U hoort van ons

Het Jubileum is geklaard, de klus zit er op,

zonder ons was het huilen geweest, huilen en paniek,

want dit Jaar kwam erg onverwacht.

Wageningen kreeg het feest dat Wageningen verdiende,

wat Wageningen miste weet geen mens.

Wij van het Comité drinken nu de laatste fles leeg.

Tussen de kussens van de bank lagen nog zoutjes.

Bij dit laatste maal gaan we stempelen,

de goeden goed, de fouten lekker fout

en strakkies gaan we mooi zitten voor het Portret.

Hé, het portret! Wie zou dat ook weer regelen?

Komt Stöver, Mulder, een Kamphuis of een Reijers?

Of iemand met een kwast zoals een Haan, een Offerhaus?

Een plaatje richting Staalmeesters zou aardig zijn,

voor ons, de Fixers van het Feestjaar.

En dat was pas het begin,

dit stadje heeft ons immers nodig, nu

én over vijf én vijftig jaar.

Want wij weten wie en wat werkt en wie niet,

dus wij gaan Van Rumund helpen

met bezemen door het apparaat.

De hele stad schudden we ook even op,

dat zogenaamde bruisen gaat nu echt wat worden.

Kortom Wageninger, wees niet bang dat wij stoppen,

je mag slapen als een blok respectievelijk roos.

Het W-team pakt door. U hoort van ons!

 

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij het slotdiner van het vrijwilligerscomité Wageningen750 met VIPS van de gemeente Wageningen, in restaurant Het Carillon, 28 januari 2014.

HUISHOUDBRIEFJES, GEVONDEN OP WAGENINGSE KEUKENTAFELS

Huishoudbriefjes 2

We zitten goed in de kaas maar slecht in het brood. Als jij eerder thuis bent, haal jij het dan?

Aan de thuishulp. Beste thuishulp, mijn vader wordt nu wel heel vergeetachtig en hij herkent mij ook niet meer. Let u extra op? Het ruikt een beetje vreemd soms. En hij laat de voordeur open staan. Het kan eigenlijk niet veel langer zo.

Liefje, heerlijk rustig dagje gehad. Zelfs de buurvrouw kwam niet langs, mag in de krant.

Iemand heeft al wéér de verkeerde container meegenomen!

Jolanda ik ben even de stad in. Hoe was het op school? Neem maar een koekje. Deur dicht! Liefs, mama.

Als je dit briefje leest ben ik weg en ik kom niet meer terug, ik kan het niet meer aan. Mijn belangrijkste spullen heb ik meegenomen en voor de rest neemt de advocaat contact met je op. Hij weet waar ik ben maar doe geen moeite. Als je je anders had opgesteld had het niet zover hoeven komen. Zoek het maar uit verder, ik kies nou voor mezelf.

Er is veel te veel van die kool tekort! Ben bijhalen.

Liefje toen ik vanochtend naar mijn werk ging vanuit ons huis kon ik het bijna niet geloven maar toch is het waar dat wij nu samen zijn, achter één deur. Ik ben zo gelukkig!!!

Ik haal om ½ 6 Liesje af van gym. Ze is trouwens haar huissleutel weer eens kwijt. Breng jij Joris straks naar muziekles, ik doe het nou al twee weken.

Steeds wanneer ik de wc doortrek trekt dat wijf van boven ook door, en die van naast slaat met haar deuren als ik eens een keer een deur dicht doe, ze hebben afgesproken mij zoveel mogelijk te pesten en wanneer doe jij er nou eindelijk eens wat aan, ik sta er helemaal alleen voor! Waarom mag ik niet in vrede leven net als iedereen! Ik hou het niet meer uit, ik ga door de stad lopen en als ik terugkom en je hebt nog steeds niks gedaan maak ik net zoveel stennis totdat de politie komt en dan zal ik iedereen wel eens vertellen hoe het zit.

Ha mam ik had een 8 voor rekenen mocht ik dan twee koekjes? Ik heb ze vast genomen en ik ben bij Lucia spelen en zij had ook een 8 en zij heeft ook twee koekjes dat is toch wel goed hè? Tot straks, J.

Ben naar de dokter geweest, ziet er niet best uit, vertel het straks wel. Ben naar de apotheek. Waarom ik!

Heb voor Joris toch nog Lego gekocht, schrijf jij svp het gedichtje dan zijn we nog op tijd klaar. Ben naar de bieb voor een opening. De burgemeester en veel schilders komen, dat wil ik niet missen!

Ben naar de opening van Wageningse Deuren geweest, zó leuk! Wat is schilderen toch mooi. Kreeg er zin in. Ben nu naar de Action dus. Onze serre doen we toch niks mee.

Ben net naar de opening van Wageningse Deuren geweest, zó leuk! Ze hadden een echte deur voor de burgemeester. Die stadsdichter was eigenlijk ook wel aardig. Hij zei dat hij die deuren werkelijk erg mooi vond, nooit geweten in Wageningen en zo, kan mooie serie worden met deze buitenkanten als begin, wel veel buitenkant trouwens op één hel en een paar paradijzen na, hij had het over iets met lagen of zo, en toen gaf ie aan het eind aan Het Gelders Palet een enórme bos met enórme sleutels zodat ze voor de volgende expositie kunnen schilderen wat er allemaal áchter die deuren gebeurt. En toen feliciteerde hij ze. Iedereen vond het leuk. Straks samen een drankje? Hoogste tijd!

Stadsdichter Laurens van der Zee bij de opening van de expositie Wageningse Deuren van Het Gelders Palet, in de bblthk op 4 december 2013

Je mag veel

Je mag veel, je mag een vis in een kom.
Draait ie rondjes.
Wel goed voor zorgen.

Vervolgens mag de herfst je koortshoofd koelen,
je mag regen je rode ogen laten spoelen.
Des winters mag de vluchteling hardop schreeuwen,
want sneeuw dempt.

Dan is het lente. Nieuwe kansen!
Dit Paspoort toont je waar je taalles krijgt.
Nederlands is echt iets minder erg dan het lijkt,
het begin was: Hebban olla uogala…
Dus alle vogels een nest, behalve wij.
En je hoort er helemaal bij
als je een uitdrukking durft:
“Met u, beschaamde burgers,
zou ik zó graag op mijn toekomst toasten,
en alle ellende vergeten,
maar met uw beschaafde Staat,
is het kwaad kersen eten”.
Hou die er in.

Trouwens, vroeger ging het van
Va-der leest de krant.
Moe-der ver-telt een ver-ha…

Zeg,
in dit handboek staat vast wel
waar je zakdoekjes kunt kopen,
en waar voer voor je vis.

En waar, als het van je geloof mag,
de drankzaak is.

 

Laurens van der Zee, stadsdichter, bij de presentatie van het Paspoort van Wageningen, wegwijzer voor ongedocumenteerden, in de bblthk te Wageningen, 20 november 2013.

Gebouwen van gezag en nog wat

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de presentatie van Gebouwen van Gezag – 750 jaar monumenten van macht en pracht in Wageningen op 13 september 2013 in de bblthk te Wageningen, ter gelegenheid van Open Monumentendag. Gebouwen van Gezag is een uitgave van het Comité Open Monumentendag Wageningen.

Gebouwen van gezag en nog wat

Over het ideale openbare gebouw heb ik vroeger wel eens gefilosofeerd, lang voordat ik de grootse status van stadsdichter had bereikt. Mijn eigen persoon als maatstaf nemend, heb ik toendertijd gesteld dat er in elk overheids – of ander dienstgebouw direct na de ingang een schuilhoek voor verlegenen zou moeten zijn. In lijn daarmee heb ik er voor gepleit om een verlegene op te nemen in het panel dat het programma van eisen voor openbare gebouwen opstelt, naast de obligate gehandicapte joodse homofiele negerin, een of andere bouwkundige, een linkshandige huisvrouw, een adhd-kind en een dichter. Oh ja, én iemand van de opdrachtgevers natuurlijk.

Van het lezen van Gebouwen van Gezag – 750 jaar monumenten van macht en pracht in Wageningen heb ik veel geleerd; mijn voortschrijdend inzicht is nu, dat in het eerder genoemde panel ook een schoonmaakster of koffiedame, een daadkrachtige regent en een levenslustige jongste bediende dienen te worden opgenomen. Waarom?
Wel, vroeger, in het pre-democratische tijdperk, deden ze niet aan panels. Daarom hebben de Wageningse gebouwen die oorlogen, ambitieuze burgemeesters en calculerende universiteiten hebben overleefd een groot manco achter hun trap – dan wel klokgevel. Eeuwenlang hebben ze een ruimte ontbeerd die meer dan enig ander lokaal de gelegenheid had kunnen bieden tot een ongedwongen ontmoeting der standen, een gelijkschakeling van machthebber en ondergeschikte, ja zelfs tot een omkering der verhoudingen. Want hoe is het eigenlijk al die tijd de ménsen vergaan in die gebouwen die we nu monumenten noemen, en waarvan we elke knipvoeg, pilaster en latei in kaart hebben gebracht? Tijden veranderen, maar macht bleef macht en waar bovengeschikten zijn, zijn ondergeschikten. Bazen, bazinnen, bedienden en cliënten hebben een deel van hun leven gezamenlijk inpandig doorgebracht. Werden daar dag in dag uit de verhoudingen bevestigd, of waren er mogelijkheden om, zoals de Wageningse professor Wertheim vroeger zei, ergens een contrapunt te zetten?

Welnu, over de ruimte die dit mogelijk had kunnen maken, beter gezegd over dit instituut, heb ik voor de presentatie van “Gebouwen van gezag…” het volgende versje gemaakt. Ik heb het kort gehouden, elk monument uit het boek verdient eigenlijk een couplet, maar het gaat om het idee en dat zal de meesten van ons als ervaringsdeskundigen snel duidelijk zijn…

 

Het havenkantoor is van het Nieuwe Bouwen, jaren ‘20, kind van zijn tijd,

’t is een en al kracht en eenvoud en functionaliteit.

De ingenieur staart uit het raam , ’t is warm, zijn stropdas knelt,

maar hem knelt meer, hij heeft het nog aan niemand verteld.

Daar stopt de truck met oliën, er uit springt een jonge chauffeur,

op slag licht het gemoed op van de geprangde ingenieur.

Maar ach, arme nette man en mooie chauffeur met blote bast:

Nergens in dit monumentale pand een bezemkast!

 

De macht van het Wagenings kasteel was ongeëvenaard,

met brouwerij, geschutstoren, een stalling voor tien paarden.

De drost was oppermachtig, en achter ieders rug

smokkelde hij ruig volk binnen over de achterbrug

en groeide en groeide het getal van onstuimige mannen

die zich eerder vroeg dan laat wilden ontspannen.

Zo bezorgden ze de burgers in de stad veel last

want nergens binnen dit monumentale pand een bezemkast!

 

Stadhuiskoffiejuffrouwkontjes zijn al eeuwenlang een feest,

secretaressedecolletés wekten in menige baas (M/V) het beest.

Vroede vaders kwamen in geestelijke en kruiselijke last

maar nergens in dit monumentale pand een bezemkast.

Daarom, ter ontspanning van receptie, klerk en magistraat

dus uiteindelijk voor de efficiency van het ambtelijk apparaat,

stel ik als geschenk van het volk voor, wat in de nieuwbouw vast nog wel past,

een discrete maar centraal gelegen top-of-the-bill met een lampje voor “bezet”

en een kapstok, wasbakje, zacht muziekje enzo … bezemkast!

Te wapen Wageningen

In ons wapen ruziën leeuwen om een kruis.
De ene wil het hoog, de andere laag.
Ik zeg laat weg, totdat we dat
of enig ander waarmerk waard zijn
want we zijn pas halverwege,
we zijn op weg.

In onze jubelstad zijn nog huizen
waar het buiten veiliger is dan binnen,
waar alles van de kanker- en de teringsoort is,
van vastgelopen ouder op het bleke nageslacht.
Sinds wanneer is iets normaal omdat het er is?

En hoe sterk staat Wageningen? Bouwheren,
beterweters, hebbers, zieners, klagers
belagen deze veste,
prikken in het mager apparaat
– ons stadje, met een feeststrik om,
en het instinct van een oester.

Waar is de kracht die ons wapen ons beloofde?
Waar zijn de leeuwen? Niet van die brommers
maar aardige leeuwen,
met de kop vol kennis en diploma’s,
een helikopterblik, ogen in hun rug,
vijf poten en een menselijk gezicht.
Ja, zulke moeten we kweken
en ze het beste geven van ons allemaal!

Misschien is het toeval maar misschien ook niet
dat in Wageningen “wagen” zit.
We moeten blijven zeggen hoe onze stad kan zijn
want anders blijven wij
hoe wij zijn vandaag.

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen
bij de presentatie van de Structuurvisie Wageningen,
Junushoff, 11 juni 2013.

DE HOOGSTRAAT IS DE WERELD

 

Ja, wij schrijven, nou en?

Schrijf dan zelf, dan horen we eens van een ander

wat in ons roept terwijl we buiten stil zijn.

Alles in ons trilt en woelt, vreest de leegte,

slaat om zich heen, grijpt vast om niet te vallen.

Die diepte in ons…

 

Het is stil. Toch is het vol,

verhalen kleven aan de muren,

zij die hier niet zijn zijn hier elke dag,

een schot, een lach, een ratelende kar,

een man in lompen, een vrouw zo ver…

Helden, verdorden, hier in onze Hoogstraat,

trilogieën op de Markt, feuilletons,

opmerkelijk veel feuilletons

in onze Wageningse goten!

 

Waren wij werkelijk wie wij zijn op straat,

een zombie was er een professor bij.

Schrijven is de mens verwoorden, ontleden, eren,

de ware mens die wij ook hier zijn, ver

van waar het zogenaamd gebeurt.

 

Laurens van der Zee, stadsdichter vanWageningen, bij het literair festival Boek & Feest, 20 – 21 april 2013, Wageningen

EN DIE STAD DAT ZIJN WIJ

Van binnen is ie groter dan van buiten,
onze stad aan de Rijn, meerlandenpunt,
waar vogels in alle talen fluiten
en keukens geuren zoals je niet verzinnen kunt.

Met stokken, steen en brons zijn ze begonnen,
aanpakkers van toen, die ploeteraars,
die modder, zand en veen en klei ontgonnen
en steeds weer buigen moesten voor veroveraars.

Wageningen hebben zij ons gegeven,
de werkers van weleer, die moesten doorgaan,
die vechten moesten om te overleven.
Hun schouders zijn het waarop die stad kan staan.

Ja, kind op kind op kind zijn wij op ouders,
ouder en ouder en ouder en ouder,
schouder aan schouder aan schouder aan schouder…

Dit is de stad die wij ontvingen,
daar zorgen wij voor, die geven wij door.
Wageningen is zevenhonderdvijftig jaar stad
en die dat stad zijn wij!

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de opening van het feestjaar Wageningen 750 stad, op 10 januari 2013.