Recept van wat restte

Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt

Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen

Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen
Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.
Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen
Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.

Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte!

Ivanka de Ruijter, t.g.v. het Klimaatontbijt over Voedselverspilling in de bblthk op 26 juni.

Niets leek precies op wat er kwam

Ik vind een briefje in de beuk
verstopt in scheuren van zijn schors.
Er zitten kreukels in zijn kringen
en er staan krassen op zijn borst.

Ik denk aan bomen, hoe ze jaren
op één plek alles gadeslaan.
Dat ze weten wie hier schuilde
of maar eventjes bleef staan.

Dan vraag ik: “Beuk, wie danste hier?
Wie liep er aan je bast voorbij?
Wie zong er voor je voorouders –
waren het priesters of pastoors
de boeren of de burgerij?”

Vandaag sta ik onder de takken
en rol de echo van mijn stem
straks langs de Holleweg omlaag
en vraag de beuk en oudste bomen:
“lijkt het vroeger op vandaag?”

Men kraste teksten, plakte affiches
en kondigde van alles aan:
vrienden, vreugde, vaandeldragers!
Ik zal de rode beuk eens vragen
of het echt zo is gegaan.

En dan kijk ik op het briefje
dat zich schuilhield in de stam.
Daar ontwaar ik dan een antwoord:
‘Niets leek precies op wat er kwam.’

 

Ivanka de Ruijter, voorgedragen bij de Rode Beuk t.g.v. de St. Janstocht op 24 juni 2018.

Reflectie

We plantten de twijfel
hier langs het water.
Haar vraagtekens krulden,
ze woekerde wild
tot je wijsheid kon plukken
uit haar spiegelbeeld:
in elke reflectie
heeft het hier iets van daar,
het nu iets van vroeger,
het onjuist iets van waar.
De plant groeide groot,
tot een kenniskwartier.
Nu drijft in deze reflectie
wat van daar in het hier.

Ivanka de Ruijter
Ter gelegenheid van WUR 100years, juni 2018.

‘T Landbouwertje op de boekenmarkt 

Dit plein is een parkeerterrein
met auto’s tussen lijnen,
en wat boompjes die omheinen,
wat passerende passanten
en sindskort een bronzen ventje.

Of ja, ‘t is eigenlijk een studentje
dat inmiddels dacht te weten
wie hier zoal autorijdt,
en hoe dit plein zijn leven leidt,
zo in de luwte van de stad,
maar als hij dít geweten had…

Groot groeiden zijn bronzen ogen
toen de markt werd opgetogen.
Dit plein kon ook iets anders zijn:
een doolhof van gekromde kramen
en snuffelaars met hun hoofd opzij.

Ze vallen voor geknakte ruggen,
staan in een lange schuifelrij,
vragen wat dat nou kosten mag,
en vinden in de pap hun krent
onder het oog van de landbouwstudent.

Morgen staan er hier weer auto’s
en zijn de lijnen weer een lijn.
Maar snel zal dit beeld niet vervagen
uit dit kleine bronzen brein.

Ivanka de Ruijter
21 april, bij het nieuwe standbeeld ‘t Landbouwertje op het Salverdaplein tijdens de Wageningse boekenmarkt.

Dat gordijnen geen grens zijn

Je zat stil en je tuurde naar de rode gordijnen
Grote mensen, ze zeiden: dit, is het theater,
tot daar waar dat koord loopt, publiek
op de stoelen in de rijen ervoor.
Dit hier is het echte, dat daar het decor.

Maar toen het begon, was je verdwenen
je zat op je stoel maar je speelde het spel.
Je zong zonder zingen, je deed mee zonder script,
je sprong zonder springen, je begreep zonder grip.

Je luisterde naar het verhaal dat ontstond,
rondom de spelers en hun dans op de vloer.
Het ontplooide zich ver voorbij de gordijnen,
het verhaal dat gekleed ging in dieprood velours.

Gordijnen, ze sloten, ze vormden het einde
en bogen een brug naar de werkelijkheid terug,
maar voor jou was het anders, schuin hield
je je hoofd en je keek als verdoofd, want je
had iets herkend.

Buiten, onder sterren, je stelde je voor
dat gordijnen geen grens zijn, en het doek
geen decor, maar dat spelers ook mens
zijn, en je danste en danste en danste,
maar door.

Ivanka de Ruijter

– Ter gelegenheid van het Cultuurdebat op zaterdag 10 maart 2018

Schaatsen op de Nevengeul

Daar waar het hek staat, daar staan alle fietsen.
Ze wachten als ouders in de kou op hun kroost,
de fietstassen leeg van de wol en de wanten
van wij die straks terugkeren, verblijd en verbloosd.
Maar nu zwieren we nog en we krommen voorover,
we buigen ons diep over de spiegel van glas,
we schrijven in cirkels over wat we verlangen
en verstoppen in barsten: dat wat er nooit was.

De één weet van wiebel, de ander van wanten,
twee anderen blijven het liefst op de brug.
En kijken naar wie het al kan, pootje-over,
ze wuiven naar wie wankelt, een meisje zwaait terug.
Haar ouders op hun billen, ze geven een voorbeeld,
verruilen de slee voor een stoel aan de hand.
En oefenen met haar tot het blauw op de glimlach,
dan terug naar de schoenen, terug naar het strand.

Op een dag is het zomer, maar nu nog lang niet.
Nu duiken we nog in een lach om de val.
We delen de brug en de wil om te schaatsen,
en zien grote schoonheid in wat dooien zal.
Langzaam wordt het later, zakt de zon op het ijs,
nog even tot de toren het donker zal slaan.
Terwijl we weer inpakken, terug naar de fietsen,
vraagt iets in ons dringend: kunnen we morgen nog gaan?

 

Ivanka de Ruijter
3 maart 2018, bij de schaatspret op de Nevengeul.

 

 

Sporen

Hoor je de galm van de klok in de toren?
We kijken omhoog, naar waar de trilling begon
En voelen haar golven langs onze muren,
Langs glazenwasladders naar het wolkenplafond.

Hoor je de spreker die gonsde naast die toren?
Hij stond op het plein met zijn publiek eromheen,
Hij sprak over kansen die komen en dromen
In woorden die bonden, niet aan mensen alleen.

Maar ook aan de deuren, die ooit klopjes kregen
Aan de fluistering van een vaarwel in de gang
Aan iedereen die besloot niet in zijn huis te gaan wonen
Maar in de wereld, of in een plooi van de tijd, zonder plan.

Zie je de kuiltjes in de wangen van het zand,
Voetstappen van hij die de woorden ontgon?
Zie je het platgeslagen gras langs de waterkant?
De vingerafdrukken van wat hier ooit begon.

Zie je de man die de stad repareerde?
Vermaard om de prachtige jas die hij droeg,
Maar befaamder nog om de taal die hij kende
En leerde aan iedereen die erom vroeg.

Hij dichtte de gaten met klinkers op muren
Hij bakte de stenen uit onze rivier
Hij wandelde diepe woordensporen
Hij zette de deur naar zijn huis op een kier.

Hij was een dichter, voor deze stad
Hij was haar ogen en haar oren
En langs haar wolken, stoep en oevers
Lopen voor altijd ook zijn sporen.

Ivanka de Ruijter

– Ter gelegenheid van het afscheid van stadsdichter Martijn Adelmund (2015-2018)