Het sprookje van de ruimte

In het rustiek gelegen dorp was een grote groene weide. Geleerde mensen bouwden er grote zalen en paleizen en oefenden hun biologische vak uit. City of life science. Aan de oevers van de rivier was het goed toeven in de rustpauzes en alles ging met de nodige ideologie.
Soms kwam er een zaal of een paleisje vrij en de grote geleerde mensen met hun witte baarden bogen zich welwillend en hummend over deze kwestie. Waarom deze plek tijdelijk niet weggeven aan de dromers van de aarde. Zij die niet de wijsheid en de kennis bezaten, maar alleen maar zagen, droomden en heilig geloofden in deze waarheden.
Geen boeken. Geen wijsheden. Geen spreuken. Maar een chaos van beelden en kleuren en structuren. Mysteries der mysteries.
Blij kwamen de dromers de ruimtes binnen. Blij springend als konijntjes bewogen ze hun oren. Bungelden hun staartjes.
De dromers begonnen te graven en bouwen. Hun paleisje glom en glinsterde in een warm winters licht. Brachten zij liefde en vrijheid en wijsheid in deze stad?
Enig organisatievermogen was nodig om toch ruimte zeker te stellen. Op hun manier – kwispelend en opgewekt – brachten zij een eigen orde aan.
Al snel kwamen de wat anders geëvolueerde dieren.
Brullend of slinks. Het ging niet aan ze voorbij dat er wat gebeurde. Alsof een klauwende hand het muziekstuk uiteenscheurt. De dans vertrapt wordt door een olifant die dat niet eens expres deed.
Veel vellen papier dwarrelden door hun bouwsel. Niet eenduidig. Nee, complex. Zodat er altijd ruimte zou zijn om van richting te veranderen, het vorige tegen te spreken en om de boskonijntjes eens even heen en weer te laten springen op de berg. Niet om veiligheid te garanderen, maar om eens even wat recht te zetten.
Om veilig te stellen Wie nu eigenlijk de baas is. Was het hetzelfde gedrag als de brulapen in oorlogen? De huizen vallen. Het paradijs spat uiteen. Maar als de vliegtuigen maar kunnen blijven vliegen en brullen. En oehoe, brul, brul je jezelf op de borst kan slaan en je harige kop kan schudden en je grauw en je ongecontroleerde brul kan geven.
Wat elke fantasie en elke droom over helden doet uiteenspatten.

Ineens was het genoeg. Weggaan leek de enige keuze. Maar waarom eigenlijk? De droom zou altijd in hun blijven, ongeacht waar zij waren en waar zij werkten. Waarom zouden zij altijd mee moeten werken aan tegenwerking om onduidelijke redenen.
Moe werden zij er van.
Dat wel.
Maar stoppen.
Nooit.
Het waren niet de witte baarden mannen geleerden. Het waren gewoon de ongewone regels van een stad.
En waar er teveel complexe regels zijn en mensen teveel elkaar tegenspreken, verliest de droom het soms van de systeem..
Gelukkig lacht de dag en komen de kleuren toch vanzelf weer tevoorschijn.

Tekst Marjan Verloop ,  na brainstorm en aanvullingen Kaat

Je kunt ook het sprookje wegdenken en lezen:
Een ruimte om te dromen is belangrijk!
(Zou city of life science of Wageningen ook goed doen.)