July Leesberg

July Leesberg

door Jelle Broere

Wat was je eerste kunstzinnige ingeving?
Owwjee, ik was toen nog heel klein. We zaten in de auto en reden langs een korenveld. De stengels van de korenaren hadden in het midden een deel dat blauwachtig was. Als je er snel langs reed, vormden die blauwe gedeelten samen een band. Ik zei tegen mij vader dat er een blauw lint om de akker gebonden was. Hij zag het ook, en antwoordde: “je hebt een schildersoog”.

Wat heb je hiermee gedaan?
Op momenten dat ik niet meer goed wist waar ik goed in was had ik altijd nog een schildersoog.

Je hebt aan de Hogeschool van de Kunsten Arnhem gestudeerd, hoe heb je dit ervaren?
Geweldig!! Ik heb de dagopleiding gedaan. Het eerst jaar gingen we met de klas op kamp. We verzamelden materialen uit de natuur en bouwden vlotten waar schone nimfen op ronddreven in een plas. Woeste zeerovers probeerden de vlotten te enteren. Ik had nooit eerder zoveel energie en onbevangenheid gevoeld. Ik zat in een heel ondernemende klas, tot vreugde van de docenten. In de eindexamenklas kreeg ik een atelier met twee andere schilders. We hebben daar ontzettend gelachen, maar ook hard gewerkt. We trokken ons erg aan elkaar op en slaagden alle drie met negens. We missen deze samenwerking alle drie.

Is er door de academie iets veranderd in je manier van denken en werken?
Ja, zonder meer. Het belangrijkste is kleur bekennen, werken met wat me bezielt. Voor mij laat een goed kunstwerk zien wat onzichtbaar is. Het is niet in een keer helemaal te overzien. En het is eerlijk. Wat betreft de werkwijze leerde ik afstand nemen van wat ik gemaakt heb. De moed hebben er een kras door te zetten als het niet meer werkt. En het vertrouwen te houden dat ik er toch wel weer uit kom. Later…

Ben je kritisch op je werk?
Ja, heel erg. Soms een beetje te.

Waardoor raak je geïnspireerd?
Zoals vandaag, door bezig te zijn in de tuin. Ik zie altijd wel iets dat ik nooit eerder gezien heb. Of door een wandeling door de uiterwaarden, het landschap, het is een beetje mistig en in de verte hoor ik een klokje. Ik waan me in de middeleeuwen. De natuur is een soort drift voor mij, een fascinatie. Maar ik vind ook inspiratie in foto’s in de krant, of in maatschappelijke kwesties. Om een goede vorm te vinden om te verbeelden wat je drijft, moet je tot de kern kunnen komen. Dat is moeilijk.

Wat motiveert jou om door te gaan, wat is je drijvende kracht?
Wat is dat? Ja, dat ben ik zelf. Ik moet gewoon door en daar is niks meer aan te doen.

Kan je trots zijn op je werk en mogen andere mensen het dan weten?
Ja hoor ik ben trots op mijn werk en anderen weten dat ook. Als ik mijn oude werken terug zie denk ik “wauw heb ik dat gemaakt?” Ik ben net als tweede ge�indigd voor de juryprijs van de Culturele Ronde van Wageningen.

In je werk wil je graag momenten van pure schoonheid vastleggen, momenten dat schoonheid doet huiveren. Het lijkt op het nemen van een foto, die alleen op dat moment genomen kan worden. Heb je er ooit aan gedacht om fotograaf te worden?
Jazeker, ik fotografeer ook veel. Een jaar geleden heb ik een digitale camera gekocht en laatst zag ik dat ik er al 7000 foto’s mee gemaakt heb. Ik vond fotografie op de academie een leuk vak. Maar ik zag me er niet in doorbreken in de kunst. Het paste niet bij wat ik wilde. Ik wilde vertraging, introspectie. Daar past olieverf veel beter bij.

In je techniek ga je voorbereidend te werk, maar zonder een vaste manier van werken. Hoe belangrijk is dit voor jou?
Ik ben nog nooit tot een volkomen eigen methode gekomen, maar ik zoek er wel naar. Het is een moeilijk vak met zoveel aspecten. Dus gewoon maar hard doorwerken.

Wat is herkenbaar aan jou werk?
Kleur denk ik. Mensen vallen op de kleuren en de helderheid in mijn werken. Mijn werk is realistisch met een zweem van abstractie.

Met welke materialen werk je het liefst?
Met olieverf

Je bent ook actief als secretaris/pr bij het organiseren van de Culturele Ronde in Wageningen. Hoe lang ben je bezig met organiseren?
Samen met Hanneke van den Bergh en Yvonne Woggelum ben ik twee jaar geleden begonnen met de Culturele Ronde. Het eerste jaar was het niet zoveel werk. Maar de laatste maanden hebben we er flink aan moeten trekken. Maar het is zeker de moeite waard, het is een echt cultureel weekend geworden, met veel kunstwerken, verhalen, muziek en wijn. Half Wageningen leek op de been te zijn. Er waren trouwens veel mensen van buiten de stad. Ook de kunstenaars hebben genoten, en goed verkocht!

 Met de Culturele Ronde kon het publiek je laatste werk zien. Hoe is je laatste werk tot stand gekomen?
We hadden en klein hondje Bono. Tijdens een wandeling met Bono door de uiterwaarden zag ik opeens dat industriële complex met zijn organisch gegroeide ongewone vormen midden in de uiterwaarden staan. De lucht was donker, de fabriek lichtte op. Een kunstwerk achteloos neergeworpen in niemandsland. Meer dan honderd foto’s later ontdekte ik pas het kleine donkere huisje dat er onder stond. Dat confronteerde me met “de menselijke maat”. En zo ging dat landschap voor me leven. Het uitzicht werd een verhaal, een geschiedenis. Het werk heb ik “het huisje op de pabtstendam” genoemd.

Waar kun je van genieten?
Dingen die op mijn doek verschijnen. Oh ja vanochtend! Bij het ontwaken van de dag reed ik langs het woonwagenkamp in Renkum. Ik keek over een donkere akker en zag de zon wijfelend opkomen boven de horizon. Een beetje nevelig, mysterieus, zo fris nog. Wat een geluk dat ik al op was. Ik vind het heerlijk om met mijn man naar muziek te luisteren of spannende exposities te zien. We gaan er soms voor naar Londen, Düsseldorf of Bilbao.

Wat kunnen we in de toekomst verwachten van July Leesberg?
Veel Hollandse Landschappen.