Te wapen Wageningen

In ons wapen ruziën leeuwen om een kruis.
De ene wil het hoog, de andere laag.
Ik zeg laat weg, totdat we dat
of enig ander waarmerk waard zijn
want we zijn pas halverwege,
we zijn op weg.

In onze jubelstad zijn nog huizen
waar het buiten veiliger is dan binnen,
waar alles van de kanker- en de teringsoort is,
van vastgelopen ouder op het bleke nageslacht.
Sinds wanneer is iets normaal omdat het er is?

En hoe sterk staat Wageningen? Bouwheren,
beterweters, hebbers, zieners, klagers
belagen deze veste,
prikken in het mager apparaat
– ons stadje, met een feeststrik om,
en het instinct van een oester.

Waar is de kracht die ons wapen ons beloofde?
Waar zijn de leeuwen? Niet van die brommers
maar aardige leeuwen,
met de kop vol kennis en diploma’s,
een helikopterblik, ogen in hun rug,
vijf poten en een menselijk gezicht.
Ja, zulke moeten we kweken
en ze het beste geven van ons allemaal!

Misschien is het toeval maar misschien ook niet
dat in Wageningen “wagen” zit.
We moeten blijven zeggen hoe onze stad kan zijn
want anders blijven wij
hoe wij zijn vandaag.

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen
bij de presentatie van de Structuurvisie Wageningen,
Junushoff, 11 juni 2013.

DE HOOGSTRAAT IS DE WERELD

 

Ja, wij schrijven, nou en?

Schrijf dan zelf, dan horen we eens van een ander

wat in ons roept terwijl we buiten stil zijn.

Alles in ons trilt en woelt, vreest de leegte,

slaat om zich heen, grijpt vast om niet te vallen.

Die diepte in ons…

 

Het is stil. Toch is het vol,

verhalen kleven aan de muren,

zij die hier niet zijn zijn hier elke dag,

een schot, een lach, een ratelende kar,

een man in lompen, een vrouw zo ver…

Helden, verdorden, hier in onze Hoogstraat,

trilogieën op de Markt, feuilletons,

opmerkelijk veel feuilletons

in onze Wageningse goten!

 

Waren wij werkelijk wie wij zijn op straat,

een zombie was er een professor bij.

Schrijven is de mens verwoorden, ontleden, eren,

de ware mens die wij ook hier zijn, ver

van waar het zogenaamd gebeurt.

 

Laurens van der Zee, stadsdichter vanWageningen, bij het literair festival Boek & Feest, 20 – 21 april 2013, Wageningen

EN DIE STAD DAT ZIJN WIJ

Van binnen is ie groter dan van buiten,
onze stad aan de Rijn, meerlandenpunt,
waar vogels in alle talen fluiten
en keukens geuren zoals je niet verzinnen kunt.

Met stokken, steen en brons zijn ze begonnen,
aanpakkers van toen, die ploeteraars,
die modder, zand en veen en klei ontgonnen
en steeds weer buigen moesten voor veroveraars.

Wageningen hebben zij ons gegeven,
de werkers van weleer, die moesten doorgaan,
die vechten moesten om te overleven.
Hun schouders zijn het waarop die stad kan staan.

Ja, kind op kind op kind zijn wij op ouders,
ouder en ouder en ouder en ouder,
schouder aan schouder aan schouder aan schouder…

Dit is de stad die wij ontvingen,
daar zorgen wij voor, die geven wij door.
Wageningen is zevenhonderdvijftig jaar stad
en die dat stad zijn wij!

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de opening van het feestjaar Wageningen 750 stad, op 10 januari 2013.

JIJ EN IK

Door Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij “Het is goed met jullie – Asielbeleid 5 jaar na het Pardon”, bblthk Wageningen, 7 september 2012

Vooraf: SCHRIJNEND IS EEN PRACHTIG WOORD

Schrijnend is een prachtig woord, qua woord. Het snijdt in je keel en je oren net zo effectief als in je ziel. Schrijnend is een bijzonder soort onomatopee, om het eens klassiek te zeggen. Dus als je van taal houdt kun je met het huidige asielbeleid je hart ophalen.

In sommige zogenaamde culturen is isolatie een straf, zwaarder dan de dood. Je bent er en je bent er niet, je spreekt, roept, huilt zonder geluid. Daar ga je aan te gronde. In ons beschaafde land komt de doodstraf niet meer voor maar daar is alles mee gezegd: Duizenden mensen leven hier als een vis in een kom, in een niemandsland, in stress en uitzichtloosheid; duizenden levens, talenten en kansen worden vergooid*. Uitgeprocedeerden, illegalen, tussen-wal-en-schippers, schrijnende gevallen, dolenden, zij die verstrikt zijn in onmogelijke regels, ook zij zijn de toekomstige broeders over wie het Europese volkslied zingt. Maar dat is natuurlijk maar een liedje. En bovendien zijn we nog geeneens een volk. Als we zo doorgaan worden we dat ook nooit. Want wat we aan de minsten onder ons geven, dat geven we aan elkaar.

JIJ EN IK

Het had maar zó gekund dat ik jou was geweest,

pech voor jou!

Het scheelt maar een haar, maar welke,

daar zijn de geleerden niet achter

en steeds als ze kijken is ie kleiner.

Jij bent huilend ter wereld gekomen want je wist al waar je terecht kwam.

Je werd wakker en de stagnatie was nog daar, je werd wakker

en de oorlog was om je heen.

Is het een wonder dat je je leven en je toekomst wilde redden,

dat je de succesnummers van het Westen dan maar zelf kwam halen

of dat je op z’n minst vluchtte naar het licht?

 

De scheuren in deze onhoudbare wereld lopen tot onze deur.

Nog even en ze zijn er. Keihard

bellen ze aan (nog), keihard

willen ze werken en wonen. En hun kinderen, keihard

willen ze poppetjes tekenen en Iets Worden later.

 

Dat treft, want de rollatorgolf komt er aan (ik voorop),

en sowieso komen we jongleurs te kort

om al onze bordjes in de lucht te houden,

onze toeters en bellen en rechten en plichten,

onze normen en certificaten. Want we gaan vastlopen,

ja, we lopen vast.

 

En dan had ik maar wát graag jou willen zijn.

Pech voor mij!

 

*Fragment uit mijn speech “Kans” op de Markt in Wageningen, 23 september 2008, bij de actie “Grensgevallen”

[…] Voor ons als burgers  is het een onverdraaglijke gedachte dat mensen van goede wil geen eerlijke kans krijgen. Want wat is erger: een slecht mens een kans geven of een goed mens géén kans geven? Ik denk het laatste: een goed mens géén kans geven om te zijn wie hij is of te worden wie hij zijn kan, is een onherstelbaar verlies voor hemzelf en voor de maatschappij tot in de verre toekomst, vele generaties vanaf nu. En de goeden hebben we juist zo nodig! […]

Wereldburen

 

Ja, je buren, daar heb je wat aan.

Ze vangen je post en je kinderen op,
praten tegen de kat en de plant.
We roepen wat vanuit de achtertuin,
lachen wat bij de voordeur, met de sleutel in de hand,
ja, hier is het fijn, hier moet je zijn!

Maar waar is de wereld? Waar is die wereld die wij óók zijn,
mee-maken, in- en uitademen,
die op ons inbeukt om aandacht, flitst in onze moede ogen,
hel en hemel tegelijk, en waar staan wij?
Onze achtertuin kan al lang de wereld niet meer bevatten.
Hoe leren wij dan, ons tot haar te verstaan?

Het antwoord ligt in onze stedenband.
Daar, waar ver over de grens een plaats voor jou is,
een koffie, een welkom, je kent elkaars verhaal
en pakt de draad weer op.
Oefenen, uitoefenen, spelen en werken,
een partnerstad is je eerste stap naar wereldburgerschap.

Tijdgenoten, lotgenoten, bondgenoten zijn wij.
Dus koester wat gezaaid is, oogst wat gegroeid is,
laten we vieren wat al zo lang terug begonnen is:
Onze stedenband!

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de viering van 20 jaar officiële stedenband tussen Mörfelden-Walldorf (D) en Wageningen (NL), 30 juni 2012


Weltnachbarn

Ja die Nachbarn, auf die kannst Du bauen.
Sie kümmern sich um Post und Kinder,
sprechen mit der Katze und den Pflanzen.
Wir rufen was über den Gartenzaun,
lachen was an der Haustür, mit dem Schlüssel in der Hand,
ja, hier ist es fein  zu sein!

Aber wo ist die Welt? Wo ist die Welt die wir auch sind,
mit-machen, ein- und ausatmen,
die fordernd auf uns einschlägt, unsere müden Augen blendet,
Hölle und Himmel zugleich, und wo stehen wir?
Unser Garten kann die Welt schon lange nicht mehr fassen.
Wie lernen wir dann, uns in ihr zu verstehen?

Die Antwort liegt in deiner Städtepartnerschaft.
Dort, wo weit hinter der Grenze ein Platz für Dich ist,
ein Kaffee, ein “Willkommen”, die Geschichten sind bekannt,
ihr nehmt den Faden wieder auf.
Üben, ausüben, spielen und wirken,
eine Partnerstadt ist dein erster Schritt zur Weltbürgerschaft.

Zeitgenossen, Schicksalsgenossen, Verbündete  sind wir.
So pflege was gesäht, ernte was gewachsen,
feiert womit man so lange her anfing:
Unsere Städtepartnerschaft!

Laurens van der Zee, Stadtdichter von Wageningen, zur Feier der zwanzigjährigen offiziellen Städtepartnerschaft zwischen Mörfelden-Walldorf (D) und Wageningen (NL), 30 juni 2012

Übersetzung aus dem Niederländischen von Michaela Kiklas

Stille tocht, sterke tocht

4 mei 2012, Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen

 

Elke stap een naam,

elke stap een mens, in onvrijheid gestorven.

Alle stappen in deze tocht schieten nog te kort

om onze doden te gedenken,

al onze doden te bedanken,

en ze te zeggen

dat het niet voor niets was.

Want wij gaan door waar zij gebleven zijn.

 

Wij zijn vrij, al lang

kennen generaties geen oorlog meer,

maar onrecht en onvrijheid slapen niet.

Vrij zijn is dus waakzaam zijn en weten van de wereld.

Vrij zijn is dus in het klein en in het groot

vrijheid voorleven, vrijheid doorgeven,

en recht doen aan je naaste, je gezin, je wijk,

in onze stad die zo met vrijheid verbonden is,

ja, in de wereld, met de rijken en de armen,

met of zonder dak of paspoort, want vrij zijn

is het geboorterecht van ons allemaal.

 

Kleine stappen, grote stappen – alles telt.

Elke dag een stap, in hun naam…

Cultuur is een stoel is een stoel

Laurens van der Zee*, stadsdichter van Wageningen
(Woensdag Debatdag, organisatie De Gelderlander en de bblthk, Wageningen, 28 maart 2012)

Ik ben Wageninger maar dat maakt niet uit, ik kan evengoed een cultuurdrager zijn. Trouwens, iets dragen ís al cultuur: Dragen wordt in elke cultuur weer anders gedaan, een stratenmaker zul je niet vaak zien met een tasje onder zijn arm en op het hoofd wordt in dit land al helemaal niets vervoerd. Wel in Afrika, en daar praten en zingen ze ook heel anders dan wij hier, terwijl we toch allemaal als onbeschreven blad geboren zijn. Zo zie je dat je groeit en opgroeit in de cultuur die jou omringt; de kans is groot dat je daar je hele leven in wonen blijft en dat je die cultuur ook weer aan je nakomelingen doorgeeft. Ze noemen dat wel de GVR en dan bedoelen ze niet de Grote Vriendelijke Reus maar de Grote Vicieuze Reproductiecirkel: Kinderen die in een elitegezin geboren worden krijgen de beste begeleiding en de beste scholen en via hun eliterelaties ook nog eens de beste kansen op de beste posities ook al staat er in onze grondwet dat iedereen gelijk geboren is en gelijke kansen moet krijgen. Het is ook geen ijzeren wet dat het zo gaat, uiteraard ontsporen er een stel en gaat er in diverse trajecten van alles mis, maar over het algemeen genomen en over langere tijd bezien werkt het wel degelijk, in het ene land meer dan in het andere.

Aan de andere kant van de maatschappij gaat het al net zó: Als je de pech hebt geboren te worden in een gezin dat zich in staat van oorlog met de staat beschouwt dan kun je in allerlei dingen heel goed worden, je wordt een vechtertje, rap van tong en sterk van lijf, jou maken ze niks wijs, jou pakken ze niet ook al zijn ze daar voortdurend op uit, maar in een geordende maatschappij als de onze stoot je dan wel vaak je neus en loop je kans dat het matig met je afloopt. Die mensen uit die verschillende lagen van de samenleving begrijpen ook eigenlijk helemaal niets van elkaar.

En om nu – eindelijk – de ene opvatting van cultuur met de andere te verbinden: Dat wat je denkt, voelt, mooi vindt, dat wat jou ontspant of interesseert of gelukkig maakt, dat wat je wilt leren of waar je in de buurt van wilt zijn, dat heeft veel te maken met de omgeving waarin je leeft en waarin je bent opgegroeid. Het is niet allesbepalend, maar het zet je wel op een spoor. Op het spoor van die grote C van piano, ballet en vreemde talen, of op het spoor van cultuur met een kleine letter – een onmogelijke indeling maar daar schijnen volkstuintjes, duivenverenigingen en smartlappen mee bedoeld te worden. Die scheiding vind ik gevaarlijke onzin want het loopt allemaal in elkaar door, het een kan niet zonder het ander, heel wat kinderen uit de harmonie zijn later topmuzikanten geworden en als je nú zuinig leert zijn op je speelgoed ben je dat later ook op je porselein. Hoe vroeger je met verkennen en oefenen begint des te beter is het. Vandaar de stoel waar ik op zit want hij heeft zoals u weet vier poten en dat zijn voor mij de vier pijlers voor een cultureel gezonde samenleving. Twee pijlers hebben te maken met wat ik noem “Voorleven” en twee met “Mogelijk maken”.

Poot nummer een is Voorleven in het gezin. De ouders en anderen in de omgeving waarin je opgroeit moeten culturele interesse voorleven in wat ze doen en laten en in wat ze zeggen en niet zeggen. Stoelpoot twee is het Voorleven in de leeromgeving waarin je in je ontvankelijke jaren verkeert, van kleuter tot jong-volwassene: Een wiskundedocent hoeft natuurlijk geen aria te zingen maar de sfeer op de scholen moet open en cultuurvriendelijk zijn. De derde stoelpoot staat voor de Leermogelijkheid: Danslessen, muzieklessen, leesclubs, sportlessen moeten betaalbaar zijn, er moeten docenten voor zijn en muziekscholen en bibliotheken, de instrumenten moeten te huur zijn, de boeken moeten te leen of te koop zijn. Tenslotte poot vier: De Uitvoeringsmogelijkheid. Voor alle kunsten en kunstjes moeten er podia, media en andere gelegenheden zijn en wie er zijn beroep van maakt moet daar naar behoren voor betaald worden, zelfs dichters…

Deze vier pijlers moeten in evenwicht zijn, ze horen bij elkaar. Ze hebben ook verplichtingen tegenover elkaar en dienen elkaar een spiegel voor te houden: Het gezin, de vereniging, de school, de wijk, de gemeente, de overheid, de culturele organisaties. Haal je van deze pijlers wat weg dan gebeurt er wat we hier en daar in de samenleving zien gebeuren en wat we in Wageningen moeten zien te voorkomen, en wat ik nu als slot zal demonstreren. Waar is de zaag!

(Zaagt poot 1) Daar gaat het Voorleven door de ouders: Het kan ze niets schelen hoe hun kind zich ontwikkelt, ze lezen het niet meer voor, stimuleren het niet, nemen het  nergens mee naar toe.

(Zaagt poot 2) Daar gaat het Voorleven in het onderwijs: Creatief en zelfstandig denken wordt niet meer aangemoedigd, de kinderen moeten “binnen de lijntjes” kleuren, en geen excursies meer.

(Zaagt poot 3) Daar gaat de Leermogelijkheid: Geen docenten meer voor muziekscholen en danslessen, onbetaalbare boeken en instrumenten, geen bibliotheken meer.

(Zaagt poot 4) Daar gaat de Uitvoeringsmogelijkheid: Theaters en andere podia worden te duur of verdwijnen helemaal, evenals andere media.

Hé, het is nog steeds een stoel! Maar wel een andere dan we eerst hadden. Zou dat inhouden dat onze vroegere stoel ook anders had kunnen zijn? Hoe ziet onze ideale stoel, ons ideale culturele klimaat er eigenlijk uit? Iets om over na te denken!

*Idee “stoel” in samenwerking met Anneke Rot, Muzemakers VOF, Wageningen

www.muzemakers.com, www.laurensvanderzee.nl .