Lijnen

 

Wij kleine rechters hebben lijnen in ons hoofd,
lovend, straffend, schiftend, wegend:
zonder Goed en Fout valt niet te leven.
Arme drenkeling, verlatene, benarde aan de onderkant,
‘gewonen’ hebben brood op de plank,
de rest rest de voedselbank.

Dit zijn onze lijnen: Gewonen versus voedselbankers, en gewoon gewonen tegen zogenáámd gewonen maar in feite oud-voedselbankers, en je hebt gewonen maar oud-voedselbankers die het wél, en gewonen maar oud-voedselbankers die het niet willen weten, en je hebt gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers van wie niemand het meer weet, tegenover op het oog gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers plus natuurlijk de voedselbankers van nu, die allemaal hopen, hopen dat niemand het ziet en dat niemand het weet…

maar
armoe tekent,
armoe dragen, armoe leven, denken,
steeds weer armoe denken tekent,
angst voor morgen, het onverwachte,
dat waarvoor geen speling is,
schaamte, isolatie, pijn,
ja, die andere kant van de lijn
tekent een mens.

Het is tijd om te doen wat nodig is:
van alle lijnen een netwerk maken,
een visnet, vangnet voor de voedselbank,
inhalen zonder omhaal, doorgeven,
voor nu, voor morgen, voor jaren.

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de start van de Voedselhulpestafette voor de Voedselbank Neder-Veluwe e.o., zaterdag 24 mei 2014 in de bblthk van Wageningen.

Oh, Wageningen

Lofdicht op Wageningen bij de Tafel van W – editie 9, door Laurens van der Zee, stadsdichter, 2 april 2014

Lang heb ik over een titel, dit lofdicht waardig, nagedacht maar ik bleef dwalen. Afgemat doch vol vertrouwen heb ik mij vannacht te ruste gelegd waarop ik vanuit het Alwetende de naam kreeg aangereikt. En die naam is: “Oh Wageningen”.

Oh, Wageningen

Als look perst zich uw perfectie door de poriën naar buiten,

nergens is de som der krachten zo nul als hier.

Wageningen, schoonheid is uw ware naam,

immers,

hoe soepel voegt zich het vrouw’lijk ronde

met der mannen forse lijn,

het bescheidene met het royale,

het cyclische met het verticale,

het sierlijke met het hoekige,

het afgeronde met het zig-zag-zoekende,

het volgende met het beginnende,

het klinkende met het zwijgende,

het matige met het forse,

de stille harmonie met het grote gebaar,

het rustpunt met de beweging,

de alfa met bijna de omega,

het gracieuze met het strakke,

het onderkruipertje met het kapitale,

het sobere met het exuberante,

ja, hoe fraai voegt zich

het rondgaande dat altijd ís,

met het neergaande dat weer ópgaat en dan,

in twijfel, toch neergaat maar dan,

oh onrust, wéér opgaat, om zich te verliezen in het niets,

oh Wageningen, hoe fantastisch

volgt op uw aanzet het vervolg,

volgt op uw hoofdeinde de rest van uw sponde,

door sierlijke pootjes gedragen,

hoe schoon volgt op uw harmonica de zingende mond,

werkelijk, Wageningen, schoonheid is uw naam,

want

hoe weergaloos zonder weerga

volgt op uw W de a!

Kom van die wolk af!

Als slot van de Ode aan Marian Heij, op 9 maart 2014 in de bblthk van Wageningen, bracht stadsdichter Laurens van der Zee de liedtekst Kom van die wolk af!, vrij naar de bekende jaren ’60-hit Kom van dat dak af door Peter Koelewijn.
De terugblik op de bijdrage van Marian Heij aan het culturele leven in Wageningen inspireerde hem tot nóg een tekst, de monoloog Een sint-bernard in de Hoogstraat. Deze is niet uitgesproken. De tekst is te lezen op zijn website: http://laurensvanderzee.nl/marianheij.htm. Marian Heij, voormalig eigenares van de gerenommeerde Wageningse boekhandel Kniphorst, werd enkele jaren geleden om het leven gebracht.

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

Er was in Kniphorst een vrouw, die wilde op het bordes,
beroemde schrijver aan de hand, in de andere een fles.
De boeken lagen stil en de verkoper werd heet
en in de straat weerklonk zijn kreet:

Van dat bordes af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
van dat bordes af, dat was de laatste keer.

Ze trok de stad omhoog naar dat zelfde bordes,
de dichters op hun zolderkamer riep ze naar de les,
de bieb, de boekenmarkt, het multiculti avontuur,
niets was haar te duur.

Een ondernemer, ik neem mijn petje af,
Ja, ja, ja, ja, ja een ondernemer,
mijn petje af,
een ondernemer, ze is er niet meer.

Er kwam een vreemde man en die luisde haar er in,
ze voelde zich prinsesje maar het ging om zijn gewin.
Wij zagen het gebeuren maar we waren machteloos,
en naar haar raam riepen wij boos:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

En iedereen werd kwaad en zei áán is de boot,
stop met die relatie anders wordt het je dood,
maar zij werd eigenwijs en wij ten einde raad,
dus nu klonk het in de straat:

Ga van die vent af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die vent af,
‘k waarschuw niet meer,
ga van die vent af, dat was de laatste keer.

En toen kwam de laatste keer, het was een drama in de nacht,
we slaan ons voor de kop, we hadden dit niet verwacht,
we knarsen tand en wringen hand met tranen in het oog,
en we roepen naar omhoog:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

En Sjaak en Bets en Hanny en Masood zijn nu alleen,
ze modderen wel verder maar ze weten niet waarheen,
it’s lonely at the top, ’t is maar dat je het weet,
en in de straat weerklinkt hun kreet:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

Geef ons een seintje, dat je aan ons denkt,
Ja, ja, ja, ja, ja dat torenhaantje,
ben jij het die ons wenkt.
Wij zullen doorgaan, voor de cultuur.
Wij zullen doorgaan, voor de literatuur,
voor Wageningen, tot ons laatste uur!

Kom er af, Mariaaan!!!!!!!!

Wageningen let op uw saek

of hoe een open stadsgracht open ogen vergt

Er liggen bunkers voor de binnenstad getekend
hoger dan de Hoogstraat, berger dan de Bergstraat,
zwaarder dan het zwaarste water
van die op te graven gracht
waar iedereen brood in ziet
maar niemand geld in wil steken.

Krijgt de ontwikkelaar echt zijn zin,
zijn volk en raad zo mak als het schijnt?
De laagste drempel voor het hart,
entree naar gracht en Markt,
Bergstraat, bieb en Hoogstraat,
verkwanseld voor wat water?

Bovenin komen aardige mensen,
je gunt ze hun auto in de bunker vlakbij.
Op de tekening brengt een serveerster blij
bestellingen naar het terrasje
aan het grachtje. Tja, we hadden alles
toch wat stadser gedacht.

Een ondernemer heeft Van der Kolk bewaard,
een stijlvol echt Wagenings welkom.
Wie redt de Stationsstraat? Zoveel gebeurd,
nu treurend, wachtend, afgeleefd.
Met durf word jij een klassiek vervolg.
Of zijn je dagen geteld?

Onze naam is groot maar onze daden benne klein,
‘t stagneert op braakland Kirpestein
aan de drukste weg door een zwijgende stad,
die zijn gracht voor de passanten,
even zoveel klanten, verbergt
achter Parkeren en een heg.

Je kan nóg zo mooie folders maken,
bezwerend ‘bruisend’ roepen,
‘Proef Ons’, ‘samen’ en ‘Task Force’ –
met een hand die neemt wat de andere geeft
is het dweilen met de kraan open.
Dus Wageningen, let op uw saek!

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, maart 2014,
naar aanleiding van de discussie over het heropenen van de stadsgracht, waarin vraagtekens bij de door de ontwikkelaars getekende massale nieuwbouw al jaren taboe zijn. Let wel, ook de dichter is voor open, maar dan echt, en totaal!

U hoort van ons

Het Jubileum is geklaard, de klus zit er op,

zonder ons was het huilen geweest, huilen en paniek,

want dit Jaar kwam erg onverwacht.

Wageningen kreeg het feest dat Wageningen verdiende,

wat Wageningen miste weet geen mens.

Wij van het Comité drinken nu de laatste fles leeg.

Tussen de kussens van de bank lagen nog zoutjes.

Bij dit laatste maal gaan we stempelen,

de goeden goed, de fouten lekker fout

en strakkies gaan we mooi zitten voor het Portret.

Hé, het portret! Wie zou dat ook weer regelen?

Komt Stöver, Mulder, een Kamphuis of een Reijers?

Of iemand met een kwast zoals een Haan, een Offerhaus?

Een plaatje richting Staalmeesters zou aardig zijn,

voor ons, de Fixers van het Feestjaar.

En dat was pas het begin,

dit stadje heeft ons immers nodig, nu

én over vijf én vijftig jaar.

Want wij weten wie en wat werkt en wie niet,

dus wij gaan Van Rumund helpen

met bezemen door het apparaat.

De hele stad schudden we ook even op,

dat zogenaamde bruisen gaat nu echt wat worden.

Kortom Wageninger, wees niet bang dat wij stoppen,

je mag slapen als een blok respectievelijk roos.

Het W-team pakt door. U hoort van ons!

 

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij het slotdiner van het vrijwilligerscomité Wageningen750 met VIPS van de gemeente Wageningen, in restaurant Het Carillon, 28 januari 2014.

HUISHOUDBRIEFJES, GEVONDEN OP WAGENINGSE KEUKENTAFELS

Huishoudbriefjes 2

We zitten goed in de kaas maar slecht in het brood. Als jij eerder thuis bent, haal jij het dan?

Aan de thuishulp. Beste thuishulp, mijn vader wordt nu wel heel vergeetachtig en hij herkent mij ook niet meer. Let u extra op? Het ruikt een beetje vreemd soms. En hij laat de voordeur open staan. Het kan eigenlijk niet veel langer zo.

Liefje, heerlijk rustig dagje gehad. Zelfs de buurvrouw kwam niet langs, mag in de krant.

Iemand heeft al wéér de verkeerde container meegenomen!

Jolanda ik ben even de stad in. Hoe was het op school? Neem maar een koekje. Deur dicht! Liefs, mama.

Als je dit briefje leest ben ik weg en ik kom niet meer terug, ik kan het niet meer aan. Mijn belangrijkste spullen heb ik meegenomen en voor de rest neemt de advocaat contact met je op. Hij weet waar ik ben maar doe geen moeite. Als je je anders had opgesteld had het niet zover hoeven komen. Zoek het maar uit verder, ik kies nou voor mezelf.

Er is veel te veel van die kool tekort! Ben bijhalen.

Liefje toen ik vanochtend naar mijn werk ging vanuit ons huis kon ik het bijna niet geloven maar toch is het waar dat wij nu samen zijn, achter één deur. Ik ben zo gelukkig!!!

Ik haal om ½ 6 Liesje af van gym. Ze is trouwens haar huissleutel weer eens kwijt. Breng jij Joris straks naar muziekles, ik doe het nou al twee weken.

Steeds wanneer ik de wc doortrek trekt dat wijf van boven ook door, en die van naast slaat met haar deuren als ik eens een keer een deur dicht doe, ze hebben afgesproken mij zoveel mogelijk te pesten en wanneer doe jij er nou eindelijk eens wat aan, ik sta er helemaal alleen voor! Waarom mag ik niet in vrede leven net als iedereen! Ik hou het niet meer uit, ik ga door de stad lopen en als ik terugkom en je hebt nog steeds niks gedaan maak ik net zoveel stennis totdat de politie komt en dan zal ik iedereen wel eens vertellen hoe het zit.

Ha mam ik had een 8 voor rekenen mocht ik dan twee koekjes? Ik heb ze vast genomen en ik ben bij Lucia spelen en zij had ook een 8 en zij heeft ook twee koekjes dat is toch wel goed hè? Tot straks, J.

Ben naar de dokter geweest, ziet er niet best uit, vertel het straks wel. Ben naar de apotheek. Waarom ik!

Heb voor Joris toch nog Lego gekocht, schrijf jij svp het gedichtje dan zijn we nog op tijd klaar. Ben naar de bieb voor een opening. De burgemeester en veel schilders komen, dat wil ik niet missen!

Ben naar de opening van Wageningse Deuren geweest, zó leuk! Wat is schilderen toch mooi. Kreeg er zin in. Ben nu naar de Action dus. Onze serre doen we toch niks mee.

Ben net naar de opening van Wageningse Deuren geweest, zó leuk! Ze hadden een echte deur voor de burgemeester. Die stadsdichter was eigenlijk ook wel aardig. Hij zei dat hij die deuren werkelijk erg mooi vond, nooit geweten in Wageningen en zo, kan mooie serie worden met deze buitenkanten als begin, wel veel buitenkant trouwens op één hel en een paar paradijzen na, hij had het over iets met lagen of zo, en toen gaf ie aan het eind aan Het Gelders Palet een enórme bos met enórme sleutels zodat ze voor de volgende expositie kunnen schilderen wat er allemaal áchter die deuren gebeurt. En toen feliciteerde hij ze. Iedereen vond het leuk. Straks samen een drankje? Hoogste tijd!

Stadsdichter Laurens van der Zee bij de opening van de expositie Wageningse Deuren van Het Gelders Palet, in de bblthk op 4 december 2013

Je mag veel

Je mag veel, je mag een vis in een kom.
Draait ie rondjes.
Wel goed voor zorgen.

Vervolgens mag de herfst je koortshoofd koelen,
je mag regen je rode ogen laten spoelen.
Des winters mag de vluchteling hardop schreeuwen,
want sneeuw dempt.

Dan is het lente. Nieuwe kansen!
Dit Paspoort toont je waar je taalles krijgt.
Nederlands is echt iets minder erg dan het lijkt,
het begin was: Hebban olla uogala…
Dus alle vogels een nest, behalve wij.
En je hoort er helemaal bij
als je een uitdrukking durft:
“Met u, beschaamde burgers,
zou ik zó graag op mijn toekomst toasten,
en alle ellende vergeten,
maar met uw beschaafde Staat,
is het kwaad kersen eten”.
Hou die er in.

Trouwens, vroeger ging het van
Va-der leest de krant.
Moe-der ver-telt een ver-ha…

Zeg,
in dit handboek staat vast wel
waar je zakdoekjes kunt kopen,
en waar voer voor je vis.

En waar, als het van je geloof mag,
de drankzaak is.

 

Laurens van der Zee, stadsdichter, bij de presentatie van het Paspoort van Wageningen, wegwijzer voor ongedocumenteerden, in de bblthk te Wageningen, 20 november 2013.