Hier ben ik dan, hallo

Ik hoor mezelf praten met een stem
die hardop scheller is dan in mijn hoofd
ik hoor mezelf mijn denken delen
en voor ik het weet denken jullie te weten wie ik ben en

Misschien ben ik zo gewoon, apart
want wie ben ik die beter weet dan wie mij ziet
hier in een laadbak.

Ik heb dagen amper geslapen
van het besef dat ik hier sta, jij daar
wat een macht die ik mag gebruiken.

Voor een net te lange stilte
waardoor jij niet weet of je moet klappen of toch wachten
omdat ik weer mijn tekst vergat.

En dat is nog niet alles, kijk
de macht is wederzijds
of je luistert, afdwaalt naar mijn kleren, schoenen van de buurvrouw
bepaal jij
dat je zelfs al wacht tot je eindelijk mag
want hier kwam je toch niet voor
sorry dan daarvoor.

Laten we in elk geval afspreken
dat ik mijn denken deel
in ruil voor jouw vertrouwen in de stilte
tussen de zinnen begint
het verhaal pas echt.

bij de voordracht op de Dodge in het centrum van Wageningen, mijn eerste optreden als stadsdichter, 10 juli 2021

Ellen van der Kolk

En ineens hang ik erin

Mistig met zonder sterren is het
kan mijn voeten niet eens zien vanaf hier, laat staan de grond
nou fijn zo. Hang hier nog wel even
de zon is ver te zoeken en alleen kom ik niet los.

Het was geen domme actie
of nou ja, geen bewuste denk ik toch
ineens hoorde ik het waaien en kraken
(als een gek, niet gek dus dat ik wakker werd)
en voelde mijn voeten en armen tussen de latten haken
gelukkig redelijk stevig want het gaat hoog hoor
hoger dan de mist ligt hang ik in de bovenste helft
heb geen hoogtevrees, valt dat weer mee.

Ik draag nooit pyjama’s, krijg daar nachtmerries van
Heb spijt nu want het is koud zo en straks zien ze me en dat zou fijn zijn natuurlijk
maar mijn ondergoed. Nou goed, beter dan naakt dat is waar.

Hoor nu ook het zuchten, zeker moe gedraaid
vind het eerst nog schattig, daarna vooral verontrustend
het zuchten wordt kuchen wordt lachen wordt ‘Hallo jij ook hier.’
Hè wie praat daar?

Twee wieken lager (nee hoger, ik weet niet)
heeft een blijkbaar al ervaren molenaar een binnenpretje
ik wil al beginnen met vragen (wat er grappig is onder andere)
maar het lachen wordt met de ronde harder
kom er met geen woord bovenuit
vandaar dat ik maar wat onhandig luister.
‘Gieren tot je erbij neervalt, wat dacht je dan waarom je hier hangt?’

Voel me een domme koe dat ik niet wist wat of hoe
de molen ‘s nachts, klinkt raar nu maar dan slaap ik
in een bed onder een dak boven een trap
draai dan wel, maar zoals dat dacht ik moet, horizontaal.

Mijn mede-molenaar snurkt zacht
durf eindelijk dus gier tot de zon ons ziet
val uitgemaald in slaap.

ter gelegenheid van de stadsdichtersverkiezing, 30 juni 2021

Ellen van der Kolk

Ik weet het nog gewoon

Ik weet het nog, ik weet het nog gewoon
de wekelijkse slaapwandeling deze donderdagnacht
hoe het ging ongeveer, hoe ging het toch

Ik liep als het ware uit mijn kamer
via de trappen, donkere straten
naar de lege dijk
wilde terug om sokken te halen
want ik kreeg het koud
het bizarre was dat dat niet ging
het ging gewoonweg niet

Mijn benen zweefden daarentegen
met mijn schouders halverwege mijn middel
en mijn vingers langs mijn kuiten
de uiterwaarden in
het werd een vreemde, vreemde nacht

Er waren paarden, een stuk of zeven, acht
hinnikende paarden dreven in de drek
ze keken, terwijl ik traag dichterbij kwam,
alsof ik ze kon redden. Het gekke was dat ik
daar alleen maar een soort van doelloos hing
(achteraf volkomen logisch, want ik sliep
maar goed, dat wist ik toen nog niet)

Ineens was er een vrouw
in rode overall en met felgroene ogen
ze trok aan een ketting stuk voor stuk
de complete kudde op het droge
ja, zo ging het die nacht
zo ging het ongeveer precies
dat ik dat nog weet, niet te geloven gewoon.

Ik herkende die volgende dag
de felgroene ogen op het plein bij de kerk
ze bleken van de nieuwe burgermeester
tot zo ver niks geks toch, zou je zeggen
maar dan

Ik had het niet meer toen ik zag
dat de drek nog kleefde aan de ketting om haar hals
verzoop zowat in troebele gedachten
en ik weet het niet meer maar
het was een prachtige, prachtige nacht.

ter gelegenheid van de stadsdichtersverkiezing, 30 juni 2021

Ellen van der Kolk

Van een stadsdichter 

Ik hield een oogje in het zeil en noemde haar
een zij. Ik versierde haar met woorden, schreef
het liefst op elke steen, ik liet haar niet alleen
bestaan maar zag haar met mijn ogen dicht,
haar borsten deinend in de Rijn, haar heuvel
aan de horizon, haar sterflats stutten haar plafond,
en ik –  ik liep daaronder op de kiezels in haar huid.

In elk geluid vond ik haar stem: haar draaiorgel,
de ganzen, haar stille tocht, haar carnaval, haar
zwijgen na het festival, haar ademen in ieder huis.
Maar wat ik hoorde was mijn thuis, haar stem
in die van mij.

Ik hoef haar wezen niet te lezen in de rimpels
op haar gracht, haar vacht is niet de mijne
ook al dook ik daarin weg en ook al rook ik
hoe ze ruikt: haar bakkers en haar blow-hoekjes,
haar bloemen naar het jaargetij. Maar zo ruikt ze
niet voor iedereen, zo ruikt ze dus voor mij.

Ik hoef haar niet te dragen als het huisje
op mijn rug, haar niet te zingen als refrein, ik
hoef haar niet te zijn om wel van haar te
kunnen houden. De mooiste vorm van
een vaarwel, is dit besef: ze redt zich wel.

Laat een ander haar nu horen, laat een ander
haar nu leven, haar kersverse gezichten geven,
haar zien in dat wat ik vergat, maar laat haar bovenal
zijn wie ze is: de aller- allermooiste stad.

Ivanka de Ruijter

Bij het afscheid van burgemeester Van Rumund

Zoals een bootwerker scheepskabels sloopt,
polsdik staaldraad, taai tot in de hel behalve draadje
voor draadje, één voor één, zó
heeft Van Rumund zich bevrijd, lint
na lint, knip voor knip, óp
naar zijn Zwitserleven

Soms zal hij nog wakker worden
denkend aan de stad. Steek je hoofd maar in die bek,
ruik de adem van de leeuw, zie het donker van die strot,
en maar blijven lachen, snoepje geven, aaitje over
leeuwenmanen, nooit een klopje
want daar worden ze onrustig van.

En dan, kijk dan eens rustig
om je heen: vertrekken doe je nooit alleen
maar met je jaren in je tas en alles
dat je dierbaar was en grijze manen
op je kop. Daar kan geen kettingzaag,
geen leeuw en zelfs geen lintje tegenop.

Ivanka de Ruijter, stadsdichter 2018 – 2021
Martijn Adelmund, stadsdichter 2015 – 2018
Laurens van der Zee, stadsdichter 2012 – 2015


Ivanka de Ruijter

De roos de maan

Eerst maar eens beginnen. ‘s Ochtends
met je wangen in de wind is de wereld nog klein.
Je hoort het schoolplein gonzen en het bonzen
van je hart: je school, je klas, je brood, je tas,
je kom, je pas.

Je letters zijn een tekening, je zinnen nog
als poëzie: mik ik raak, de roos de maan,
een oceaan aan kennis, aan systemen, en
aan taal. De school je boot, het zeil je lange
liniaal om alle winden mee te meten.

Weten. Dat de ouders heus aan boord zijn,
maar jij zal leren navigeren. De trap op langs
het hoge raam. Jaar na jaar na jaar na jaar
je school, de wereld trekt zich langzaam bol,
je groeide samen groot.

t.g.v. het 100-jarig bestaan van de G.J. van den Brinkschool

Ivanka de Ruijter

Bericht langs de dijk

Stop niet met lezen. Stop niet met lopen.
Vergeet van niets moois hoe het eigenlijk moet.

Kijk goed, soms moet je visualiseren om
iets moois niet te verleren: stel je voor dat je
nu schaatst, hoe je je vol vertrouwen in een
vallen stort, zodat de zwaartekracht je
voortgang wordt. De wind suist langs je lijf,
de vorst rijpt aan het prikkeldraad.

Schoonheid bestaat. Ze wordt soms hooguit
uitgesteld door regels of natuurgeweld,
is soms een goed verborgen schat., zoals voor
wie de aanpak van genegenheid vergat.
Kijk naar de dijk: zo omhels je de stad.

Kunstkruimels en cultuurcroutons Waterlanders, tijdens lockdown | Januari 2021

SLUIT
SLUIT