Sporen

Hoor je de galm van de klok in de toren?
We kijken omhoog, naar waar de trilling begon
En voelen haar golven langs onze muren,
Langs glazenwasladders naar het wolkenplafond.

Hoor je de spreker die gonsde naast die toren?
Hij stond op het plein met zijn publiek eromheen,
Hij sprak over kansen die komen en dromen
In woorden die bonden, niet aan mensen alleen.

Maar ook aan de deuren, die ooit klopjes kregen
Aan de fluistering van een vaarwel in de gang
Aan iedereen die besloot niet in zijn huis te gaan wonen
Maar in de wereld, of in een plooi van de tijd, zonder plan.

Zie je de kuiltjes in de wangen van het zand,
Voetstappen van hij die de woorden ontgon?
Zie je het platgeslagen gras langs de waterkant?
De vingerafdrukken van wat hier ooit begon.

Zie je de man die de stad repareerde?
Vermaard om de prachtige jas die hij droeg,
Maar befaamder nog om de taal die hij kende
En leerde aan iedereen die erom vroeg.

Hij dichtte de gaten met klinkers op muren
Hij bakte de stenen uit onze rivier
Hij wandelde diepe woordensporen
Hij zette de deur naar zijn huis op een kier.

Hij was een dichter, voor deze stad
Hij was haar ogen en haar oren
En langs haar wolken, stoep en oevers
Lopen voor altijd ook zijn sporen.

Ivanka de Ruijter

– Ter gelegenheid van het afscheid van stadsdichter Martijn Adelmund (2015-2018)