Emmaüsgangers

(een modern Awater)

Op dat moment zag ik een vrouw
Ik denk dat haar naam Elke was
Haar tas van lappen aan elkaar genaaid
deed me haar herkennen.
’t Moest vlak na Pasen zijn geweest.
Het was in ‘n etablissement
Een uitbater van welvaartsresten
waar alles nog de adem draagt
van mensen die ooit zijn geweest
een gat erin, een oor eraf, een vlek,
spullen met persoonlijkheid
een karakter, zo je wilt: een ziel

En op deze plek,
te midden van die schemerlevens
zag ik Elke. Ze hield een koffiepot
omhoog en keurde hem, waarna het zicht
op haar me werd ontnomen,
een stroom van mensen tussen haar en mij.
Buiten schoof een wolk voorbij
en langzaam voor de zomerzon.
Ik riep haar nog, maar niemand
heeft ooit wat ik roep verstaan.

Mijn reis was dusver lang geweest.
door sleetse steden, opgepoetst
waar men zeewier eet
en slechts te zwaaien hoeft
met centen, alles koopt,
behalve dan een reisgenoot.

Nu waad ik met hordes lege mensen
door de oude welvaartsresten
op zoek naar onze eigenheid.
Karkassen van bankstellen,
door roest en stof bijeengehouden:
langzaam word ik heel.

Elke, waarom kijk je niet?
Zo ging ik in haar spoor
dwalend achter Elke aan,
die als een pop zo drijvend op de stroom
van lijven langs al dat spul moest gaan,
het zaaltje uit de trap weer af
en naar buiten in de regen
waar bomen druipen,
plassen silhouetten.

Ik volgde vrijwel ongemerkt
in’t ritme van de pijpenstelen
langs parkeerplaatsen waar
meters blik aan ’t roesten was.
Ik was haar buiten kwijt,
ze was de straathoek omgeslagen.
Enige afstand verder
zag ik net de deur zich sluiten.
Ik volgde haar en ging naar binnen,
maar tevergeefs, ze was verdwenen
tussen karrevrachten kleding,
in lompen opgegaan.

Ik vond op deze plek een boek, beneden
en zag wat daarin stond geschreven.
De tekst vervulde mij.
Nu neem ik Elke’s boodschap met me mee:
‘Het gaat niet om wat is,
maar om wat iets zou kunnen zijn’.
Een gat erin, een oor eraf, een vlek:

Wij zijn de koffiepot,
wij zijn de Emmaüsgangers.

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Geschreven in ruil voor een koffiezetapparaat, ter gelegenheid van het openen van een Nieuwe vestiging van Emmaus Wageningen.

Bij de Wageningse Eng

© Catalijn Adelmund

Ik ga door het hek en pluk juwelen
het schommelen van de dorre mais
zo ver mijn oog voert blokpercelen
uit bruine aarden moederschoot

Ik zie witte huisjes, rode daken
de wind voert met zich mee de regen
in dit verhoogde akkerland
waar perken wilde bloemen spelen

Mijn hoofd wordt leeg, het lijnenspel
de ploegvoor met het wolkendek
is alles wat mij nog omvat
mijn jas is zwaarder door de regen

Toch ben ik lichter dan voorheen
als ik de poort weer naast me sluit
mijn fietstas vol van kalebas
drijfnat fluitend terug naar huis.


Martijn Adelmund

Stadsdichter

Bij de Dag van de Wageningse Eng, 7 oktober 2017

Vertrouwen

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken aan die stakker
die de liefde wilde meten

kussen
twee – in de ochtend
een bij thuiskomst
’s avonds niet
steelse blikken – één

Nog voor de resultaten bleken was het
onderzoeksobject – zijn vrouw – verdwenen
met bankstel en cd-collectie

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken aan die man die
op een briefje aan zijn muur
het woordje ‘aandacht’ had geschreven
zijn planten zijn nu dor en grauw
want net als liefde en vertrouwen
werkt het minder op papier

‘Onderzoeken of vertrouwen werkt’
dat doet me denken, ‘t is toch sterk
kan eigenlijk maar op één manier
Vertrouwen.

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen
bij de start van het onderzoek ‘Vertrouwen werkt’.

De stadsomroeper

boeren met hun blauwe petten
klompendansen overschot
burgers hebben de stad verkocht
buitenlui zijn niet meer welkom
de straten hebben geen huizen meer
klinkers klinken niet
en daar kom ik
op mijn fiets
de stadsomroeper
ik doe mijn jasje uit
ga op een kistje staan
schraap mijn keel
en zing een aria
mijn publiek een zwarte kraai

het monument staat er verlaten bij
maar leek even te bewegen
herinnert zich nog iets
een halve auto rijdt voorbij
passanten praten
zwaaibelichte bezemwagen
ik pak mijn fiets
tel mijn spaken
en ga op weg naar huis
morgen is er weer een dag

Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen
voor Open monumentendag 2017, thema Boeren, burgers, buitenlui.

Spelen in de fontein

Wat zou die steen in de fontein toch zijn
een bloem, een duif een vlam
Iets dat vrijheid uit moet beelden?
wat past er bij die waterweelde
waar jaar na jaar, al veertien keer
elke zomer rond en rond
natbespatte kinderen
kletter- klaterspeelden

Wat zou de man die de steen liet houwen
gelachen hebben bij al
die zomers waterpret
moeders knepen oogjes toe
jaar na jaar, al veertien keer
en alleen de bittere bejaarde
schudde moe het grijze hoofd
mompelend ‘daar gaan ze weer’

Veertien keer
maar nu voorbij want in het jaar
twee-duizend-en-zeventien
overwon de muggenzifterij
(is het niet totaal bezopen)

door een klein metalen bordje
met hele scherpe randen:

“pas op glad
niet op lopen”

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Bij de fontein voor de kerk en het eind van 14 jaar spelen in het water aan de voet van het stenen kunstwerk aldaar.

Op weg naar Dromeland

De stad is mijn canvas, de straat mijn theater
Ik Leef! Dat schrijf ik op de koude stenen
Mijn vreugdekreet langs kale muren
Lokt uitgelaten schelmfiguren
Uit het verre Dromeland

Ik loop op stelten, blaas bellen uit mijn ogen
Ik Leef! Vertel het aan de warme zomerlucht
Niemand gaat hier nog gebukt
Het juk van duizend grijze dagen
Verdwijnt op weg naar Dromeland

De draak op de markt, is van afval gemaakt
Hij Leeft! Net als ik, vertelde ik dat niet?
En terwijl ik moeizaam de piano op de bakfiets hijs
Negeer ik steeds de zoete pijn want ik
Betaal de hoogste prijs voor Dromenland

Mijn huid is mijn canvas, mijn gezicht mijn theater
‘Ik Leef!’ is wat er op mijn steen zal staan
Mijn vreugdekreet langs koude graven
En warm applaus tot in het eind der dagen
In het verre Dromeland

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

Voor het Leeffestival, ter ere van 35 jaar straattheater in Wageningen.

Wat als het wiel …

Wat als
het wiel van
de vrouwen
van Belmonte
anders was
gerold helemaal
de
berg
af
met de stroom mee van de Rijn

Moesten wij dan
Renkums leren of
met het pontje
heen                               en weer?

Was de WUR
dan wel gekomen?
lag Noordwest
niet in het
Zuiden?
was de Nude
niet gekleed?

In de Hoogstraat
staat sinds jaar
en dag een kar
een witte kar
met loempia’s
een wijze vrouw
slijt daar haar
oude dag
door iedere
voorbijganger
als hij of zij
dat wil van
spijzen te
voorzien
zij weet vast het
antwoord
want wijsheid
komt met jaren
en zij kent het lot
toch als geen ander

Is het niet
verwonderlijk
hoe het wiel ons
leven steeds
bepaalt?

(Voorgedragen aan de deelnemers van de Sint Janstocht 2016, op 19-06-2016.)