Vertrouwen

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken aan die stakker
die de liefde wilde meten

kussen
twee – in de ochtend
een bij thuiskomst
’s avonds niet
steelse blikken – één

Nog voor de resultaten bleken was het
onderzoeksobject – zijn vrouw – verdwenen
met bankstel en cd-collectie

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken aan die man die
op een briefje aan zijn muur
het woordje ‘aandacht’ had geschreven
zijn planten zijn nu dor en grauw
want net als liefde en vertrouwen
werkt het minder op papier

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken, ‘t is toch sterk
kan eigenlijk maar op één manier
Vertrouwen.

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen
bij de start van het onderzoek ‘Vertrouwen werkt’.

De stadsomroeper

boeren met hun blauwe petten
klompendansen overschot
burgers hebben de stad verkocht
buitenlui zijn niet meer welkom
de straten hebben geen huizen meer
klinkers klinken niet
en daar kom ik
op mijn fiets
de stadsomroeper
ik doe mijn jasje uit
ga op een kistje staan
schraap mijn keel
en zing een aria
mijn publiek een zwarte kraai

het monument staat er verlaten bij
maar leek even te bewegen
herinnert zich nog iets
een halve auto rijdt voorbij
passanten praten
zwaaibelichte bezemwagen
ik pak mijn fiets
tel mijn spaken
en ga op weg naar huis
morgen is er weer een dag

Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen
voor Open monumentendag 2017, thema Boeren, burgers, buitenlui.

Spelen in de fontein

Wat zou die steen in de fontein toch zijn
een bloem, een duif een vlam
Iets dat vrijheid uit moet beelden?
wat past er bij die waterweelde
waar jaar na jaar, al veertien keer
elke zomer rond en rond
natbespatte kinderen
kletter- klaterspeelden

Wat zou de man die de steen liet houwen
gelachen hebben bij al
die zomers waterpret
moeders knepen oogjes toe
jaar na jaar, al veertien keer
en alleen de bittere bejaarde
schudde moe het grijze hoofd
mompelend ‘daar gaan ze weer’

Veertien keer
maar nu voorbij want in het jaar
twee-duizend-en-zeventien
overwon de muggenzifterij
(is het niet totaal bezopen)

door een klein metalen bordje
met hele scherpe randen:

“pas op glad
niet op lopen”

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Bij de fontein voor de kerk en het eind van 14 jaar spelen in het water aan de voet van het stenen kunstwerk aldaar.

Op weg naar Dromeland

De stad is mijn canvas, de straat mijn theater
Ik Leef! Dat schrijf ik op de koude stenen
Mijn vreugdekreet langs kale muren
Lokt uitgelaten schelmfiguren
Uit het verre Dromeland

Ik loop op stelten, blaas bellen uit mijn ogen
Ik Leef! Vertel het aan de warme zomerlucht
Niemand gaat hier nog gebukt
Het juk van duizend grijze dagen
Verdwijnt op weg naar Dromeland

De draak op de markt, is van afval gemaakt
Hij Leeft! Net als ik, vertelde ik dat niet?
En terwijl ik moeizaam de piano op de bakfiets hijs
Negeer ik steeds de zoete pijn want ik
Betaal de hoogste prijs voor Dromenland

Mijn huid is mijn canvas, mijn gezicht mijn theater
‘Ik Leef!’ is wat er op mijn steen zal staan
Mijn vreugdekreet langs koude graven
En warm applaus tot in het eind der dagen
In het verre Dromeland

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Voor het Leeffestival, ter ere van 35 jaar straattheater in Wageningen.

Wat als het wiel …

Wat als
het wiel van
de vrouwen
van Belmonte
anders was
gerold helemaal
de
berg
af
met de stroom mee van de Rijn

Moesten wij dan
Renkums leren of
met het pontje
heen                               en weer?

Was de WUR
dan wel gekomen?
lag Noordwest
niet in het
Zuiden?
was de Nude
niet gekleed?

In de Hoogstraat
staat sinds jaar
en dag een kar
een witte kar
met loempia’s
een wijze vrouw
slijt daar haar
oude dag
door iedere
voorbijganger
als hij of zij
dat wil van
spijzen te
voorzien
zij weet vast het
antwoord
want wijsheid
komt met jaren
en zij kent het lot
toch als geen ander

Is het niet
verwonderlijk
hoe het wiel ons
leven steeds
bepaalt?

(Voorgedragen aan de deelnemers van de Sint Janstocht 2016, op 19-06-2016.)

Repareer uw jas

Als onze stad een jas zou zijn
zoals een dichter ooit beweerde
wie zou er dan te koop mee lopen
welke dames welke heren
droegen dan dit kledingstuk
alsof ze hem zelf hadden gemaakt

Wie zou er dan zijn warmte voelen
wie zou er zonder naakt
en koud door ’t leven gaan
omdat de jas hem bijstand biedt
wie zou die jas dan wassen
wie onderhield hem en wie niet

Als onze stad een jas zou zijn
zoals een dichter ooit beweerde
en als iedereen te druk zou zijn
om die jas te repareren
hoe lang zou hij nog warmhouden
als niemand er iets aan deed

En als we dan geen geld hadden
wie zou dan onze kreten
nog werkelijk willen aanhoren
op wie konden we vertrouwen
zou niet iedereen dan zeggen
had uw jas toch onderhouden

Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen

Ter gelegenheid van de eerste bijeenkomst voor het traject Samen Wageningen, november 2015

Welkom thuis

Welkom
geef de deuren een klopje
de klinken een hand fluister
in de lang verlaten gang: welkom
alles zelfs het voorbijgaan
ging voorbij
we zijn weer thuis.

Wat te gebeuren stond gebeurde
een keur aan volk trok hier langs
kinderen in uw ogen
in de kleuren van de
regenboog.

De dichter had gelijk
het huis van een oudere
heeft veel kamers
zet ze open het is tijd
want thuis is toch weer thuis.

Thuis is thuis in alle talen
zelfs in die van u
woorden ja ook deze
doen er echt niet toe
dit is geen plek
maar een gevoel
Thuis.

Door stadsdichter Martijn Adelmund, geschreven ter gelegenheid van de opening van het initiatief Thuis, de huiskamer van Wageningen, op de plek van ouderencentrum De Wielewaag, 3 oktober 2015. Het gedicht verwijst naar de woorden die stadsdichter Laurens van der Zee eerder schreef bij het sluiten van het centrum in 2014: http://www.cultuurinwageningen.nl/vaarwel-huis-welkom-huizen