd, studeren. Volgens mij had ik toen een of andere zendingsdrang, terwijl ik nooit in het buitenland was geweest. Misschien was ook een soort vlucht – ik wilde gewoon weg.

Maar je wilde wel studeren, in ieder geval?
Ja, ik dacht dat ik dat aan mezelf verplicht was.

Maar was er ook een soort verwachting vanuit je familie?
Lacht: Nee, helemaal niet, nee.

Maar begrijp ik dat je je moest doen gelden binnen het gezin, met al die broers?
Ja, maar dat is meer als je aanwezig was in een kamer…weet je wel…al die jongens die praten zo hard en ze waren allemaal ouder en hadden verhalen van wat ze allemaal deden.

En jullie hadden geen tv, krant of radio.
Wel een krant, natuurlijk…maar geen tv of radio.

Het Reformatorisch Dagblad zeker?
Lacht: Ja, natuurlijk!

Maar die woordcultuur… werd er veel gepraat?
Dat moet haast wel, door die preken. We keken geen tv en, dat klinkt misschien heel erg burgerlijk maar we deden spelletjes, wat ik op zich eigenlijk nog steeds leuk vind.
Ja, mijn broers kwamen thuis en hadden altijd verhalen… Daar was ik op zich wel weer jaloers op.

Omdat jij niks beleefde?
Ik was de jongste, zij gingen het huis uit. Dan zat ik daar alleen met m’n moeder en zij vlogen een beetje de wijde wereld in. Dan dacht ik, jij ziet tenminste dingen.

Hoe ben jij dan van een woordcultuur naar een beeldcultuur gekomen?Want jij hebt er uiteindelijk voor gekozen om naar de academie te gaan.
Die woordencultuur, dat waren ook de preken in de kerk en thuis boeken lezen. ’Als je niks te doen heb ga je maar boeken lezen’.
Ik weet niet, ik dacht dat ik daar meer in kwijt kon, dat een beeld sterker zou zijn.

En dat wilde je uiteindelijk – je wilde iets vertellen? Je zat hier Rurale Ontwikkelingsstudies te studeren en toen dacht je: ik wil iets vertellen.
Ja, misschien was het voor mij een ontdekking dat ik ineens zoveel tijd kon besteden aan beeld. Het was een soort vrijheid of zo. Iets nieuws.

Je ging tv kijken.
Lacht: Ook!
Als iets lang niet mag bestaan, dan wil je het juist heel graag. Ik denk dat het zo een beetje werkt. Alles waarvan mensen zeggen, dat is niet goed, dat mag niet…dan krijg zo’n reactie van, waarom niet? Dan wordt je juist nieuwsgierig. Ik denk dat het meer zo werkt.

Maar om dan te zeggen,’ ik ga naar de kunstacademie, ik wil kunstenaar zijn’…Tekende je vroeger al veel?
Ik tekende wel maar niet continu. Ik las ook heel veel toen. Ik las toen veel meer.
Ik dacht toen, je kunt veel meer van je eigen ideeën kwijt in kunst en beeld. En je kunt fantaseren, al kun je ook zeggen, ‘nou, dan ga je toch romans schrijven’.

Ben jij een beelddenker? Als jij iets denkt, zie je dan in beelden, of…denk je in woorden? Of zijn het gevoelens?
Heel veel gevoelens. Ik geloof niet dat ik sterk in beeld of in woord denk… Dat niet het een meer dan het ander is. Ik heb het wel vaak in m’n hoofd zo, dan moet het op papier komen, daar wil ik ongeveer heen. Dat verandert tijdens het werken. 

Jouw werk is behoorlijk divers; je maakt tekeningen, schilderijen en foto’s….én je schrijft….Wat is jouw boodschap, wat probeer je over te brengen in je werk?
Nou, toen ik begon had ik zoiets van, oké ik ben helemaal in de war. Ik had allerlei gedachten over de oorsprong van de wereld – je krijgt eerst de boodschap ‘het zit zo’ en dat is dan heel strikt… en daarna kom je op de universiteit en dan krijg je te horen, ‘nee, het kan ook zo en er is geen bepaalde waarheid en er is een evolutietheorie’ en dacht ik, ja blijkbaar is er niet een bepaalde waarheid en moet ik een of andere zoektocht starten…en moet ik al die verwarring in mijn kunst stoppen of zo. En laten zien aan de wereld dat er niet een bepaalde waarheid is. Maar ik ben daar niet meer zo mee bezig.

Er heeft al een bepaalde ordening plaats gevonden?
Ja. Ik heb wel een bepaalde rust in m’n hoofd.

Die verwarring is er niet meer?
Nee. Maar ik heb wel zoiets van, dat mensen volgens mij níet echt weten hoe het is om zo streng gereformeerd op te groeien. Ik moet niet al het gereformeerde de schuld geven, maar je geeft mensen hun eigen school, je geeft mensen hun eigen kerken… Ze ontmoeten alleen maar andere gereformeerden, dat was in mijn situatie zo. Hoe moeten ze zich dan gedragen als ze 18 zijn en gaan studeren en dan andere mensen ontmoeten? Wat wil je nou in Nederland, als je iedereen z’n eigen scholen geeft…. Nou ik weet niet hoever dat allemaal zo gebeurt, maar hoe in vredesnaam moeten mensen elkaar dan gaan begrijpen?
Daar zit ik nu een beetje mee; of ik dat zo uit moet drukken in mijn kunst.

Vijftig, zestig jaar geleden was dat veel gemakkelijker omdat de maatschappij toen erg verzuild was. Dus als jij inderdaad gereformeerd was opgegroeid, dan bleef je gewoon in de gereformeerde kring hangen.
Ja.

Je hoefde helemaal niet erbuiten. Inmiddels is de maatschappij veel diverser geworden en loopt alles in elkaar over en is misschien is het allemaal verwarrender . Misschien dat de oorzaak van de algemene verwarring in de maatschappij tegenwoordig is, omdat niemand meer houvast heeft.
Ja, dat kan. Maar ik ben bij een lezing geweest, over Calvijn en het Calvinisme. Daar zeiden ze, ja nou, die verwarring is nu zo groot, men is weer op zoek naar identiteit en men krijgt weer belangstelling voor Calvijn en het Calvinisme. Dan denk ik, oké maar vergeet niet de keerzijde van hoe streng het kan zijn, dat herinneren misschien veel mensen zich niet meer. Ik wil gewoon niet tegen mijn kinderen zeggen, als het een dochter is: ‘Sorry, je mag niet in de politiek, sorry, je mag niet in de kerkenraad, sorry, je mag dit niet’. Ik vind dat niet gelijk. Maar zij noemen het ‘er zijn verschillen tussen man en vrouw maar dat is geen discriminatie’.

Jij wilt de kinderen die je krijgt alle vrijheid gunnen, binnen de perken weliswaar, maar niet gebonden aan een bepaalde geloofsovertuiging.
Ja, nou alle vrijheid is ook weer te breed maar….

Ja, dat bedoel ik, binnen bepaalde perken maar dat je ze niet gebonden wil houden aan een bepaalde geloofsovertuiging.Ze mogen wel verder kijken dan…
Misschien is dat wel zo dat er dan wel verwarring optreedt en dat er geen duidelijke kaders zijn.

Dat was dus wel even mijn vraag hè, dat je uit een gereformeerd gezin komt en hoeveel het geloof in jouw werk nog een rol speelt. Maar dat heb je dus een beetje losgelaten.Of in ieder geval, die verwarring heb je achter de rug – je hebt dat een beetje geordend…
Nou, ik merk wel de laatste tijd dat ik dacht dat ik boos was. Misschien is het niet goed om vanuit boosheid te reageren, maar dat je dan….Kijk, als zij het letterlijk nemen, dan kan ik het ook letterlijk nemen. Dan kan ik ook duivels gaan tekenen, dan kan ik doodshoofden tekenen, dan kan ik ook zeggen, ja dat is wél wat men verteld: er is niet zo veel hoop, er is niet zo veel verlossing. Dat is zoals ik het ervaar.

Maar dat is dan toch gewoon jouw boodschap? Niemand hoeft jou te vertellen wat je in je kunst doet, dus als jij dat leuk vindt of nodig vindt, dan doe je dat toch gewoon?
Ja.Maar als die symbolen van engelen, vleugels, het boven dit leven uitstijgen, op zoek naar iets, naar meerwaarde, wat gebeurt er in het leven na de dood… Al die vragen, die heb ik nog steeds. Ik weet niet of je er over nadenkt omdat je streng bent opgevoed of dat het gewoon een karaktereigenschap is, maar wel dat het is waar je steeds mee bezig bent.

Is dat wat je in je werk kwijt wil: die zoektocht?Dat je in ieder geval niet de antwoorden hebt, maar nog wel de vragen?
Ja! Echt zo van, ‘waarom hebben jullie het zo verteld dat er zo weinig hoop op verlossing was’.  Waarom mag ik dan niet die donkere kanten laten zien – ja, dat mag wel, maar zo voelt het voor mij niet.  Dat je niet naar de hemel gaat tenzij je… Een paar mensen gaan naar de hemel, en dat heeft te maken met uitverkiezing en dat soort dingen…dan denk je, ja, dat is toch hopeloos?

Zit je dat dwars?
Nou, ik heb wel eens over straat gelopen en dat ik echt dacht van, oh mijn god, stel nou dat dat waar is, dat zou betekenen dat al deze mensen naar de hel gaan en een paar enkelingen die gaan dan naar de hemel… Toen werd ik bijna depressief maar ik dacht, oh nee ik kan niet depressief worden. Dus ja, dat zit me wel dwars, ja.
Maar aan de andere kant, al die gereformeerden zit het niet dwars want ze blijven naar de kerk gaan. Dus blijkbaar hebben zij íets waaruit ze hoop putten.

Dat is het geloof toch ook, dat is toch een kwestie van… dat is toch een bron van hoop?
Voor sommige mensen wel, ja. Maar ik denk dat het afhankelijk is van hoe letterlijk je bepaalde dingen neemt.

Ik vind dat als atheïst heel moeilijk te beoordelen.Ik zou dat nooit kunnen; ik zou niet naar een totaal abstract, afwezig iets kunnen wenden en zeggen van, geef mij kracht, of zo.
Dat heb ik wel heel lang gekund. Dat is ook niet zo moeilijk. Dat is ook wel erg fijn. Dan hoef jezelf niets op te lossen!

Dat is een kwestie van geloof! Dat doe ik niet. Het is niet eens een geloof in God, het is het geloof in een macht of in een wezen dat jou kracht kan geven.
Dat is op zich niet zo vreemd. Want waarom zou niet naar iets buiten jezelf kunnen kijken? Waarom zouden alle antwoorden in jezelf liggen? Ik bedoel, de wereld is hartstikke groot…Er kan iets zijn dat boven jezelf uitstijgt.

Maar ben je nu van je geloof gevallen?
Mmm, op dit moment denk ik, laat het maar rusten, dat denk ik al heel lang… Weet je, als je zoveel vragen hebt en…

…geen antwoorden?
Ja. Ik kreeg nooit echt veel antwoorden uiteindelijk…dus ja…

Dat is ook een kwestie van geloof hè; je moet het gewoon aannemen.
Ja, misschien wel…

Het geloof komt veel in je schrijven voor, en ook het Calvinisme en je jeugd in Dordrecht. Je kijkt veel terug naar je verleden. Is dat een manier om toch antwoorden te vinden?
Ja, dan weet je wel hoe je gevormd bent. Maar waarom kijken mensen terug naar hun verleden? Ik merk dat het vaak anders is dan er om mij heen gebeurt. Dat ik me afvraag, hoe zit dat dan en waarom is dat zo? Dat je wilt begrijpen hoe het gelopen is en waarom mijn ouders zo waren en dat ik zo ben opgevoed.
Dordrecht vind ik ook een mooie stad. In Dordrecht zijn de Drie Formulieren van Enigheid opgeschreven – dat was het begin van de Reformatie. Dus ik denk, ik ben hier geboren en hier begon de Reformatie – hier ligt mijn begin, of hier liggen de antwoorden.

Zoek je naar een analogie tussen de Dordtse Synode en het ontstaan van de Reformatie en je eigen aanwezigheid op deze aarde?
Ja!
Lachend: En dan ben ik een vrouw hè! Ik wil dat ze het nog een keer herschrijven; niet zeggen de vrouw is onderdanig aan de man.

Je wilt de Bijbel herschrijven?
Nee, dat stukje in de Dordtse Synode.

Je kunt altijd nog doen hè.
Ja…

Maar je rekent op weerstand…
Ja,  maar het heeft ook helemaal geen zin om dat soort dingen te doen. Mensen gaan zich verdedigen.

Maar bijvoorbeeld Maarten ’t Hart, die heeft toch ook zo’n opvoeding genoten?
Toen Maarten ’t Hart op de literatuurlijst stond, weet ik nog wel dat er een hele discussie ontstond. Dat men dat als heel bedreigend vond. Of goddeloos, of hoe ik het ook moet noemen.

Ik neem aan dat Jan Wolkers niet op de lijst stond?.
Dat weet ik eigenlijk niet.

Die komt toch ook uit een streng gereformeerd gezin hè.
Ja.

Maar die heeft zich echt losgescheurd.
Maarten ’t Hart ook.

Lacht: Maar ik zie mezelf niet in diezelfde lijn. Ik kan mezelf daar niet mee vergelijken!
Ik weet ook niet of het voorbeelden zijn, trouwens hoor.

Heb je dat nodig, voorbeelden?
Af en toe. Het is meer een vergelijking. Je wilt toch weten hoe andere mensen het doen?

Hoe wordt een idee geboren? Wat is inspiratie voor jou?
Nou ja, dat ligt er aan wat ik aan het doen ben. Kijk, als ik fotografeer dan denk ik wel bewust, ik ga lopen met mijn camera en ik heb ongeveer in mijn hoofd waar ik heen wil. Maar ik kan me toch laten verrassen door die plekken.

En wat zoek je op zo’n plek? Of wat zoek je überhaupt met je foto’s?
Hoe mensen zich verhouden tot die omgeving. Of ik zoek naar sporen van cultuur of historie.

Maar als ik naar je foto’s kijk zie ik heel weinig mensen.
Ja. Maar wel resten van mensen. In mijn foto’s zie je weer de historie van mensen. Oudere gebouwen vaak of je ziet een moderne auto voor een oud gebouw.

Maar toch ook veel natuur in je foto’s.
Ja…

Dat is toch wel weer de grote inspiratiebron?
Als ik ga schilderen dan wil ik gewoon muziek aan, dan kijk ik naar mooie vormen, mooie vleugels. En dan verander ik het zodat het een eigen wereld wordt. Dat het andere betekenissen krijgt.

In jouw teksten valt het me op dat je het vaak over grenzen hebt.
Grenzen?!

Ja, dat komt heel vaak in je geschriften voor…
Ik denk dat jíj dat denkt omdat jij met grenzen bezig bent!

Dat is inderdaad een grappige overeenkomst, maar in jouw teksten is mij het woord ‘grens’ een paar keer opgevallen, hoewel ik persoonlijk meer overgangen zie in je werk. Het is een soort van op de drempel staan; een overgang van de ene fase naar de andere…van kind naar volwassene, of van het mythologische naar het reële, of misschien zelfs van het christelijke naar het mythologische. Het lijkt mij om het onderweg-zijn te gaan.
Dan moet je soms grenzen over, wil je van het een naar het andere komen…

Dat is, denk ik, het verschil: ik kijk werkelijk naar die hele definitieve lijn, waar het ene ophoudt en het andere begint. In jouw werk zie ik overgang, dat jij die grens overgaat.
Verandering, is dat voor mij, transformatie. Dat alles niet meer zo absoluut is. Vroeger was alles absoluut, God was absoluut eeuwig, onveranderlijk. Ik was slecht, God was goed. Alles was min of meer uitgestippeld. Toen kwam ik er achter dat dat niet zo is. En misschien heb ik die houding of die gedachte of die zoektocht dan nog steeds: dat niets meer absoluut is.

Maar zou je dan onbewust uitbeelden dat jij die transformatie ondergaat?
Ik denk het, het zou goed kunnen.
Maar ik denk ook: alles verandert. Dat gaat geleidelijk. Dat zie je al door de eeuwen heen. Klimaatsveranderingen.Er is gewoon niet zoveel blijvends, ik zou niet weten wat er blijft…ja, moleculen misschien…of atomen.

Welke kunstenaar inspireren jou? En is dat in jouw werk te zien?
Lacht: Ik geloof dat ik meer door schrijvers geïnspireerd wordt . Dat ik denk: hè hè, herkenning! Maar ik vind het werk van Rinke Nijburg heel mooi, de tekeningen. Die vermenging van dieren en mensen. Ik weet niet of hij dat zelf zo bedoelt…
Ik heb z’n tekeningen in Amsterdam gezien. En bij Galerie Wit ook. Had hij ook vlinders gemaakt, heel vervelend….daar was ik op dat moment ook mee bezig….(lacht)…met vlinders. Vlinders zijn ook vergankelijk. Ik heb in mijn achterhoofd nog altijd het vergankelijke, het vanitas.

Ik wil je vragen om eens drie ideeën te noemen die je zelf graag had verzonnen. Zou het werk van die kunstenaar er dan bij horen?
Welke kunstenaar? Van Rinke Nijburg?
Jaa, er zit wel een tekening bij waarvan ik dacht, wat heb je een mooi mensfiguur met een mooie…, volgens mij was het een vis, op de achterkant van zijn rug. Of ik had het boek van Jan Siebelink [Knielen op een bed violen] wel willen schrijven. Dat had ik wel gewild, dat ik zo kon schrijven. Lacht: Dat ik dan niet meer zo boos was, maar dat je dat heel gevoelig neerzet zonder keihard…

Maar je ambieert wel het schrijversschap – je zou wel een romanschrijver willen worden?
Nou, eigenlijk geloof ik niet meer zo goed dat wat ik wil vertellen, dat ik dat kan neerzetten.

Maar misschien over een paar jaar wel. Als je er afstand van hebt genomen. Als je jouw reisdoel hebt bereikt.
Ja, dan moet ik wel heel veel tijd en ruimte hebben. Waar moet ik in vredesnaam die rust vandaan halen?!

Wanneer krijg jij je beste ideeën dan?Zonder je jezelf af, zoek je de stilte op, of ga je juist de stad in?
Oh nou ja, ik weet niet, ik ben er heel vaak in mijn hoofd mee bezig…

Je put het gewoon uit je eigen ervaringen?
Ja. Dan ga ik lopen en dan ben ik er niet eens zo mee bezig maar dan zie ik allemaal vallende bladeren. Vallende bladeren vallen iedereen op, dat is niet origineel maar ik raap ze toch op, ik verzamel ze. Heel fröbelig, heel knutselachtig.

Dat heeft dan ook met die tweedeling in jouw werk te maken hè; dat aan de ene kant, je schrijven en je foto’s…dat is heel observerend…terwijl je tekeningen en schilderijen dat is meer uit je eigen verbeelding en ervaringen.
Nou ja, het schrijven, dan put ik ook uit mijn eigen ervaringen. Maar ik probeer wel te observeren.

Hoe weet je of een idee goed is? Of niet?
Dat weet ik pas na een tijd.

Maar maak je dan een schetsje?
Nee, ik maak niet zoveel schetsen.
Ik maak niets van te voren en werk het later uit – zo werk ik niet.
…Weet je waar ik me trouwens ook door heb laten inspireren? Ik weet niet of die kunstenaars mijn grote voorbeeld waren…maar ik vond die tijd in de Mouterij wel heel leuk! Dat je niet zo in je eentje in je atelier zat. Dáár had ik wel even het gevoel, ik zit niet meer in m’n eentje kunstenaar te zijn. Dat gevoel heb ik nu wel weer heel erg…

Je haalde inspiratie uit de groep?
|
En uit het gebouw, toen. Dat zou ik nou nog eens een keer willen, gewoon met een stel mensen naar iets toewerken. Geïnspireerd worden door anderen, door samenwerking.

Heb je een motto?En hoe pas je die toe op je dagelijks leven?
Dat zal waarschijnlijk een of andere therapeutische uitspraak zijn van, wees je zelf, kom voor jezelf op. Laat je niet leiden door meningen van de groep, of andere als die tegen jezelf indruisen, of zoiets. Of, maak je eigen levensverhaal.

Nou gaat het toch weer een beetje terug naar je verleden, hè?
Misschien wel.

Je rebelleert wel een beetje.
Nou, eigenlijk niet, ik vind mezelf niet rebellerend.
Ik vind mezelf heel lief en aangepast.

Maar is je kunst dan een kwestie van rebellie? Of eerder therapie?
Voor mezelf denk ik wel, ja, maar andere mensen zien dat waarschijnlijk niet, die heftigheid zoals ik die ervaren heb.

Zou je dat willen?
Ik zou willen dat mensen zich er meer bewust van zouden zijn. Wat ze bijvoorbeeld vertellen aan iedereen en al die kinderen… Kinderen hebben geen weerwoord. Kinderen hebben 18 jaar lang geen weerwoord. Maar dat is geen vorm van discriminatie, dat is een vorm van godsdienstvrijheid. Maar godsdienstvrijheid achter gesloten voordeuren vind ik, toch wel, redelijk benauwend, of bedreigend. Maar blijkbaar gaan heel veel mensen gelukkig door – nou, ik niet.

Maar zou je willen dat mensen die jouw werk bekijken, ze zich bewust waren van de zwaarte die er achter ligt?
Soms wel, maar soms denk ik ook, misschien moet ik dat ook maar niet willen en gewoon zelf realiseren hoeveel moois er is in het leven. En kunst moet toch ook meer over schoonheid gaan.

Is schoonheid een leidend iets?
Ja, als ik me door de natuur laat inspireren dan denk ik wel vaak van, wauw! Dat is wel heel mooi, dat dat zomaar allemaal gebeurt en groeit. Die vormen en structuren kennen een bepaalde orde en zo… Ja, dat is toch wel apart.

Maar kunst hoeft voor jou geen boodschap te hebben, dus?
Ik denk dat het voor mij heel goed is om die balans te hebben, om die zwaarte erop te gooien…die boodschap, of weet ik veel wat. En af  en toe maar lekker met m’n camera te lopen en te kijken…of bladeren te zoeken en die af te drukken, dat soort dingen.

Dat ik niet alleen maar in m’n hoofd zit en niet alleen maar dingen moet vertellen.  Want dan ben ik nog steeds een calvinist met een boodschap.

En dat wil je niet?
Niet als mijn boodschap absoluut is en de waarheid. 

Als jij gaat schilderen, hoe gaat jij dan te werk? Je begin met een blanco canvas.
Ik gebruik wel eerst een potlood. Dan teken ik zo’n mooie vorm en voeg als laatste de kleuren toe. Vaak ga ik de lijnen wel aandikken met inkt.

Maar heb je dan al een vooropgezet idee?
Nee.

Of laat je je leiden door je eigen intuïtie?
Ja, vaak wel. Vroeger schilderde ik ook nog wel ’s avonds en ’s nachts, daar heb ik nu gewoon de tijd niet voor maar dan was het nog dat je lekker bezig was en keek wat er gebeurde.

Vind jij dat een kunstenaar zich moet blijven uitvinden?
Eigenlijk wel, maar dan moet ik ook naar mezelf kijken… ik weet niet of ik dat op dit moment doe… Eigenlijk wel. Maar ja, volgens mij ben ik ook zo vaak in herhaling gevallen…

Persoonlijk denk ik dat je niet ergens moet blijven hangen, maar dat je jezelf moet ontwikkelen in wat je doet.
Ja, ja dat is waar.

Als je jezelf voortdurend blijft uitvinden, dan maak je constant iets nieuws en mensen weten niet meer waar je mee bezig bent.
Dan kom je niet tot verdieping.

Wanneer en hoe begon jij je als kunstenaar te zien?
Weet ik veel, op een gegeven moment had ik zoveel werk, dat ik dacht ja… Ik maakte het ook niet voor mijn zolderkamer, blijkbaar wilde ik dat andere mensen het zien. Het zal wel in de loop van de academie geweest zijn.

Je was bezig met die Rurale Ontwikkelingsstudies en toen heb je besloten naar de academie te gaan. De kiem van het kunstenaarschap was er al.
…Ja, maar op dat moment vond ik mezelf nog geen kunstenaar.

Nee, dat snap ik maar er is op een gegeven moment een besluit – wanneer nam je dat?
Ja, toch wel het jaar ervoor, dat ik er heel veel mee bezig was. En toen dacht van, nou, ik heb nu zoveel ideeën – ik moet dat gaan leren uitwerken. Maar ik had ook wel het idee dat ik nog heel veel moest leven en verder gevormd moest worden. Dat moet je je hele leven doen, maar… ja. Techniek heb ik ook wel moeten leren.
Ik geloof ook wel dat er mensen zijn die dat autodidact doen, dat moeten ze zeker doen.

Dat is een beetje het verschil hè, want je had bijvoorbeeld ook naar een schildersklasje van Thea Vos kunnen gaan of zo…
Lacht: Nou ja…!

Of inderdaad heel autodidactisch doekjes bij de Action halen en besluiten van ‘het gaat niet zozeer dat mij dingen worden aangeleerd maar puur dat ik mezelf wil uiten’. Blijkbaar ging het wel om meer.
…te leren ontwikkelen…

Die verdieping zocht je dus ook?
Ja. Ik was heel naïef; ik besefte niet hoeveel mensen er eigenlijk zijn, die dat allemaal willen (lacht).

Ja, dat zijn er heel veel. 

In de kunst is niet echt een leidende hand…hoe weet jij wat de volgende stap is?
Nou, meestal kom ik mezelf een keer tegen, dan denk ik, oh nee, nu ben ik het overzicht kwijt, nu heb ik teveel gemaakt, nu ga ik dingen verpesten, nu moet ik afstand nemen. Na een tijdje denk ik, oké, dit moet ik wel gebruiken van de afgelopen periode…en misschien is dat toch wel mooi, mens- en dierfiguren. Dan moet ik daar toch maar dieper op doorgaan…dan moet ik niet zoveel tegelijk willen. Meestal door jezelf een keer tegen te komen en het werk weg te leggen en het na een tijdje weer op te pakken. Met fotografie is dat ook zo; gewoon na een tijdje kijken van, welke beelden spreken me nu nog aan.

Je bent voor je inkomen afhankelijk van een baan, wat doe je en hoezeer heeft die baan invloed op jouw kunst maken?
Niets, ik word er doodmoe van.

Het heeft dus juist heel veel invloed?
Ik ben uitgeput.

Maar wat doe je ook alweer?
Ja, orderpickwerk. Daar haal ik echt geen voldoening uit. Dan kun je zeggen, waarom solliciteer je niet, maar ik ben alle uitzendbureaus langs geweest. Het blijkt echt heel erg tegen te vallen hoeveel werk er is.

In Wageningen überhaupt.
Ja. Zet je dat ook in het interview:  ‘Ik schaam me best wel voor m’n domme werk’?
Ik heb in de WIK gezeten hè. Toen deze was afgelopen kreeg ik een brief. Daar stond in: we houden binnenkort een enquête en we gaan vragen of u in de bijstand terechtgekomen bent, want de Kamer wil een onderzoek om te kijken of dat de norm is. Ik dacht, ik ben wel kunstenaar en ik kan nog werken dus dan werk ik toch gewoon…dan ga ik toch gewoon niet in de bijstand. Is dat een uitzondering? Nee toch?

Nou, dat is een beetje het probleem hè. Het is inderdaad aanlokkelijk om in de Bijstand te gaan maar je krijgt zo’n hoop gezeik te verduren, dan kun beter maar een paar dagen per week gaan werken.

Ja. Dan verdien je uiteindelijk ook meer.
Eigenlijk zou er een of andere coach moeten opstaan, die al ons werk aan de buitenwereld verkoopt, dat ik niet meer zelf hoef te doen.

Dus het idee van het Platform destijds dat zag jij wel zitten?
Dat heb ik gemist.

Dat je wel mocht exposeren in de Flex-Expo, maar wel met een begeleider.
Ik vond de Flex-Expo niet hét punt of dé ontmoetingsplaats voor publiek en kunstenaar…

Nee, maar dat was toen het plan hè. Ze wilden de kwaliteit verhogen en dat kon alleen met een professionele begeleider. Je mocht wel exposeren maar dan kreeg je een begeleider toegewezen en dat was dan iemand die zijn sporen had verdiend in de kunstwereld. Samen met die persoon zou je dan een expositie opzetten.

Maar dan zie ik nog niet dat het kringetje wordt doorbroken en dat mijn werk met de buitenwereld in contact komt – met musea, de bedrijfswereld, of wat dan ook… Dat stapje verder…

Volgende vraag: Veel kunstenaars zijn verzamelaars – wat verzamel jij?

Ik vind mijzelf geen typische verzamelaar die dingen in hokjes gaat stoppen en zo’n vitrinekast heeft en dan laat zien hoe alles op alfabet geordend is. Maar ik kan heel erg moeilijk schetsen weggooien.
Nee, ik verzamel niks – in mijn hoofd verzamel ik, misschien. En foto’s verzamel ik, misschien. Maar die berg ik ook weer op…

Maar die maak je zelf!
Ja.

Dus je bent meer een bewaarder?
‘Bewaarder’, nou mijn hemel.

Maar je koopt ook geen dingetjes…ja, ik heb ze ook niet in je huis gezien, hoor…Je bent niet iemand die elke week naar de Emmaus gaat en gekke vaasjes koopt, of zo.
Ik zou dat wel leuk vinden maar ik ben daar te nuchter voor. Dan denk ik, ja waar moet ik ze laten? Ik hecht ook niet aan heel materiële dingen. Lacht: Ik ben een onthecht persoon!.

Maar waar hecht je wel aan dan?
Nou, ik hecht me wel…Ik zou op zich ook boeken willen verzamelen, of dat soort dingen. En ik heb een paar mooie schoenen! – die ik niet draag….

Maar je hecht je gewoon niet aan het materiële?
Nee, ik geloof niet zo snel, nee.

Is, volgens jou, kunst nodig? Moet kunst?
Ja! Ja, dat denk ik wel. Ik denk dat daar in het meest eerlijke naar voren komt, of de echte gevoelens. Kijk, je kunt wel wetenschappelijke onderzoeken schrijven maar de echte beleving van mensen en cultuur… die komt volgens mij toch het meeste in de kunst naar voren.
Sommige kunst heeft dat randje niet-politiek correct of zo. Bijvoorbeeld dát, vind ik ook nodig. Of hoe cabaretiers dat soms doen: dat ze grappen vertellen om maar de ware gevoelens bloot te leggen, bijvoorbeeld. Ja, nu ben ik geen cabaretier met kunst maar …

Zou je nog kunnen proberen…
Lacht: Ja, zou ik kunnen doen!

 Maar voor jezelf zie je kunst als een confrontatie met een waarheid?
Ja, omdat het over mensen gaat. Mensen zijn eigenlijk subjectief. En religie is, denk ik, ook subjectief. Hoewel mensen zeggen dat ze feiten hebben.

Ja, het wordt wel als absoluut ervaren, hè.
Ja.

Als ik je spreek en ook in je geschriften, dan proef ik een enorme frustratie jegens het atelierbeleid.
Nou,  daar ben ik nu wel overheen…Op zich vond ik SLAK [Stichting atelierbeheer] een hele goede oplossing. De gemeente hoefde er zich er niet langer voor verantwoordelijk te voelen, dat snap ik best, dat ze dat een beetje uit handen willen geven – dan moet een atelierstichting maar op zoek gaan naar panden. Maar ja, blijkbaar ben ik toch gevoeliger dan ik dacht voor de aanwezigheid van of de chemie van andere mensen.
Ja, mijn ruimte is ook heel klein…Misschien ben ik toch individueler dan ik dacht, wil ik gewoon in mijn hok zitten en niet afgeleid worden.
Ik denk dat mijn meest zere plek is dat er teveel bewoners waren maar dat moet je maar niet op de site zetten dan anders voelen ze zich waarschijnlijk op hun ziel getrapt.

Je noemt ze toch niet bij naam?
Eén bewoner vind ik oké, weet je wel, maar als er in een pand al twee partijen zitten én bewoners… Dan ligt het ook aan wat voor bewoners….

Maar in feite mis jij de synergie met een leuke groep?
Ook dat.

Zoals je dat in De Mouterij wel had.
In het Boshuis ging het ook heel goed, daar zat ook een bewoner… En boven had ik dan een ruimte, daar werd ik eigenlijk niet afgeleid. En als ik wilde had ik toch contact met andere kunstenaars…
Ja, ik weet niet, met een atelierstichting…wat er zou moeten veranderen.
Nou ja, ik merk gewoon dat bepaalde personen wel gewoon hun zin kunnen doordrijven en ik, als kunstenaar, moet dan maar tevreden zijn met een plekje in zo’n gebouw. Ja, laten die bewoners maar eens zien dat ze kunst maken.

Maar dat is niet frustratie jegens het beleid, het is meer dat je geconfronteerd wordt met mensen die je niet….
Ze hebben wel weer een nieuw pand, dat hebben ze wel weer geregeld. Maar dan denk ik, ja hoe gaan ze dat dan weer intern oplossen met het toelatingsbeleid? Welke mensen komen er dan in?
Enerzijds stellen ze eisen – je moet professioneel zijn. Maar dan zie ik door de jaren heen, dat ze dat niet hebben gehandhaafd. Dan begrijp ik niet, dat toen ik op de academie zat, ik moest wachten tot ik een diploma had gehaald. Héb ik m’n diploma gehaald en was ik heel blij dat ik bij SLAK terecht kon, wijzen ze het toe aan andere mensen.

Aan niet-kunstenaars?
Ja, dan heeft voor mij niet zoveel waarde meer… Toegevoegde waarde, laat ik het zo zeggen. Dan kan ik net zo goed bij Interim gaan huren. Of bij particulieren, weet ik veel.
Nee, ik heb gewoon niet begrepen waarom SLAK de afgelopen jaren voor de een zo streng was, dat mensen er niet binnen mochten komen, en andere mensen zo gemakkelijk –baf!- er konden wonen.

Een nogal wispelturig beleid?
Dat toewijzingsbeleid snap ik dan niet meer.
Maar ja, aan de andere kant, ze hebben wel hun best gedaan; ik heb wel in de Mouterij en het Boshuis gezeten…
Misschien moet ik dat maar accepteren, van ateliers, hè….dat het onrustig is.

Het zou mooi zijn als je ergens kon zitten waarvan je wist dat je er láng kon blijven zitten.
Ja, ik denk dat het een combinatie was van én de brandweer die me uit het Boshuis zette, én met andere…bewoners moest samenleven. Dat ik daarna redelijk moe geworden ben.

Ik denk dat het Boshuis een gemiste kans is geweest, omdat het zo groot was en er echt veel kunstenaars bij elkaar konden. En dat was ook wel een rommeltje geweest maar…
Nou…

…het had wel een interessante synergie kunnen brengen.
Ja.

Heb jij last van een artistiek temperament?
Wat is een artistiek temperament?

Nou, ben jij wispelturig? Word je wel eens pissig als iets niet lukt? Ben je sowieso snel boos?
Ik denk wel dat ik wispelturig ben…in mijn gevoelens. Dat denk ik wel. Maar snel boos…als je dat zegt, dan zie ik mensen voor me die dan heel furieus zijn.
Het is meer dat ik snel geïrriteerd ben en daar probeer ik me dan weer snel overheen te zetten. Ik denk dat zolang ik dingen begrijp, kan ik heel lang geduldig zijn. Ik wind me pas op als ik het oneerlijk vind…(lacht)

Hoe vaak gebeurt dat dan?
Niet zo vaak?
Nee…

Je bent een gematigd mens hè?
Lacht: Zou ik tot betere artistieke prestaties komen als ik meer wisselingen had?

Nou, dat weet ik eigenlijk niet. Houd jij jezelf in bedwang?
Weet ik veel – wat doen andere mensen dan?
Ik ben ook wel eens boos. Maar als ik boos ben…dan…praat ik niet meer! Lacht: Mijn terugtrektactiek!

Ja, jij gaat weg hè?
Lacht: Ja – dat is misschien nog wel flauwer…

Nou, ik weet niet, je kunt bang zijn voor je eigen boosheid.
Ja, dat heb ik wel eens ja.

Dus je kunt wel heel erg boos worden?
Ja ja, zeker wel. Maar ik weet op zo’n moment meestal wel….Wat bij mij altijd heeft geholpen is dat als ik dan boos was, dat ik dan therapeutisch ging schrijven. Dan waren het geen situaties die voorbij kwamen, maar gewoon weer…herinneringen.

En die verbrandde je dan ritueel?
Nee…zo ook weer niet.
Maar ik probeer wel steeds meer de confrontatie aan te gaan.

Met jezelf? Of met de wereld?
Met de buitenwereld. Ik bedoel, heel lang vond ik het erg dat ik boos was. Dan nam ik het mezelf kwalijk als ik boos werd.

Er is een Latijns gezegde, Facit indignatio versum – de verontwaardiging maakt het vers. Dat betekent: boosheid maakt welsprekend – dat als je boos bent, dan ben je gedreven, dan komt wat je dan wil zeggen er in een keer vloeiend uit.
Lacht: Dan ben ik wel boos geweest in mijn schilderijen. Maar ik wil boos-zijn niet mijn enige drijfveer laten zijn. Dat is ook weer onzin.

Maar wat is je drijfveer dan?
Blijkbaar toch laten zien hoe betrekkelijk alles is. Dat je een eigen wereld kan scheppen en dat een ander mens weer een andere wereld zou scheppen…en dat het niet allemaal zo vastgelegd is. En buiten jezelf willen kijken en verwonderen. Dat het dan toch wel veel meer is dan dan wat er in je hoofd zit en in je ideeën. Gewoon daar tussen schipperen.

Maar je wilt van het dogma af?
Ik denk het, ja. Ja ja ja.

Wat vind je van het huidige kunst- en cultuurbeleid in Wageningen? Wat zou je willen veranderen? Wat mis je?
Ik denk niet dat het nog te halen valt in Wageningen. Je moet gewoon hier een atelier hebben, hier werken en een paar goeie kunstenaars ontmoeten. Maar ik wil niets meer doen tenzij ik ervoor beloond wordt – klaar! Ik geloof niet meer in “ja, doe het voor de publiciteit”…of “doe het voor de samenwerking”, ”doe het voor de stad of doe het voor dit”…weet je wel.
Maar het is gemakkelijk hè…om binnen Wageningen te opereren en dan uitgeroepen te worden tot kunstenaar of tot schrijver. Het enige wat ik kan laten zien is goed werk…maar ik ben géén schrijver, geen dit, geen dat, zolang ik het niet bewezen heb. Want er zijn heel veel mensen die roepen zichzelf uit tot schrijver en die opereren dan binnen Wageningen. Persoonlijk wil ik meer erkenning hebben van buitenaf, maar aan de andere kant… voorlopig zit ik nog in mijn atelier met een hok vol schilderijen.
Maar wat ik van Wageningen…kunst- en cultuurbeleid… Ik mís de Mouterij en het Boshuis -maar ik moet niet naar het verleden kijken, ik moet vooruit kijken – dát werkte!

Maar in ieder geval, wat er gebeurt in Wageningen aan kunst en cultuur, is niet relevant voor je eigen persoonlijke ontwikkeling als kunstenaar?Dat zoek je gewoon buiten de grenzen?
Nou, ik denk dat bepaalde mensen binnen Wageningen wel bijdragen aan mijn ontwikkeling.
Ontmoetingen en gesprekken…

Zoals deze…
Bijvoorbeeld. Maar niet dat vergaderen en ontmoeten en cultuurcafé’s… daar geloof ik eigenlijk zelf niet zo in.
Lacht: Dan gaan mensen aardig doen.
Maar ik vraag me af hoe mijn kunst was geweest als ik in een andere….Weet je, kunst die voortkomt uit onderdrukking, vind ik vaak veel mooier.
Lacht: Misschien mis ik dát!

Noem eens een voorbeeld.
Die documentaire op tv over Berlijn, van voor de val van de Duitse muur. De mensen die op dat moment kunst maakten hadden een veel grotere noodzaak…hun werk is gewoon beter.

Omdat ze zich ergens tegen af konden zetten?
Ja. Blijkbaar.

Jij hebt gewoon een onderdrukker nodig?
Lacht: Nou ja…ik heb zoiets van, wat is de inhoud dan van wat overal gebeurd én wat drijft mensen…dan denk ik ook, mijn hemel, blijkbaar moet het heel zwaar zijn of zo, wil ik het serieus nemen…terwijl dat onzin is… Gewoon puur verwonderen kan ook heel mooi zijn.

Wat vinden je ouders van je werk?Hebben ze je werk gezien, komen ze kijken?
Mijn ouders waren op mijn afstuderen op de kunstacademie, en mijn broers ook. En, dat vertelde ik tegen iemand anders die ook gereformeerd was opgevoed, een meisje. Die zei, ‘goh, zijn jouw ouders geweest? – mijn ouders die kwamen niet eens….’ Dus zijn ze wel ruimdenkender dan ik misschien ervoer.

…en wil toegeven…
Lacht: Ja!

Dus misschien doe je dat ook wel omdat je een onderdrukker nodig hebt…
Wat?

Nou, door de strengheid van je Calvinistische opvoeding te overdrijven, ervaar jij dat je in een onderdrukte rol zit. Daardoor komt jouw kunst tot bloei.
Ja…maar ik wil dat niet mijn leven volhouden.

Persoonlijk denk ik dat je jezelf  als kunstenaar – en dan kom ik terug op ‘grenzen’ – dat je voor jezelf grenzen kunt stellen. Door jezelf een beperking op te leggen, en dat kan door middel van een idee of een concept, kun je dus nog veel doen. Ik merk bij mijzelf dat ik dat wel nodig heb.
Maar nu bepaal jij die grenzen zelf hè….

Natuurlijk is echte onderdrukking iets heel anders… Maar door jezelf een concept op te leggen, beperk je jezelf eigenlijk ook. Maar die beperking kan heel gunstig zijn omdat je je dan kan concentreren op wat er binnen die beperking aan mogelijkheden zijn.
Op een of andere manier denk ik wel dat het nu allemaal wel heel vrij is. We hebben geen oorlog meer, we hebben geen streng geloof meer. Dus kunstenaars en mensen moet het nu vanuit henzelf halen. Er is niet meer zoveel afzetten of vérzetten nodig.

Nee, maar de afgelopen 50 jaar, is er heel veel interessante en mooie kunst gemaakt…die niet uit rebellie voortkwam en  juist in totale vrijheid is gemaakt.
Ja.

Dus blijkbaar is die vrijheid en die vrijheid van denken dus een hele goede voedingsbodem voor kunst?
Maar ik weet zo even een-twee-drie niet welke kunst of kunstenaar mij nou het meest aanspreekt, van alle eeuwen en door alle eeuwen heen.
Maar als ik naar een tentoonstelling ga, kijk ik wel vaak naar wat er nu gebeurt: de hedendaagse kunst.

Marjans werk is te zien op www.marjanverloop.exto.nl en op de Nationale beeldbank.

 

… tot ziens

Het lijkt nog zo kort geleden dat er een nieuwe functie binnen de gemeente gecre�erd werd: de cultuurmakelaar. Ondertussen zijn we alweer 2 jaar verder. De functie staat omschreven en in principe kan er verder mee gewerkt worden.
Dat was ook ��n van de opdrachten die ik als cultuurmakelaar mee had gekregen: deze nieuwe functie invulling geven. Dat is gelukt, al viel dat niet altijd mee binnen een gemeente waar ook op financieel gebied problemen zijn en iedereen zijn best doet om te ‘overleven’. Is er dan wel plek voor een nieuwe, erg extern gerichte functie? Juist dan, zou ik zo denken. Want in een tijd waarin een brok geld veel hindernissen weg kan nemen loopt alles erg gemakkelijk. Maar als dat er niet meer is vergt het creativiteit, ondersteuning en een relatief goedkope pro-actieve kracht om processen/initiatieven binnen de gemeente nog �berhaupt van de grond te helpen tillen.

En dat met name voor culturele organisaties! Want ach, cultuur en kunst worden toch altijd nog als luxe bestempeld. Terwijl kunst en cultuur voor een stad als Wageningen zoveel betekenen! In geen enkele vergelijkbare gemeente is er zoveel participatie van burgers binnen het culturele segment. Een kans en ingang dus voor een gemeente (maar ook woningcorporaties en welzijnsinstellingen) om te gebruiken als middel tot sociale cohesie! We noemen dat gemeenschapskunst. Google daar eens op! Je zult versteld staan!

Ook is er geen enkele vergelijkbare gemeente waar zoveel festiviteiten zijn op cultureel gebied. En levert dit Wageningen juist niet het imago dat zij wil: een bruisende universiteitsstad?
Bovendien biedt de creatieve sector binnen Wageningen alle kansen om een nieuwe economische sector aan te boren. Google eens op creatieve economie’ of ‘creatieve industrie’.
Jawel dames en heren: kunst en cultuur is veel meer dan luxe! Het is een bedrijfstak.
En zoals het gewoon is startende ondernemers te ondersteunen zouden ook in deze sector de ondernemers ondersteuning verdienen en niet als ‘die kunstenaars’ weggezet te worden.

Er is zoveel om trots op te zijn voor Wageningen op het gebied van kunst en cultuur. Maar cultuur verdient daarmee ook aandacht! Want wat aandacht krijgt versterkt en wat verzwakt krijg je niet meer snel op goed niveau!
De functie staat er, verdere idee�n zijn uitgewerkt en ze liggen ook gewoon op straat. Wachtend op ondersteuning omdat vrijwilligers al moeilijk te vinden zijn of omdat de creatieve ondernemer zelf druk is met de zaak en dit er wel bij wil doen, maar de regel- en gelddingen graag uit handen geeft.

Ik ga naar een andere functie. E�n waar opnieuw gebouwd moet worden.
Wageningen: laat jullie kansen niet liggen. Ga d��r met de cultuurmakelaar!

Tot ziens allemaal, we komen elkaar vast nog tegen in het Wageningse!

Groetjes
Monique Lenselink