Van een stadsdichter 

Ik hield een oogje in het zeil en noemde haar
een zij. Ik versierde haar met woorden, schreef
het liefst op elke steen, ik liet haar niet alleen
bestaan maar zag haar met mijn ogen dicht,
haar borsten deinend in de Rijn, haar heuvel
aan de horizon, haar sterflats stutten haar plafond,
en ik –  ik liep daaronder op de kiezels in haar huid.

In elk geluid vond ik haar stem: haar draaiorgel,
de ganzen, haar stille tocht, haar carnaval, haar
zwijgen na het festival, haar ademen in ieder huis.
Maar wat ik hoorde was mijn thuis, haar stem
in die van mij.

Ik hoef haar wezen niet te lezen in de rimpels
op haar gracht, haar vacht is niet de mijne
ook al dook ik daarin weg en ook al rook ik
hoe ze ruikt: haar bakkers en haar blow-hoekjes,
haar bloemen naar het jaargetij. Maar zo ruikt ze
niet voor iedereen, zo ruikt ze dus voor mij.

Ik hoef haar niet te dragen als het huisje
op mijn rug, haar niet te zingen als refrein, ik
hoef haar niet te zijn om wel van haar te
kunnen houden. De mooiste vorm van
een vaarwel, is dit besef: ze redt zich wel.

Laat een ander haar nu horen, laat een ander
haar nu leven, haar kersverse gezichten geven,
haar zien in dat wat ik vergat, maar laat haar bovenal
zijn wie ze is: de aller- allermooiste stad.

Ivanka de Ruijter

Bij het afscheid van burgemeester Van Rumund

Zoals een bootwerker scheepskabels sloopt,
polsdik staaldraad, taai tot in de hel behalve draadje
voor draadje, één voor één, zó
heeft Van Rumund zich bevrijd, lint
na lint, knip voor knip, óp
naar zijn Zwitserleven

Soms zal hij nog wakker worden
denkend aan de stad. Steek je hoofd maar in die bek,
ruik de adem van de leeuw, zie het donker van die strot,
en maar blijven lachen, snoepje geven, aaitje over
leeuwenmanen, nooit een klopje
want daar worden ze onrustig van.

En dan, kijk dan eens rustig
om je heen: vertrekken doe je nooit alleen
maar met je jaren in je tas en alles
dat je dierbaar was en grijze manen
op je kop. Daar kan geen kettingzaag,
geen leeuw en zelfs geen lintje tegenop.

Ivanka de Ruijter, stadsdichter 2018 – 2021
Martijn Adelmund, stadsdichter 2015 – 2018
Laurens van der Zee, stadsdichter 2012 – 2015


Ivanka de Ruijter

De roos de maan

Eerst maar eens beginnen. ‘s Ochtends
met je wangen in de wind is de wereld nog klein.
Je hoort het schoolplein gonzen en het bonzen
van je hart: je school, je klas, je brood, je tas,
je kom, je pas.

Je letters zijn een tekening, je zinnen nog
als poëzie: mik ik raak, de roos de maan,
een oceaan aan kennis, aan systemen, en
aan taal. De school je boot, het zeil je lange
liniaal om alle winden mee te meten.

Weten. Dat de ouders heus aan boord zijn,
maar jij zal leren navigeren. De trap op langs
het hoge raam. Jaar na jaar na jaar na jaar
je school, de wereld trekt zich langzaam bol,
je groeide samen groot.

t.g.v. het 100-jarig bestaan van de G.J. van den Brinkschool

Ivanka de Ruijter

Bericht langs de dijk

Stop niet met lezen. Stop niet met lopen.
Vergeet van niets moois hoe het eigenlijk moet.

Kijk goed, soms moet je visualiseren om
iets moois niet te verleren: stel je voor dat je
nu schaatst, hoe je je vol vertrouwen in een
vallen stort, zodat de zwaartekracht je
voortgang wordt. De wind suist langs je lijf,
de vorst rijpt aan het prikkeldraad.

Schoonheid bestaat. Ze wordt soms hooguit
uitgesteld door regels of natuurgeweld,
is soms een goed verborgen schat., zoals voor
wie de aanpak van genegenheid vergat.
Kijk naar de dijk: zo omhels je de stad.

Kunstkruimels en cultuurcroutons Waterlanders, tijdens lockdown | Januari 2021

Bericht op de grond

Ik wilde je iets schrijven. Op de stenen voor je huis,
op het plein rondom de kerk, in de aarde van je tuin
of desnoods in de klei van de rivier, of hier.

En dan, van bovenaf beschouwd, is mijn papier
Madurodam waarin ik dan iets schrijven kwam en
mijn zinnen de bocht om gaan, precies waar dan mijn
komma’s staan en jij je hoofd dan kantelt.

Schrijven is een landschap scheppen, een plattegrond
van mijn gevoel met als doel jou er doorheen te gidsen
als in een stad die stil moet zijn. Die veel te stil moet zijn.

De straten strepen aan: we blijven bij elkaar vandaan,
maar we bewegen parallel. Ik oefen die evenwijdigheid
wel, maar hoop ook dat ze weer langzaam slijt.

Ik wilde je iets schrijven. Iets dat straks weer door
de kust of door de opgehouden rust verdwijnen zal,
maar dan onder de zoden ligt. Als aandenken een kaal
trottoir, maar wij weer heel dicht bij elkaar.

 

Ivanka de Ruijter

November 2020, t.g.v. Kunstkruimels en cultuurcroutons van de Waterlanders ten tijde van Corona en de lockdown.

We mogen weer

Er kwam een tijd waarin de piano niet door
handen en de glazen niet door monden, en
de trappen niet door hakken werden aangeraakt.

De stoelen keken elkaar aan, de lampen bleven
uit. Zelfs de mensen op de foto vielen stil. Alles
leek een film die veel te lang op pauze stond.

Zo lang dat alle barsten in het hout werden gelijmd.
Er werd gesopt, geschuurd, gelakt, en zelfs
een beetje vals gezongen. De toekomst glom.

We oefenden vast wat vooruit, knipten de lampen
aan en uit, schoven met de stoelen, riepen alvast
‘Proost!’ en tapten biertjes in de lucht. Er borrelde al iets.

Maar nu. De stoelen willen billen, de glazen willen wijn
– of appelsap of spa, en wij willen weer sfeer. Het was
geen film, maar wel een pauze, en nu mogen we weer.

 

Ivanka de Ruijter
Juni 2020 | Voor alle Wageningse horecaondernemers

Moment

Er was dat moment dat alles wat nog komen kon veranderde
van aard. We openden het raam en ademden de stilte in die
niet meer onheilspellend was.

We wisten dat. Toch rook het nog naar lang bewaard geheim,
leek de wereld nog zwart-wit, en elke stilte het begin van
onvoorwaardelijk eind.

Het was ook dat moment dat alles ervoor met alles erna
verbond. Alsof er niets aan tijd ontsnapt, telde daarna
ieder uur, en elke dag en ieder jaar.

Langzaam vertrouwden we elkaar. En we dansten
onze wangen tot een ongekend vuurrood, en men
besloot niets te vergeten.

Want het duurt wellicht een jeugd, een liefde of een leven
lang, voordat we niet meer bang en niet op onze hoede
verwachten dat er iets verdwijnt.

Maar dit moment is zonder eind zolang we weten wie we zijn,
zorg dragen voor wat er was en wat nog komt. Zodat de stilte
op dit plein – en dit moment – nooit meer werkelijk verstomt.

75 jaar Stad der Bevrijding
Ivanka de Ruijter

SLUIT
SLUIT