Voor Wageningen

Ik leerde je horen en jij mij het schrijven
over je mensen, je stegen, je hotel op het plein,
over ‘s nachts op de dijk, over hoe je nog jaren
mijn altijd gonzende muze zal zijn.

Want ik hoor je, als ik weg ben,
in de ruis van de rivieren.
En ik hoor je, als ik thuiskom
fluist’ren met de populieren.

Op zaterdag hoor ik je roezemoes zwellen
in je bieb, in je wijken, in winkels, op straat.
En op donderdag hoor ik je vergenoegd zuchten
als de tevreden klanten in ‘t antiquariaat.

Je bent live muziek in je eigen cafeetjes,
maar klinkt ook in de stilte van de tuin op je hug.
En zelfs als de nacht bijna uit is geslapen,
keert in de toren je stemgeluid terug.

Jij bent het geluid van je eigen bewoners.
Ze zijn als je kinderen: trots prijs je ze aan.
Jij kent de galm van studenten, absenten,
van zij die hier blijven en zij die weer gaan.

Je echoot de lach van ouders die niet zagen
hoe hun grut zichzelf nat spatte in je fontein.
Ik hoor jouw geluid, zoals jij het mijne
en ik wil, als je dochter, je stadsdichter zijn.

Ivanka de Ruijter

Ons blijft natuur als wonder boeien

‘Ons blijft natuur als wonder boeien’
Dat tegelde men aan de muur
Men regelde lucht, licht, temperatuur
En schonk een huis aan het mirakel.

Wie er door glas van de Noordkas
Of door wybertjesramen keek
Zag al dat wonder op de kweek
Met een professor aan het roer.

De banken kromden om hem heen
Om zijn verslagen van natuur
En eensgezind, als om een vuur
Kromden studenten mee.


Een bolwerk voor verwondering
Waar ondanks alle apparatuur
Het wonder op de lange duur
Ons nooit te vatten leek.

Ze groeide groots en veel te groot
En had nog groter voor de boeg
Eén monument was niet genoeg
Het huis was veel te klein.

Nu wortelt de herinnering
Er groeide wijsheid langs de muur:
Zij blijft ons boeien, de natuur
En huist op vele plekken.

Ivanka de Ruijter

Bij het Schip van Blaauw, ter gelegenheid van Open Monumenten Dag Wageningen met het thema ‘100 jaar WUR’ | september 2018

Wiegelied

Een oude man liep op de molen toe
Een briesje trok hem aan zijn jas
En vroeg om aandacht, als een kind
Dat niet wilde gaan slapen.

De zon hing laag, de schaduw lang
De man begon te hummen
Voor de wind, een wiegelied
Maar liggen ging de wind nog niet.

Dus zong de man, de molenaar
“Lief windekind, ga slapen
Je hebt voor mij genoeg gedaan
Je maakte meel van al mijn graan.”

De wind hield van de molenaar
En streek hem langs zijn handen
Langs rimpels van het harde werk
Op alle zolders van de Vlijt.

De wind krulde zich op in luwte
En bij het krieken van de dag
Wakkerde hij de wiek weer aan
Maar de man was weggegaan.

Een ander hield er nu de wacht
Het wiegelied bleek afscheidszang
En de wind besloot te waaien
Om zijn vriend nog na te zwaaien.

De windhaan wees zijn richting aan

Hij speelde met servetjes
En humde in de Harnjeslaan
Als ooit een oude molenaar.

Hij bolde Wageningse lakens

Onderbroeken, schone was
Hij joeg lucht naar de molen toe
En o, hij was, nog lang niet moe.

Ivanka de Ruijter

T.g.v. de veertigste Molenmarkt bij Windkorenmolen ‘De Vlijt’
Wageningen, 8 september 2018.

Recept van wat restte

Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt

Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen

Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen
Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.
Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen
Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.

Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte!

Ivanka de Ruijter, t.g.v. het Klimaatontbijt over Voedselverspilling in de bblthk op 26 juni.

Niets leek precies op wat er kwam

Ik vind een briefje in de beuk
verstopt in scheuren van zijn schors.
Er zitten kreukels in zijn kringen
en er staan krassen op zijn borst.

Ik denk aan bomen, hoe ze jaren
op één plek alles gadeslaan.
Dat ze weten wie hier schuilde
of maar eventjes bleef staan.

Dan vraag ik: “Beuk, wie danste hier?
Wie liep er aan je bast voorbij?
Wie zong er voor je voorouders –
waren het priesters of pastoors
de boeren of de burgerij?”

Vandaag sta ik onder de takken
en rol de echo van mijn stem
straks langs de Holleweg omlaag
en vraag de beuk en oudste bomen:
“lijkt het vroeger op vandaag?”

Men kraste teksten, plakte affiches
en kondigde van alles aan:
vrienden, vreugde, vaandeldragers!
Ik zal de rode beuk eens vragen
of het echt zo is gegaan.

En dan kijk ik op het briefje
dat zich schuilhield in de stam.
Daar ontwaar ik dan een antwoord:
‘Niets leek precies op wat er kwam.’

 

Ivanka de Ruijter, voorgedragen bij de Rode Beuk t.g.v. de St. Janstocht op 24 juni 2018.

Reflectie

We plantten de twijfel
hier langs het water.
Haar vraagtekens krulden,
ze woekerde wild
tot je wijsheid kon plukken
uit haar spiegelbeeld:
in elke reflectie
heeft het hier iets van daar,
het nu iets van vroeger,
het onjuist iets van waar.
De plant groeide groot,
tot een kenniskwartier.
Nu drijft in deze reflectie
wat van daar in het hier.

Ivanka de Ruijter
Ter gelegenheid van WUR 100years, juni 2018.

‘T Landbouwertje op de boekenmarkt 

Dit plein is een parkeerterrein
met auto’s tussen lijnen,
en wat boompjes die omheinen,
wat passerende passanten
en sindskort een bronzen ventje.

Of ja, ‘t is eigenlijk een studentje
dat inmiddels dacht te weten
wie hier zoal autorijdt,
en hoe dit plein zijn leven leidt,
zo in de luwte van de stad,
maar als hij dít geweten had…

Groot groeiden zijn bronzen ogen
toen de markt werd opgetogen.
Dit plein kon ook iets anders zijn:
een doolhof van gekromde kramen
en snuffelaars met hun hoofd opzij.

Ze vallen voor geknakte ruggen,
staan in een lange schuifelrij,
vragen wat dat nou kosten mag,
en vinden in de pap hun krent
onder het oog van de landbouwstudent.

Morgen staan er hier weer auto’s
en zijn de lijnen weer een lijn.
Maar snel zal dit beeld niet vervagen
uit dit kleine bronzen brein.

Ivanka de Ruijter
21 april, bij het nieuwe standbeeld ‘t Landbouwertje op het Salverdaplein tijdens de Wageningse boekenmarkt.