Spelen in de fontein

Wat zou die steen in de fontein toch zijn
een bloem, een duif een vlam
Iets dat vrijheid uit moet beelden?
wat past er bij die waterweelde
waar jaar na jaar, al veertien keer
elke zomer rond en rond
natbespatte kinderen
kletter- klaterspeelden

Wat zou de man die de steen liet houwen
gelachen hebben bij al
die zomers waterpret
moeders knepen oogjes toe
jaar na jaar, al veertien keer
en alleen de bittere bejaarde
schudde moe het grijze hoofd
mompelend ‘daar gaan ze weer’

Veertien keer
maar nu voorbij want in het jaar
twee-duizend-en-zeventien
overwon de muggenzifterij
(is het niet totaal bezopen)

door een klein metalen bordje
met hele scherpe randen:

“pas op glad
niet op lopen”

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Bij de fontein voor de kerk en het eind van 14 jaar spelen in het water aan de voet van het stenen kunstwerk aldaar.

Op weg naar Dromeland

De stad is mijn canvas, de straat mijn theater
Ik Leef! Dat schrijf ik op de koude stenen
Mijn vreugdekreet langs kale muren
Lokt uitgelaten schelmfiguren
Uit het verre Dromeland

Ik loop op stelten, blaas bellen uit mijn ogen
Ik Leef! Vertel het aan de warme zomerlucht
Niemand gaat hier nog gebukt
Het juk van duizend grijze dagen
Verdwijnt op weg naar Dromeland

De draak op de markt, is van afval gemaakt
Hij Leeft! Net als ik, vertelde ik dat niet?
En terwijl ik moeizaam de piano op de bakfiets hijs
Negeer ik steeds de zoete pijn want ik
Betaal de hoogste prijs voor Dromenland

Mijn huid is mijn canvas, mijn gezicht mijn theater
‘Ik Leef!’ is wat er op mijn steen zal staan
Mijn vreugdekreet langs koude graven
En warm applaus tot in het eind der dagen
In het verre Dromeland

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Voor het Leeffestival, ter ere van 35 jaar straattheater in Wageningen.

Wat als het wiel …

Wat als
het wiel van
de vrouwen
van Belmonte
anders was
gerold helemaal
de
berg
af
met de stroom mee van de Rijn

Moesten wij dan
Renkums leren of
met het pontje
heen                               en weer?

Was de WUR
dan wel gekomen?
lag Noordwest
niet in het
Zuiden?
was de Nude
niet gekleed?

In de Hoogstraat
staat sinds jaar
en dag een kar
een witte kar
met loempia’s
een wijze vrouw
slijt daar haar
oude dag
door iedere
voorbijganger
als hij of zij
dat wil van
spijzen te
voorzien
zij weet vast het
antwoord
want wijsheid
komt met jaren
en zij kent het lot
toch als geen ander

Is het niet
verwonderlijk
hoe het wiel ons
leven steeds
bepaalt?

(Voorgedragen aan de deelnemers van de Sint Janstocht 2016, op 19-06-2016.)

Repareer uw jas

Als onze stad een jas zou zijn
zoals een dichter ooit beweerde
wie zou er dan te koop mee lopen
welke dames welke heren
droegen dan dit kledingstuk
alsof ze hem zelf hadden gemaakt

Wie zou er dan zijn warmte voelen
wie zou er zonder naakt
en koud door ’t leven gaan
omdat de jas hem bijstand biedt
wie zou die jas dan wassen
wie onderhield hem en wie niet

Als onze stad een jas zou zijn
zoals een dichter ooit beweerde
en als iedereen te druk zou zijn
om die jas te repareren
hoe lang zou hij nog warmhouden
als niemand er iets aan deed

En als we dan geen geld hadden
wie zou dan onze kreten
nog werkelijk willen aanhoren
op wie konden we vertrouwen
zou niet iedereen dan zeggen
had uw jas toch onderhouden

Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen

Ter gelegenheid van de eerste bijeenkomst voor het traject Samen Wageningen, november 2015

Welkom thuis

Welkom
geef de deuren een klopje
de klinken een hand fluister
in de lang verlaten gang: welkom
alles zelfs het voorbijgaan
ging voorbij
we zijn weer thuis.

Wat te gebeuren stond gebeurde
een keur aan volk trok hier langs
kinderen in uw ogen
in de kleuren van de
regenboog.

De dichter had gelijk
het huis van een oudere
heeft veel kamers
zet ze open het is tijd
want thuis is toch weer thuis.

Thuis is thuis in alle talen
zelfs in die van u
woorden ja ook deze
doen er echt niet toe
dit is geen plek
maar een gevoel
Thuis.

Door stadsdichter Martijn Adelmund, geschreven ter gelegenheid van de opening van het initiatief Thuis, de huiskamer van Wageningen, op de plek van ouderencentrum De Wielewaag, 3 oktober 2015. Het gedicht verwijst naar de woorden die stadsdichter Laurens van der Zee eerder schreef bij het sluiten van het centrum in 2014: http://www.cultuurinwageningen.nl/vaarwel-huis-welkom-huizen

Bij het herdenkingsraam 1940-1945

Ter gelegenheid van Open Monumentendag 2015, thema: ‘Kunst en Ambacht’
wo2mbevrijdingsraam
Mag ik u
misschien iets vragen
deel met mij uw hartebloed
ach wilt u alstublieft
voor het straks verleden is
en dat glas daar in de kerk
niemand meer iets zegt
het staat vast in een
boekje keurig uitgeschreven
en dat raam natuurlijk spreekt
voor zich maar toch
wil ik beraden

Uw hartebloed ik wil het weten
die man daar in die ketenen
een spoor van graven laat hij na
aan zijn voeten branden steden
is die man wel echt bevrijd
ik zie het leed op zijn gezicht
hij kijkt niet naar de feniks
die hij met zijn voet vertrapt
als een spook een kracht
van de natuur
zo kijkt hij de wereld uit
langs rijen gillend prikkeldraad
en aasvogels die prooien op
de davidster

U vindt me toch niet onbeleefd
als ik dat raam die scherven
glas bijeengeplakt als
pijn gezet in gitzwart lood
even op de foto zet
en u vertelt daar dan
wat bij dat ik opschrijf zodat
een ieder het kan lezen

U zegt die kerken bovenaan
die zijn verwoest en
later weer herbouwd
als pijpen van een orgel
zuchten zij het lied van
hemels Bethlehem
dat lied zou vrolijk moeten
zijn als witte duif en regenboog
maar toch krijg ik die indruk niet
zouden het die kruizen zijn
het zijn er simpelweg te veel
ik kan het haast niet vatten
daarom vraag ik u beleefd
of u uw hartebloed met mij
wilt delen

Het viel me nog niet op
maar u lijkt wat op die man
u heeft dezelfde oogopslag
zeker nu ik vragen stel
vocht u bij de Grebbeberg
bent u met die aken heen
en weer vervoerd heeft
u net als op dat raam
parachutes neer zien dalen

Of was u meer een man van
avonturen Soerabaja
Indië de brug over de Kwai
het doet vast pijn om te
vertellen maar voor mij
zijn het verhalen daarom
zeg ik deel met mij uw
hartebloed laat me toch
die splinters zien waar
dit raam uit is gemaakt

Niet om u te kwellen maar
ik wil gewoon begrijpen
dit raam ademt een ongemak
hoe langer ik het zie

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Gedichten stadsdichter gebundeld

Laurens van der Zee werd in januari 2012 gekozen tot eerste stadsdichter van Wageningen. Zijn gedichten uit de jaren 2012 tot 2015 zijn verzameld in een boekje dat vrijdag 17 juli om 20.00 uur wordt gepresenteerd bij boekhandel Kniphorst, Hoogstraat 49 in Wageningen. De titel is ‘Stadsdichter enzovoort – drie jaar schrijven in Wageningen’. Het boekje bevat tevens een selectie uit andere teksten die Van der Zee in die periode heeft geschreven.
Het omslag van het boekje is handgedrukt bij de ambachtelijke Wageningse drukkerij Houtpers. Burgemeester Van Rumund zal het eerste exemplaar in ontvangst nemen.

Het boekje telt 127 pagina’s, is in beperkte oplage gedrukt en kost 10 euro.