Elkaars verhalen delen maakt van Wageningen een betrokken stad

Elkaars verhalen delen maakt van Wageningen een betrokken stad

Achter kunst en kunstenaars zitten vaak verhalen met meerdere lagen. Die met elkaar delen maakt Wageningen tot een stad waar mensen elkaar eerder zullen helpen, zegt allround kunstenaar Robbert Kamphuis.

Zestien oktober speelt in Junushoff een van de bekendste jazz bassisten ter wereld: Richard Bona. Dat deze topmuzikant gedurende zijn tournee door West-Europa ook Wageningen aan doet, is geregeld door Stichting Jazz Wageningen. Al zeven jaar weet Jazz Wageningen wereldberoemde jazz musici naar Wageningen te halen. Aan de wieg van de stichting staan kunstenaar Robbert Kamphuis en bassist Jasper Somsen.

Robbert Kamphuis

‘Ik vind het belangrijk dat er in Wageningen dingen van betekenis gebeuren’, verklaart Kamphuis. ‘We hebben hier natuurlijk geen zaal met 10.000 uitzinnige fans. Maar toch slagen we erin ze hier te krijgen door het voor de muzikanten heel leuk te maken. We zorgen voor een publiek van liefhebbers, we eten samen met ze, we voorkomen gedoe en we kleden het podium een beetje gek aan met schemerlampen. Om de kaarten niet te duur te maken, doen we binnen de Stichting alles vrijwillig. En het werkt: inmiddels bellen Amerikaanse agenten ons of we nog een concert willen regelen.’

Kamphuis zelf speelt piano en toetsen in een paar jazz bandjes. Maar op het moment is hij hier niet heel actief mee. Behalve muzikant, is hij namelijk ook nog schilder, fotograaf, theatermaker, organisator, dwarsdenker, creatief workshopleider en nog meer – allround kunstenaar dus. Zijn inkomen verdient hij met de verkoop van schilderijen en het ingehuurd worden voor creatieve bijdrages aan bijvoorbeeld symposia of openingen.

Graag zou Kamphuis een onafhankelijke, regionale krant of medium hebben voor kunst en cultuur. Deze zou de Wageningers op de hoogte moeten houden van wat hier allemaal gebeurt. ‘Er gebeurt hier zo ontzettend veel aan kunst en cultuur’, licht hij toe. ‘Zoveel mensen hier doen bijzondere dingen waar ze in de rest van de wereld grote waardering voor krijgen. Maar dit wordt binnen Wageningen slecht gedeeld. Een onafhankelijk medium kan zorgen dat we meer van elkaar weten. Daar wordt iedereen vrolijker van. En als we elkaars verhalen kennen, zullen we elkaar ook eerder helpen. Dat heb je nodig voor een betrokken samenleving.’

Als voorbeeld van zo’n onbekende Wageningse kunstenaar geeft hij heavy metal zanger David Marcelis. Door de week is hij remote sensing specialist, in het weekend staat hij in een leren pak als Lord Volture op vele internationale podia. Zo zijn er ook meerdere Wageningse zangers die mooie filosofische teksten schrijven, of die al meerdere albums hebben gemaakt. Kamphuis: ‘Er zijn zoveel mensen hier die zich niet laten leiden door geld, maar heel gedreven met hun passie bezig zijn en daar steeds beter in willen worden. Dat is misschien wel de grootste rijkdom van deze stad.’

Volgens Kamphuis zitten er achter kunstenaars, kunstwerken en cultureel erfgoed vaak interessante verhalen. Een mooi voorbeeld is Hotel de Wereld. De capitulatie is daar niet op 5 mei 1945 getekend, maar op 6 mei in de naastgelegen Aula of volgens sommigen in een schuur langs de Nude. En de pen waarmee dit is gedaan ligt zowel hier in de Casteelse Poort, als in een museum in Canada…

Om verhalen uit te wisselen organiseert Kamphuis deze herfst voor de veertiende keer de Tafel van W (www.tafelvanw.nl). Daarmee is hij begonnen nadat de gemeente een duur bureau had ingeschakeld om creatieve economie te stimuleren in Wageningen. Dat mislukte behoorlijk. Kamphuis startte toen (onbezoldigd) met dit eigen initiatief. ‘Ik onderscheid vier groepen die weinig weet van elkaar hebben’, vertelt hij. ‘Wetenschappers, ondernemers, creatieven en bestuurders. Die laat ik op bijzondere locaties met elkaar eten. Want na een etentje, bel je elkaar toch eerder op om samen iets te gaan doen.’

Een van de bijzonderste Tafels was in het Marin, in één van de proefbassins. Een zangeres, de stadsdichter, een goochelaar, een drijvend bandje en ultrakorte spreekbeurten vermaakten de vijftig gasten gedurende het eten. Het thema was die keer dat Wageningen een blauwe in plaats van een groene stad zou moeten zijn. De gasten begonnen met rijke groene salades, maar uiteindelijk stond er alleen nog droog scheepsbeschuit op tafel. De schipbreuk die ze leden werd begeleid door De Waterlanders, een Wageningse operazangeres en de wind- en golfmachines van het Marin.

Kamphuis: ‘Nu hoor je het in allerlei TED-Talks, maar eigenlijk roep ik het al jaren: spelen en samenwerken zijn onmisbaar als het om innovatie gaat. Spelen moet ook onderdeel zijn van de nieuwe economie. Waarbij het niet meer op de VOC-manier draait om geld verdienen ten koste van anderen, maar om de vraag hoe je van activiteiten sámen beter kunt worden. Ik zoek zelf ook een antwoord op die vraag. Wat kan ik doen om Wageningen, en zo uiteindelijk ook Nederland en de wereld, leuker en sterker te maken?’

Vorig jaar heeft Kamphuis een beeldje gemaakt: ‘De Wageningse podiumnoodt’. Met het beeldje wil hij het pleidooi van WageningenLIve, Unitas en Popcultuur Wageningen ondersteunen voor een extra podium voor live-muziek in Wageningen. ‘Je moet denken aan zoiets als Doornroosje in Nijmegen of Verkadefabriek in Den Bosch’, schetst hij. ‘Als er genoeg Wageningers zijn die hier moeite, tijd en geld in willen steken, dan kan dit.’