Stadsgedicht

Ik wil schrijven aan de Rijn
in een huis van stenen die in die rivier gebakken zijn
alsof mijn woorden zo uit onze stadse klei getrokken
in ruwe brokken daar ontstaan
door mij fijntjes gepolijst.

Dat ik voordraag wat ik eerder schreef
zo vlak na het eten, niet ver van mijn huis
waar ik daarstraks de oprit op reed
dat ik sprekend mijn drukte tot kalmte kneed
dat is wat ik wil.

Deze plek, deze stad
waar nog echo’s van mijn vrienden klinken
waar paarden, waar zwemmen in het gat
en vuurtjes in de uiterwaarden
doven in de klaterregen.

Hier is waar ik pas.

Straks fietsend door het donker
in de stemming van zoëven
met de geesten die ik in de uiterwaard vermoed
fluisteren mij enkel nog de woorden toe
die ik zojuist ontgon.

(Martijn Adelmund, 2015)