Spelen in de fontein

Wat zou die steen in de fontein toch zijn
een bloem, een duif een vlam
Iets dat vrijheid uit moet beelden?
wat past er bij die waterweelde
waar jaar na jaar, al veertien keer
elke zomer rond en rond
natbespatte kinderen
kletter- klaterspeelden

Wat zou de man die de steen liet houwen
gelachen hebben bij al
die zomers waterpret
moeders knepen oogjes toe
jaar na jaar, al veertien keer
en alleen de bittere bejaarde
schudde moe het grijze hoofd
mompelend ‘daar gaan ze weer’

Veertien keer
maar nu voorbij want in het jaar
twee-duizend-en-zeventien
overwon de muggenzifterij
(is het niet totaal bezopen)

door een klein metalen bordje
met hele scherpe randen:

“pas op glad
niet op lopen”

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Bij de fontein voor de kerk en het eind van 14 jaar spelen in het water aan de voet van het stenen kunstwerk aldaar.