2e Divisie

2e Divisie_Adelmund FBHet is vandaag geen mooie dag.
De grasmat ligt er prachtig bij. We zijn hier nu bijeengekomen voor de klassieker FC Wageningen tegen SV Veendam. Het stadion is volgepakt, men staat zelfs op de trappen, overwoekerd als ze zijn door mos en plantjes hier en daar. Er staat nulnul op het scorebord en de geur van vette worst is lang vervlogen.

De spelers blijven thuis vandaag.

Ze hebben vaak een andere baan en als ze toch nog voetballen dan is dat bij een andere club, eentje die bestaat, want dat is toch wel handiger.
De hooligans spreken er schande van.
Ik had graag met geen fles, iemand op het hoofd geslagen, ja het is wel van een club die niet bestaat maar dat hindert niet. Het gaat om de gedachte. Nee vandaag is écht geen mooie dag in voetballand.

Ter gelegenheid van het aflassen van de tweede speeldag van de 2e Divisie, op 10 juni 2014.

De dromers

English version: The Dreamers »


Het schittert in de uiterwaard
het waait langs de rivier.
Vada ligt verlaten
klagend, want kapotgeschoten
haar bewoners zijn met boten
elders heen gegaan
waar staal en bloed en heldenmoed
slechts dromen zijn in duisternis
waar gras groeit in de Gerdesstraat
en vogels fluiten op het plein.
Vrijheid is opnieuw beginnen
je gaat naar huis
je pakt je spullen
begint vooraan

gelijk het water komt
en meestal ook weer gaat.

Zo is in deze lege stad
droom en daad bij woord gevoegd
gezwoegd een mensenleven lang
tot uitgeteld met plastic knieën
en pinnen in hun heup
niet de stad maar zij van binnen
leeg zijn, uitgedoofd

Nu liggen kransen op het plein
alsof de vrijheid overleden is
er is bier
een popconcert
er is verdomme zelfs een dichter.
En de vogels zingen echt niet meer
vooral niet in de Gerdesstraat

waar beginnen vaak geen optie is
en ouderdom regeert.
De dromers van toen
vertrekken voor de laatste keer
met de boot naar nimmermeer
en nemen zorgen met zich mee.
en we feesten, en we praten

en de wind waait op het plein.

(Martijn Adelmund, 2015)

Geschreven ter ere van 70 jaar bevrijding in opdracht van Comité 4/5 mei Wageningen, opgedragen aan de ouderen, voorgedragen op het marktplein, tijdens het Bevrijdingsfestival.

The Dreamers

Floodplains glisten
wind blows along the riverbank

Poor Vada is abandoned
beaten, shot to pieces
its inhabitants departed
by boat to somewhere else
where gore and grit and fearlessness
are but dreams in the dark
where the grass grows in the Gerdesstraat
and birds sing on the square.

Freedom means starting over
you go home
pack your bags
begin again
like the water that rises
and recedes.

And so dreams and stubborn facts
are put to words in this old town
a lifetime of toil and strife
until written off with plastic knees
and hearts that beat with pacemakers
it’s not the city but they
who are empty inside.

Now there are wreaths on the square
as though freedom were mourned
there is beer
a pop concert and
even a bloody poet.

And the birds are awfully quiet
especially in the Gerdesstraat
where starting out is not an option
and old age Proliferates

Yesterday’s dreamers
set sail for distant shores
taking their cares with them
on the boat to nevermore.

and we party, and we chat
and wind blows over the square.

(Martijn Adelmund, 2015)

In honour of the 70th anniversary of liberation, dedicated to the elderly, performed on the market square during the Liberation Day celebrations. Translation: Michele Hutchinson

Doe geen kwaad (Primum non nocere)*

Wij stad van vrijheid
waar de Wereld staat
en 160 volken vreedzaam wonen
wij zeggen doe geen kwaad

Leg het bitter van u af, door crisis
angst en haat
laat het spel toch aan de kinderen
onthoud het doe geen kwaad

Het is de oudste van alle wetten
die wordt van kracht als alles faalt
de rest is immers bijzaak
wij zeggen doe geen kwaad

Stop die slapeloze nachten
wij geloven al te graag
in een vorm van gerechtigheid
daarom zeg ik doe geen kwaad

(Martijn Adelmund, stadsdichter, 11 maart 2015)

*Ten geleide:
Doe geen kwaad of, Primum non nocere, is een spreuk die centraal stond in ethisch handelen sinds de vijfde eeuw voor Christus. Het is een onderdeel van de bekende eed van Hippocrates. Dit gedicht werd voorgedragen door de burgemeester van Wageningen op 11 maart 2015, tijdens de manifestatie tegen slapeloze nachten, voor een Eerlijk Kinderpardon.

Stadsgedicht

Ik wil schrijven aan de Rijn
in een huis van stenen die in die rivier gebakken zijn
alsof mijn woorden zo uit onze stadse klei getrokken
in ruwe brokken daar ontstaan
door mij fijntjes gepolijst.

Dat ik voordraag wat ik eerder schreef
zo vlak na het eten, niet ver van mijn huis
waar ik daarstraks de oprit op reed
dat ik sprekend mijn drukte tot kalmte kneed
dat is wat ik wil.

Deze plek, deze stad
waar nog echo’s van mijn vrienden klinken
waar paarden, waar zwemmen in het gat
en vuurtjes in de uiterwaarden
doven in de klaterregen.

Hier is waar ik pas.

Straks fietsend door het donker
in de stemming van zoëven
met de geesten die ik in de uiterwaard vermoed
fluisteren mij enkel nog de woorden toe
die ik zojuist ontgon.

(Martijn Adelmund, 2015)

Martijn tien jaar 33

Martijn Coïni was drie-en-dertig
toen een verslaafde op hem instak
omdat ie boos was en geld moest voor zijn roes.
Zo ben je een mens, zo een dader,
zo een lieveheersbeestje op een steen.
Zo een vader of een moeder met een gat in je hart,
zo geen zus meer, een moordstad.

Ik heb je niet gekend maar ik weet je Martijn,
ik hoor platanenblaadjes ritselen blijf vragen,
ik loop op het 5 Mei plein en zo’n nationale boodschapper,
na de regenwurm zowat het stilste beestje,
kleeft zich met z’n bolle spandoek vast
op mijn arm, luidkeels zwijgend Denk! in zwart op rood.

Een auto bevoorraadt De Wereld
rakelings langs de steen. Welke steen?
De wikkel van een ijsje, as van een sigaar
na een lunch als een plaatje,
blaadjes, studentenfietsen,
noten van fanfares van 5 mei,
het gewone voorbijgaan der dingen…

As, stof, tijd,
al die tijd is daar die steen,
al die tijd die mensen met dat gat in hun hart
in onze stad,
met dat gat in ons bestand.


 

Laurens van der Zee, stadsdichter Wageningen, 1 oktober 2014

Ter herinnering aan Martijn Coïni, medewerker van café De Vrijheid aan het 5 Mei plein in Wageningen, die in de nacht van 30 september op 1 oktober 2004 bij een roofoverval werd gedood. Op 12 september 2008 is een gedenksteen op het plein onthuld. De tekst op de steen luidt: MARTIJN – 1 oktober 2004 – niet te accepteren – blijf vragen blijf zoeken – denk.

Vaarwel huis, welkom huizen

 

Dit huis voor ouderen had veel kamers en alles had een naam:
De Grote Zaal, de Kleine Zaal, de Soos met bar en ”Buffet”,
het Hok van Adrie die al lang weg was,
het aangeharkte Jan Bokmaplein, die lichte Achterzaal,
het diepvriesmaaltijdenpiepschuimhok,
Informatiebalie, Poetshok – voorheen de telefooncel,
maar bovenal de Biljartzaal, ja, die Biljartzaal!
In de krochten van de Wielewaag
weefde een Grijze Colonne gestaag
onder het mom van biljarten
een netwerk ter redding van het land…

Wat gaan ze toch doen met onze zalen,
en de PlusBus kamer, de keuken met het drankhok,
ons buffet, de vitrine, de spullen voor de bingo?
Ik troost u: Dat gaat allemaal weg,
u hoeft er niet meer voor te zorgen, het is klaar.
Geef de deuren een klopje, de klinken een hand,
beasem een raam van het vissenkomkantoor,
fluister de gang dank en vaarwel – het is klaar
zoals vroeg of laat alles stopt
en transformeert. Verheug u, uw mooie jurk,
uw nette pak, al zoveel minder donker,
zal zich mengen met het palet van de stad,
met kind, met jong, met branie, met wit en bruin en zwart.
Het ketsen der keuen, het kletsen der kaarten, uw scrabblegerammel,
uw stem, uw lach, uw wandelverhaal,
uw rijtjes Frans, uw Herfstklankzang,
alles klinkt door in het stadskoor.

Het huis van een oudere heeft veel kamers, zet ze open, het is tijd:
In de Huizen van de Wijk zoekt een kinderhand de uwe,
vindt de rusteloze vluchteling in uw glimlach steun.
De muzikant, de naaister, leraar, klokkenmaker,
voor elk van hen gaat u bestaan, en zij voor u.

En blijft het centrum knagen voor koffie en een praatje,
kraak een pand, maak weer een Hoekje in Suisse,
vraag kerk of universiteit soelaas,
geef ons de kans u bij te staan. Iedereen weet:
De geranium is een sluipmoordenaar,
hij spuit een gas dat de geest verlamt
en van je lijf een plant maakt.

Aangeboden aan Solidez door Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de sluiting van het seniorencentrum De Wielewaag, 26 juni 2014.

Lijnen

 

Wij kleine rechters hebben lijnen in ons hoofd,
lovend, straffend, schiftend, wegend:
zonder Goed en Fout valt niet te leven.
Arme drenkeling, verlatene, benarde aan de onderkant,
‘gewonen’ hebben brood op de plank,
de rest rest de voedselbank.

Dit zijn onze lijnen: Gewonen versus voedselbankers, en gewoon gewonen tegen zogenáámd gewonen maar in feite oud-voedselbankers, en je hebt gewonen maar oud-voedselbankers die het wél, en gewonen maar oud-voedselbankers die het niet willen weten, en je hebt gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers van wie niemand het meer weet, tegenover op het oog gewonen maar eigenlijk oud-voedselbankers plus natuurlijk de voedselbankers van nu, die allemaal hopen, hopen dat niemand het ziet en dat niemand het weet…

maar
armoe tekent,
armoe dragen, armoe leven, denken,
steeds weer armoe denken tekent,
angst voor morgen, het onverwachte,
dat waarvoor geen speling is,
schaamte, isolatie, pijn,
ja, die andere kant van de lijn
tekent een mens.

Het is tijd om te doen wat nodig is:
van alle lijnen een netwerk maken,
een visnet, vangnet voor de voedselbank,
inhalen zonder omhaal, doorgeven,
voor nu, voor morgen, voor jaren.

Laurens van der Zee, stadsdichter van Wageningen, bij de start van de Voedselhulpestafette voor de Voedselbank Neder-Veluwe e.o., zaterdag 24 mei 2014 in de bblthk van Wageningen.