Oh, Wageningen

Lofdicht op Wageningen bij de Tafel van W – editie 9, door Laurens van der Zee, stadsdichter, 2 april 2014

Lang heb ik over een titel, dit lofdicht waardig, nagedacht maar ik bleef dwalen. Afgemat doch vol vertrouwen heb ik mij vannacht te ruste gelegd waarop ik vanuit het Alwetende de naam kreeg aangereikt. En die naam is: “Oh Wageningen”.

Oh, Wageningen

Als look perst zich uw perfectie door de poriën naar buiten,

nergens is de som der krachten zo nul als hier.

Wageningen, schoonheid is uw ware naam,

immers,

hoe soepel voegt zich het vrouw’lijk ronde

met der mannen forse lijn,

het bescheidene met het royale,

het cyclische met het verticale,

het sierlijke met het hoekige,

het afgeronde met het zig-zag-zoekende,

het volgende met het beginnende,

het klinkende met het zwijgende,

het matige met het forse,

de stille harmonie met het grote gebaar,

het rustpunt met de beweging,

de alfa met bijna de omega,

het gracieuze met het strakke,

het onderkruipertje met het kapitale,

het sobere met het exuberante,

ja, hoe fraai voegt zich

het rondgaande dat altijd ís,

met het neergaande dat weer ópgaat en dan,

in twijfel, toch neergaat maar dan,

oh onrust, wéér opgaat, om zich te verliezen in het niets,

oh Wageningen, hoe fantastisch

volgt op uw aanzet het vervolg,

volgt op uw hoofdeinde de rest van uw sponde,

door sierlijke pootjes gedragen,

hoe schoon volgt op uw harmonica de zingende mond,

werkelijk, Wageningen, schoonheid is uw naam,

want

hoe weergaloos zonder weerga

volgt op uw W de a!