Doe geen kwaad (Primum non nocere)*

Wij stad van vrijheid
waar de Wereld staat
en 160 volken vreedzaam wonen
wij zeggen doe geen kwaad

Leg het bitter van u af, door crisis
angst en haat
laat het spel toch aan de kinderen
onthoud het doe geen kwaad

Het is de oudste van alle wetten
die wordt van kracht als alles faalt
de rest is immers bijzaak
wij zeggen doe geen kwaad

Stop die slapeloze nachten
wij geloven al te graag
in een vorm van gerechtigheid
daarom zeg ik doe geen kwaad

(Martijn Adelmund, stadsdichter, 11 maart 2015)

*Ten geleide:
Doe geen kwaad of, Primum non nocere, is een spreuk die centraal stond in ethisch handelen sinds de vijfde eeuw voor Christus. Het is een onderdeel van de bekende eed van Hippocrates. Dit gedicht werd voorgedragen door de burgemeester van Wageningen op 11 maart 2015, tijdens de manifestatie tegen slapeloze nachten, voor een Eerlijk Kinderpardon.

Stadsgedicht

Ik wil schrijven aan de Rijn
in een huis van stenen die in die rivier gebakken zijn
alsof mijn woorden zo uit onze stadse klei getrokken
in ruwe brokken daar ontstaan
door mij fijntjes gepolijst.

Dat ik voordraag wat ik eerder schreef
zo vlak na het eten, niet ver van mijn huis
waar ik daarstraks de oprit op reed
dat ik sprekend mijn drukte tot kalmte kneed
dat is wat ik wil.

Deze plek, deze stad
waar nog echo’s van mijn vrienden klinken
waar paarden, waar zwemmen in het gat
en vuurtjes in de uiterwaarden
doven in de klaterregen.

Hier is waar ik pas.

Straks fietsend door het donker
in de stemming van zoëven
met de geesten die ik in de uiterwaard vermoed
fluisteren mij enkel nog de woorden toe
die ik zojuist ontgon.

(Martijn Adelmund, 2015)

Martijn tien jaar 33

Martijn Coïni was drie-en-dertig
toen een verslaafde op hem instak
omdat ie boos was en geld moest voor zijn roes.
Zo ben je een mens, zo een dader,
zo een lieveheersbeestje op een steen.
Zo een vader of een moeder met een gat in je hart,
zo geen zus meer, een moordstad.

Ik heb je niet gekend maar ik weet je Martijn,
ik hoor platanenblaadjes ritselen blijf vragen,
ik loop op het 5 Mei plein en zo’n nationale boodschapper,
na de regenwurm zowat het stilste beestje,
kleeft zich met z’n bolle spandoek vast
op mijn arm, luidkeels zwijgend Denk! in zwart op rood.

Een auto bevoorraadt De Wereld
rakelings langs de steen. Welke steen?
De wikkel van een ijsje, as van een sigaar
na een lunch als een plaatje,
blaadjes, studentenfietsen,
noten van fanfares van 5 mei,
het gewone voorbijgaan der dingen…

As, stof, tijd,
al die tijd is daar die steen,
al die tijd die mensen met dat gat in hun hart
in onze stad,
met dat gat in ons bestand.


 

Laurens van der Zee, stadsdichter Wageningen, 1 oktober 2014

Ter herinnering aan Martijn Coïni, medewerker van café De Vrijheid aan het 5 Mei plein in Wageningen, die in de nacht van 30 september op 1 oktober 2004 bij een roofoverval werd gedood. Op 12 september 2008 is een gedenksteen op het plein onthuld. De tekst op de steen luidt: MARTIJN – 1 oktober 2004 – niet te accepteren – blijf vragen blijf zoeken – denk.

Vaarwel huis, welkom huizen

 

Dit huis voor ouderen had veel kamers en alles had een naam:
De Grote Zaal, de Kleine Zaal, de Soos met bar en ”Buffet”,
het Hok van Adrie die al lang weg was,
het aangeharkte Jan Bokmaplein, die lichte Achterzaal,
het diepvriesmaaltijdenpiepschuimhok,
Informatiebalie, Poetshok – voorheen de telefooncel,
maar bovenal de Biljartzaal, ja, die Biljartzaal!
In de krochten van de Wielewaag
weefde een Grijze Colonne gestaag
onder het mom van biljarten
een netwerk ter redding van het land…

Wat gaan ze toch doen met onze zalen,
en de PlusBus kamer, de keuken met het drankhok,
ons buffet, de vitrine, de spullen voor de bingo?
Ik troost u: Dat gaat allemaal weg,
u hoeft er niet meer voor te zorgen, het is klaar.
Geef de deuren een klopje, de klinken een hand,
beasem een raam van het vissenkomkantoor,
fluister de gang dank en vaarwel – het is klaar
zoals vroeg of laat alles stopt
en transformeert. Verheug u, uw mooie jurk,
uw nette pak, al zoveel minder donker,
zal zich mengen met het palet van de stad,
met kind, met jong, met branie, met wit en bruin en zwart.
Het ketsen der keuen, het kletsen der kaarten, uw scrabblegerammel,
uw stem, uw lach, uw wandelverhaal,
uw rijtjes Frans, uw Herfstklankzang,
alles klinkt door in het stadskoor.

Het huis van een oudere heeft veel kamers, zet ze open, het is tijd:
In de Huizen van de Wijk zoekt een kinderhand de uwe,
vindt de rusteloze vluchteling in uw glimlach steun.
De muzikant, de naaister, leraar, klokkenmaker,
voor elk van hen gaat u bestaan, en zij voor u.

En blijft het centrum knagen voor koffie en een praatje,
kraak een pand, maak weer een Hoekje in Suisse,
vraag kerk of universiteit soelaas,
geef ons de kans u bij te staan. Iedereen weet:
De geranium is een sluipmoordenaar,
hij spuit een gas dat de geest verlamt
en van je lijf een plant maakt.

Aangeboden aan Solidez door Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de sluiting van het seniorencentrum De Wielewaag, 26 juni 2014.

Lijnen

 

Wij kleine rechters hebben lijnen in ons hoofd,
lovend, straffend, schiftend, wegend:
zonder Goed en Fout valt niet te leven.
Arme drenkeling, verlatene, benarde aan de onderkant,
‘gewonen’ hebben brood op de plank,
de rest rest de voedselbank.

Dit zijn onze lijnen: Gewonen versus voedselbankers, en gewoon gewonen tegen zogenáámd gewonen maar in feite oud-voedselbankers, en je hebt gewonen maar oud-voedselbankers die het wél, en gewonen maar oud-voedselbankers die het niet willen weten, en je hebt gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers van wie niemand het meer weet, tegenover op het oog gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers plus natuurlijk de voedselbankers van nu, die allemaal hopen, hopen dat niemand het ziet en dat niemand het weet…

maar
armoe tekent,
armoe dragen, armoe leven, denken,
steeds weer armoe denken tekent,
angst voor morgen, het onverwachte,
dat waarvoor geen speling is,
schaamte, isolatie, pijn,
ja, die andere kant van de lijn
tekent een mens.

Het is tijd om te doen wat nodig is:
van alle lijnen een netwerk maken,
een visnet, vangnet voor de voedselbank,
inhalen zonder omhaal, doorgeven,
voor nu, voor morgen, voor jaren.

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de start van de Voedselhulpestafette voor de Voedselbank Neder-Veluwe e.o., zaterdag 24 mei 2014 in de bblthk van Wageningen.

Oh, Wageningen

Lofdicht op Wageningen bij de Tafel van W – editie 9, door Laurens van der Zee, stadsdichter, 2 april 2014

Lang heb ik over een titel, dit lofdicht waardig, nagedacht maar ik bleef dwalen. Afgemat doch vol vertrouwen heb ik mij vannacht te ruste gelegd waarop ik vanuit het Alwetende de naam kreeg aangereikt. En die naam is: “Oh Wageningen”.

Oh, Wageningen

Als look perst zich uw perfectie door de poriën naar buiten,

nergens is de som der krachten zo nul als hier.

Wageningen, schoonheid is uw ware naam,

immers,

hoe soepel voegt zich het vrouw’lijk ronde

met der mannen forse lijn,

het bescheidene met het royale,

het cyclische met het verticale,

het sierlijke met het hoekige,

het afgeronde met het zig-zag-zoekende,

het volgende met het beginnende,

het klinkende met het zwijgende,

het matige met het forse,

de stille harmonie met het grote gebaar,

het rustpunt met de beweging,

de alfa met bijna de omega,

het gracieuze met het strakke,

het onderkruipertje met het kapitale,

het sobere met het exuberante,

ja, hoe fraai voegt zich

het rondgaande dat altijd ís,

met het neergaande dat weer ópgaat en dan,

in twijfel, toch neergaat maar dan,

oh onrust, wéér opgaat, om zich te verliezen in het niets,

oh Wageningen, hoe fantastisch

volgt op uw aanzet het vervolg,

volgt op uw hoofdeinde de rest van uw sponde,

door sierlijke pootjes gedragen,

hoe schoon volgt op uw harmonica de zingende mond,

werkelijk, Wageningen, schoonheid is uw naam,

want

hoe weergaloos zonder weerga

volgt op uw W de a!

Kom van die wolk af!

Als slot van de Ode aan Marian Heij, op 9 maart 2014 in de bblthk van Wageningen, bracht stadsdichter Laurens van der Zee de liedtekst Kom van die wolk af!, vrij naar de bekende jaren ’60-hit Kom van dat dak af door Peter Koelewijn.
De terugblik op de bijdrage van Marian Heij aan het culturele leven in Wageningen inspireerde hem tot nóg een tekst, de monoloog Een sint-bernard in de Hoogstraat. Deze is niet uitgesproken. De tekst is te lezen op zijn website: http://laurensvanderzee.nl/marianheij.htm. Marian Heij, voormalig eigenares van de gerenommeerde Wageningse boekhandel Kniphorst, werd enkele jaren geleden om het leven gebracht.

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

Er was in Kniphorst een vrouw, die wilde op het bordes,
beroemde schrijver aan de hand, in de andere een fles.
De boeken lagen stil en de verkoper werd heet
en in de straat weerklonk zijn kreet:

Van dat bordes af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
van dat bordes af, dat was de laatste keer.

Ze trok de stad omhoog naar dat zelfde bordes,
de dichters op hun zolderkamer riep ze naar de les,
de bieb, de boekenmarkt, het multiculti avontuur,
niets was haar te duur.

Een ondernemer, ik neem mijn petje af,
Ja, ja, ja, ja, ja een ondernemer,
mijn petje af,
een ondernemer, ze is er niet meer.

Er kwam een vreemde man en die luisde haar er in,
ze voelde zich prinsesje maar het ging om zijn gewin.
Wij zagen het gebeuren maar we waren machteloos,
en naar haar raam riepen wij boos:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

En iedereen werd kwaad en zei áán is de boot,
stop met die relatie anders wordt het je dood,
maar zij werd eigenwijs en wij ten einde raad,
dus nu klonk het in de straat:

Ga van die vent af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die vent af,
‘k waarschuw niet meer,
ga van die vent af, dat was de laatste keer.

En toen kwam de laatste keer, het was een drama in de nacht,
we slaan ons voor de kop, we hadden dit niet verwacht,
we knarsen tand en wringen hand met tranen in het oog,
en we roepen naar omhoog:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

En Sjaak en Bets en Hanny en Masood zijn nu alleen,
ze modderen wel verder maar ze weten niet waarheen,
it’s lonely at the top, ’t is maar dat je het weet,
en in de straat weerklinkt hun kreet:

Kom van die wolk af, ‘k waarschuw niet meer,
nu, nu, nu, nu, nu, nu van die wolk af,
‘k waarschuw niet meer,
kom van die wolk af, dat was de laatste keer.

Geef ons een seintje, dat je aan ons denkt,
Ja, ja, ja, ja, ja dat torenhaantje,
ben jij het die ons wenkt.
Wij zullen doorgaan, voor de cultuur.
Wij zullen doorgaan, voor de literatuur,
voor Wageningen, tot ons laatste uur!

Kom er af, Mariaaan!!!!!!!!